CD-recensie

Stijlzuivere Callas tegenover kroelende Bartoli

 

© Paul Korenhof, november 2008


 
   
   
 

Bellini: La sonnambula.

Cecilia Bartoli (Amina), Juan Diego Flórez (Elvino), Ildebrando d'Arcangelo (Il conte Rodolfo), Gemma Bertagnoli (Lisa), Liliana Nikiteanu (Teresa), Peter Kálmán (Alessio), Javier Camarena (Un notaro), Koor van het Opernhaus Zürich, Orchestra La Scintilla o.l.v. Alessandro De Marchi.

Decca 478 1084 (2 cd's)

Opname: 2007-2008

Bellini: La sonnambula.

Maria Callas (Amina), Nicola Monti (Elvino), Nicola Zaccaria (Il conte Rodolfo), Edith Martelli (Lisa), Fiorenza Cossotto (Teresa), Dino Mantovani (Alessio), Franco Ricciardi (Un notaro), Coro e Orchestra della Piccola Scala di Milano
o.l.v.
Antonino Votto.

Testament SBT2 1417

Opname: 21-8-1957

 


Een jaar of tien geleden, toen Cecilia Bartoli nog helemaal in haar 'Haydn-periode' zat, had ik in Salzburg een lang gesprek met haar over het Italiaanse bel canto uit het begin van de 19de eeuw. Ik wees haar toen onder meer op de 'Malibran-versie' van I puritani en op het feit dat Maria Malibran, een echte 'mezzo-sopraan', eveneens een rol als Amina in La sonnambula op haar repertoire had. Voor Bartoli was dit ten dele nieuw en zij bleek bijzonder geïnteresseerd, maar concludeerde toch dat zij het nog veel te druk had met de 18de eeuw om zich - buiten Rossini om - intensief met de 19de eeuw bezig te houden.

Een groot deel van dat interview heb ik als 'niet actueel' ongebruikt laten liggen, maar nu begin ik erover te denken het eens uit te zenden. De belangstelling van Bartoli voor juist het 'Malibran-repertoire' biedt daartoe voldoende aanleiding - jammer alleen dat de resultaten een beetje tegenvallen. Dat stoorde mij nog niet zo bij de verschijning van haar 'Malibran-cd'. Ik constateerde toen stilistische oneffenheden van een zangeres die, komend uit het Rossini-repertoire, onvoldoende vertrouwd was met het specifieke Bellini-idioom, maar in het kader van een recital-cd - en een eerste proeve op dat terrein - tilde ik daar niet al te zwaar aan. De verschijning van een complete opname van La sonnambula met in de hoofdrollen Cecilia Bartoli en Juan Diego Flórez is echter een andere zaak. Hier moet de Bellini-stijl het volle pond krijgen en juist daar gaat het volledig mis. Dat Bartoli de rol kan zingen staat buiten kijf (enkele transposities in de duetten lijken mij vooral bedoeld om haar stem en die van haar partner beter te mengen), maar de essentie van de benadering ontgaat haar.

Morbidezza
Wijlen Leo Riemens was een onvermoeibaar strijder voor Bellini en hamerde voortdurend op de noodzaak van 'morbidezza', de kunst om het pure bel canto te 'kleuren' met emoties. Dat is namelijk de essentie van 'bel canto': de expressie moet niet OP maar IN de zang worden gelegd. In opera's van Verdi mag een zanger accenten aanbrengen, lettergrepen of woorden benadrukken, zelfs 'minder mooi' zingen ten dienste van de dramatische expressie, kortom 'met de stem acteren', en het verisme biedt nog meer mogelijkheden in die richting (al blijf ik een tegenstander van snikken en andere effecten, inclusief het befaamde lachsalvo in Canio's 'smartlied' in Pagliacci). Natuurlijk neigden ook Donizetti en Bellini al steeds meer naar een realistische weergave van emoties, maar dat realisme had te maken met het feit dat karaktertekening een steeds grotere plaats innam, terwijl bij Rossini het 'stemmingsbeeld', de emotie van de situatie, nog helemaal centraal stond. Het gevolg daarvan is dat er steeds duidelijker een vermenging van emoties optreedt, culminerend in bijvoorbeeld het typisch verdiaanse contrast tussen een aria en een cabaletta, maar daarover gaat 'bel canto' niet. De essentie van 'bel canto' is de weergave van iedere emotie door zang alleen, door 'pure' zang dus, zonder hikken en snikken, zonder uiterlijke effecten, zelfs zonder accentuering door bijvoorbeeld een plotseling versterkt vibrato. Puur bel canto eist dat alle expressie van binnen uit komt en zich vertaalt in kleuring en intensiteit, en op dit punt verhoudt Bellini zich tot Puccini zoals bijvoorbeeld een lied van Schubert zich verhoudt tot Salome of Elektra (waarbij ik natuurlijk niet doel op dat afgrijselijk 'dramatische gedoe' dat we soms in Der Erlkönig horen).

Luisteren we naar de Sonnambula van Bartoli, dan blijkt de Italiaanse diva op dat punt de boot te missen - en niet zo'n klein beetje ook. Zij zingt de muziek alsof die door Rossini geschreven is en gaat zich in haar interpretatie te buiten aan een overmaat aan spinnen en kopjes geven. Zelden heb ik iemand muzikaal een plank zo ver horen misslaan, maar evenals bij de Bellini-missers van Fleming denk ik  dat we ook nu de schuld niet moeten zoeken bij de soliste, hoewel Bartoli ongetwijfeld zelf heel wat in de melk gebrokkeld zal hebben. De ware schuldigen zijn degenen die haar geadviseerd hebben en die haar linea recta hadden moeten verwijzen naar een dirigent die weet wat de Bellini-stijl inhoudt. Toegegeven, echte Italiaanse specialisten als Serafin, Votto en Gavazzeni zijn er niet meer, maar Richard Bonynge is nog altijd actief en ook een man als Julian Reynolds had hier goede raad kunnen geven.

Dirigentenramp
Dat brengt ons bij de grote ramp van deze opname: een zekere Alessandro De Marchi. Hij dirigeerde deze uitvoering en ik kan maar één ding zeggen: had hij het maar niet gedaan! Niet alleen heeft hij geen flauw benul van de Bellini-stijl, maar hij slaagt er zelfs niet in de stemmen van Bartoli en Flórez in hun duetten exact gelijk te krijgen, laat staan dat er sprake is van 'naar elkaar toe kleuren', nota bene een eerste vereiste bij bel canto. Soms had ik zelfs de indruk dat de stem van Flórez was 'ingedubd', zo groot was het contrast... We hoeven alleen maar het duet 'Prendi, l'anel ti dono' te leggen naast uitvoeringen van Pagliughi-Tagliavini of Callas-Monti en we horen een wereld van verschil. Het verschil tussen solisten die weten hoe zij Bellini moeten zingen en solisten die er geen flauw benul van hebben!

Callas in Edinburgh
Extra duidelijk wordt dat alles, als we deze opname van La sonnambula leggen naast een andere nieuwe uitgave. Op Testament verscheen namelijk vrijwel gelijktijdig een live-opname die werd gemaakt tijdens de befaamde serie voorstellingen die de Scala in 1957 in Edinburgh gaf met Maria Callas en Nicola Monti. Je hoeft maar even te horen hoe zij beiden de frase 'Pur nel sonno il mio cor ti vedrà' aan het slot van het duet 'Son geloso' fraseren en naar elkaar toe kleuren om te weten waar het bij Bartoli en Flórez mis gaat. Wat Callas en Monti doen is puur 'morbidezza' ofwel het 'echte' Bellini-belcanto. Een ander voorbeeld: 'Care compagne', het openingsrecitatief van Amina. Je ziet Callas hier staan als een bescheiden meisje, met half geloken ogen, alsof ze rechtstreeks uit het klooster komt, maar niets daarvan bij Bartoli die meteen gaat kroelen als een poes die zo ontzettend graag aardig gevonden wil worden. Er zijn critici die staande houden dat het 'bel canto' ophoudt bij Rossini en onlangs las ik de periode onmiddellijk daarna zelfs aangeduid als 'bel cantismo', maar die vermeende vermenging van 'bel canto' en 'verismo' is heel relatief en zeker bij Bellini ontbreekt iedere overeenkomst.

Scala-schandaal
De uitvoering die nu op Testament verscheen, kenden we al uit het 'grijze circuit', maar hier horen we technisch beduidend betere banden van Walter Legge, die de voorstelling voor zichzelf had laten opnemen. Zoals bekend eindigde deze serie voorstellingen met een enorm schandaal toen Callas vertrok zonder dat de Scala-directie de leiding van het Edinburgh Festival had aangekondigd dat zij slechts vier van de aangekondigde vijf voorstellingen zou zingen. Kennelijk had de Scala gehoopt de zangeres op het laatste moment nog te kunnen overreden, maar eerlijk is eerlijk: wie een beetje op de hoogte is van de manier waarop de diva in de periode daarvoor juist door dit theater was bejegend, kan zich levendig voorstellen dat zij daar geen zin in had. Ook op dat moment speelde de Scala echter geen open kaart en schoof vervangster Renata Scotto naar voren onder het mom dat Callas 'niet gedisponeerd' was. Na vier voorstellingen waarin zij zich van haar beste kant had laten zien - en horen! - was dat olie op het vuur van de pers en het schandaal was geboren.

Authentieke instrumenten...
Dankzij de uitgave van Testament zijn we getuige van de tweede voorstelling op 21 augustus 1957 met Callas op haar best, waarbij zij omgeven is door een welhaast ideaal ensemble dat we ten dele ook kennen van de officiële EMI-opname, en dat vrijwel geheel gelijk is aan de bezetting die een maand eerder in Keulen te horen was. Met Tagliavini en Valletti blijft Monti ideaal voor Elvino, in zijn legato stond Nicola Zaccaria weliswaar niet helemaal op het niveau van Cesare Siepi, maar deze sonore en altijd betrouwbare Griekse bas behoorde jarenlang terecht tot de 'vaste kring' rond Callas en in de bijrollen vinden we bekende namen uit de vaste comprimario-kern van de Scala. Dirigent was de in dit repertoire doorknede Antonino Votto, die volledig de vloer aanveegt met de prestaties van De Marchi op Decca. Natuurlijk, het orkest van de Piccola Scala klinkt in de verste verte niet zo genuanceerd als het 'authentieke ensemble' La Scintilla dat Bartoli begeleidt, maar het spel bezit meer sfeer en laat ook veel meer frasering horen.

Leuk voor Decca dat de Bartoli-opname een 'wereldpremière-opname op authentieke instrumenten' is, waarbij bovendien gebruik werd gemaakt van een 'nieuwe kritische editie',  maar ik heb toch liever een goede uitvoering! Behalve de moderne stereoklank is er in feite maar één punt waarop Decca in het voordeel is: het koor van de Opera in Zürich lijkt uit een totaal andere wereld te komen dan dat van de Piccola Scala, waarvan de prestaties klinken alsof het bestaat uit een groepje slecht getrainde dilettanten. Verder biedt Decca de cd's aan in een fraai boekwerk, terwijl Testament volstaat met de rolverdeling, enkele foto's en een toelichting (het libretto is in pdf-formaat te vinden op www.testament.co.uk). Waarom Testament deze uitgave op de markt brengt onder de noemer 'Antonino Votto conducts Bellini' (met grote letters op de cd!), is echter een raadsel. Met alle waardering voor Votto: wie koopt deze uitgave vanwege de dirigent? Sterker nog: wie koopt ooit een Bellini-opname vanwege de dirigent?


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links