CD-recensie

 

© Paul Korenhof, maart 2017

 

Bellini: Adelson e Salvini

Simone Alberghini (Adelson), Daniela Barcellona (Nelly), Enea Scala (Savini), Maurizio Muraro (Bonifacio), Rodion Pogossov (Il colonello Struley), David Soar (Geronio), Kathryn Rudge (Fanny), Leah-Marian Jones (Madama Rivers)
Opera Rara Chorus
BBC Symphony Orchestra
Dirigent: Daniele Rustioni
Opera Rara ORC 56 (2 cd's)
Opname: Londen, mei 2016

 

Toen Mozart anderhalve maand vóór zijn 36ste verjaardag overleed, kon hij terugzien op een operacarrière van een kwart eeuw die hij als wonderkind was begonnen, en waarin hij langzaam maar zeker tot enorme hoogte was gerijpt. Vincenzo Bellini overleed anderhalve maand vóór zijn 34ste verjaardag, was geen wonderkind en had pas tien jaar eerder zijn eerste aarzelende schreden in de opera ondernomen. Dat deze jong gestorven Siciliaan de wereld verrijkt heeft met een meesterwerk als Norma, mag daarom als een wonder worden beschouwd. Uit alles, ook uit bijvoorbeeld de orkestpartij van Norma, blijkt dat hij als componist lang niet volleerd was, maar wel getuigt zijn laatste partituur, I puritani, van een nieuwe fase in een ontwikkeling waarvan wij nooit zullen weten waartoe die zou leiden.

Ondertussen is het opvallend hoezeer kritiek van collega's, vooral op zijn magere instrumentaties, samengaat voor bewondering, in het bijzonder voor zijn 'oneindige melodieën' (in de woorden van Verdi: 'melodie lunghe, lunghe, lunghe'). Vooral de bijval van Wagner blijft opvallend en we kunnen rustig stellen dat zonder Bellini vooral zijn Parsifal er anders uit zou zien. Tegelijk getuigden zowel Wagner als Bizet, die zelfs een doelbewuste poging ondernam Bellini's instrumentaties te 'verbeteren', van het feit dat Bellini's orkestpartijen perfect bij zijn vocale lijnen pasten. En daar ligt dan ook het grote geheim: Bellini's muziek draait meer dan die van de meeste andere componisten om de zang, en zang betekent hier: het samengaan van enerzijds de klank, de melodie en de betekenis van de tekst met anderzijds de expressieve mogelijkheden van de menselijke stem.

In 1819 werd de toen 17 jaar oude, uit een muzikale familie in Catania (Sicilië) afkomstige Vincenzo Bellini ingeschreven aan het conservatorium van Napels. Daar werd hij in 1823 toegelaten tot de klas van de Napolitaanse componist Niccolò Zingarelli (1752-1837), die hem twee jaar later uitkoos voor de compositieopdracht die jaarlijks aan een student in de eindfase verleend kon worden, en waaraan als privilege - naast onder meer een eigen slaapkamer - een wekelijks bezoek aan het Teatro San Carlo verbonden was. In diezelfde tijd vierde de uit Pesaro afkomstige 'nieuwlichter' Rossini reeds enige tijd triomfen als muzikaal leider van datzelfde theater, terwijl de smaak van het Napolitaanse publiek ook nog onder invloed stond van de 18de-eeuwse komische dialectopera en de tijdens de Franse overheersing (1798-1816) populair geworden opéra comique.

Voor zijn eerste opera, die door zijn medestudenten moest worden uitgevoerd (met jongenssopranen in de vrouwelijke rollen) koos Bellini het libretto Adelson e Salvina dat Andrea Leone Tottola in 1816 had vervaardigd voor een niet erg succesrijke opera van Valentino Fioravanti. Die tekst was gebaseerd op het gelijknamige Franse toneelstuk van Prosper Delamare uit 1803, gebaseerd op de roman Adelson et Salvini, Anecdote anglaise (1772) van François de Baculard (1718-1805). De laatste was een in die tijd populaire auteur van sentimentalistische romans met een sterk 'gothische' inslag, een Franse tegenhanger van Goethe's Die Leiden des jungen Werther(s) (1774) met als bekendste Nederlandse equivalent Julia (1783) van Rhijnvis Feith.
Tottola's bewerking week echter nog meer af van het origineel dan het toneelstuk van Delamare, doordat in zijn libretto niet alleen het tragische einde was vervangen door een merkwaardig geconstrueerd huwelijk, maar er ook nog in Napolitaans dialect zingend komisch personage (Bonifacio) aan was toegevoegd.

Het resultaat is een dramaturgisch allegaartje rond een 17de-eeuwse Ierse edelman (Adelson) die verliefd is op Nelly maar van zijn oom niet met haar mag trouwen. In Rome is Adelson bevriend geraakt met de schilder Salvini en hij neemt hem mee naar zijn landgoed, waar Salvini eveneens verliefd wordt op Nelly. Het meisje wordt echter geschaakt door haar kwaadaardige oom, kolonel Struley, en dan volgt een warrige reeks gebeurtenissen die uiteindelijk leiden tot het huwelijk van Adelson met Nelly, terwijl Salvini door zijn welvarende vriend met een zak geld naar Rome wordt teruggestuurd.

Het ligt voor de hand dat in Bellini's eersteling zonder veel moeite diverse invloeden aangewezen kunnen worden: de gedegen muzikaliteit van Zingarelli, flitsen van de theatrale beweeglijkheid van Rossini, sporen van de dialectopera en zelfs ook gesproken dialogen, ongewoon voor de Italiaanse opera in het algemeen, maar niet voor de luchtiger Napolitaanse opera in de eerste decennia van de 19de eeuw. Bij de invulling van dat alles is het vooral verleidelijk te zoeken naar invloeden van Rossini en momenten die vooruitwijzen naar latere werken, te meer daar diverse delen hergebruikt werden in onder andere I Capuleti e i Montecchi en Il pirata. Interessanter is wat aan de partituur zelf opvalt, en dat is op de eerste plaats dat de 23-jarige componist al lijkt te zoeken naar een eenheid van tekst en muziek, en dat hij duidelijk schrijft voor de vocale capaciteiten van zijn medestudenten. Van hen weten wij niet al te veel, maar boekdelen spreekt het contrast van de virtuoze tenorpartij (Salvini) met de voorzichtig geschreven, ietwat kleurloze partij van de vrouwelijke hoofdpersoon (Nelly) die immers vertolkt moest worden door een jongenssopraan.

Ook de jonge basbariton die de rol van Adelson zong, moet behoorlijk getalenteerd zijn geweest, en dat levert de uitzonderlijke situatie op van een Bellini-opera die niet draait om één of meer vrouwenstemmen, maar om twee mannenstemmen. Concentreren wij ons daarop, dan zien we inderdaad al duidelijke tekenen van Bellini's talent om in zijn muziek karakters te tekenen - meer dan situaties - met als hoogtepunt het tien minuten durende duet van de beide vrienden in het tweede bedrijf. De andere mannelijke personages komen eveneens redelijk uit de verf met uitzondering van Salvini's bediende, de Napolitaan Bonifacio. De enige buffo-rol in al Bellini's opera's, die muzikaal overigens eerder doet denken aan Mozart's Leporello en Guglielmo dan aan de over hun woorden struikelende buffo's van Rossini, blijft in de goede bedoelingen steken. Voor de komedie had Bellini duidelijk geen talent en misschien was heel Adelson e Salvini daarom beter uit de verf gekomen als Tottola de tragische strekking van Baculard had gevolgd.

De opname die Opera Rara vorig jaar maakte, wordt aangevoerd door de bariton Simone Alberghini als een elegante maar in de fiorituren niet altijd precieze Adelson en de tenor Enea Scala als een Salvini die afgezien van enkele gespannen momenten weinig moeite heeft met de hoge tessitura van zijn rol. Voor de rol van Nelly is de stem van Daniela Barcellona misschien iets te zwaar, maar in combinatie met haar geroutineerde vocalistiek verleent haar mezzo-timbre haar rol wel iets meer vlees en bloed dan Bellini er misschien in had gelegd. Dat verleende vooral meer diepte aan de finale II, waar zij samen met Enea Scala en de gedreven directie van Daniele Rustioni de dramatische motor goed op gang brengt.
Mooi gedoseerd maar nergens overtrokken zijn ook de boze Struley van de bariton Rodion Pogossov, de bas Maurizio Muraro die als geboren buffo de rol van Bonifacio wel degelijk een mooie dosis humor wist mee te geven, en de diverse vertolkers van de kleinere rollen. Hoe groot de invloed van Daniele Rustioni daarbij geweest is, valt niet met zekerheid te zeggen, maar de uitvoering als geheel geeft de indruk dat wij hier het optreden beluisteren van een getalenteerde jonge dirigent met een groot gevoel voor het belcanto-repertoire.

Op de als altijd elegant en zeer degelijk verzorgde uitgave van Opera Rara is wederom niets aan te merken, of het zou moeten zijn dat in het 140 stevige pagina's dikke cd-boekje de jaartallen van Bellini zelf ontbreken.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links