CD-recensie

 

© Maarten Brandt, mei 2008


 

‘Béton armé’ - chamber music of Iannis Xenakis

Evryali’ voor piano – ‘Mikka’ voor viool – ‘Mikka S’ voor viool – ‘Keren’ voor trombone – ‘Ikhoor’ voor viool, altviool en cello – ‘Dikthas’ voor viool en piano.

Bas Wiegers (viool), Gijs Kramers (altviool), Saartje van Camp (cello), Koen Kaptijn (trombone) en Nora Mulder (piano).

BVHAAST CD0207 • 52 ' •


De meeste weerstand bij menige muziekliefhebber tegen eigentijdse muziek is het gevolg van het rationele karakter ervan. Daarbij pleegt men doorgaans te vergeten dat de klinkende nalatenschap van Bach en Beethoven niet minder rationeel is dan die van bijvoorbeeld Boulez en Stockhausen. Ook de naam van de Griekse muziekvinder en architect Iannis Xenakis (1922-2001) hoort in dit rijtje thuis, ook al is hij geen serialist zoals twee hiervoor genoemde componisten. Maar een enorm structureel besef in het algemeen en een apert mathematische omgang met het klankmateriaal spelen in Xenakis’ oeuvre een vitale rol. Echter net zomin als in het geval van Bach of Beethoven hoeft de luisteraar daar last van te hebben. Het is immers de kwaliteit van de muziek die telt en niet het systeem met behulp waarvan het geheel tot stand is gekomen. Natuurlijk bij componisten van de tweede en zeker de derde garnituur ligt dit anders, bij hen dus die niet over voldoende sterke muzikale ideeën beschikken om een, zij het nog zo abstract, boeiend verhaal te kunnen vertellen. De reden waarom zoveel muziek van de thans achter ons liggende twintigste eeuw in het verdomhoekje is beland valt voor een aanzienlijk deel toe te schrijven aan het feit dat er in belangrijke avant-gardistische centra als Darmstadt en Donaueschingen heel veel over technieken en systemen werd gepraat en de muzikale leek de indruk kreeg dat het eigentijdse componeren slechts een klinkende belichaming inhield van rekenkundige exercities.

Tweede natuur

Nu we echter in de tijd gaandeweg een voldoende kritische distantie hebben gekregen ten opzichte van de zojuist kort door de bocht geschetste ontwikkelingen, krijgt het componeren van de thans voorbije eeuw eindelijk te kans om te rijpen als een goede wijn en haar bijzondere alle technieken voorbij gaande eigenschappen te etaleren, want ook hier geldt kwaliteit komt altijd bovendrijven.

Dat werd me weer eens duidelijk gedurende het beluisteren van deze bijzondere aan kamermuziek van Xenakis gewijde productie. Niet dat deze composities al niet eerder zijn opgenomen, dat stellig, maar met één belangrijk verschil. Namelijk dat de materie voor de bij deze uitgave betrokken musici volledig tot een tweede natuur is geworden, terwijl men in veel vroegere uitvoeringen, om het even hoe fascinerend ook, soms niet aan de indruk ontkwam dat de zaak nog moest worden overmeesterd, iets wat op zichzelf trouwens heel fascinerend is om te horen, maar dat is weer een ander verhaal.

Nee, wat Wiegers, Mulder en hun kompanen duidelijk maken is dat de toonkunst van deze soms ongemeen weerbarstig overkomende Griek traditie is geworden, een jonge weliswaar, maar toch. Opeens hoor je dan verbanden tussen de meest complexe pianosonates van Beethoven en die magistrale kosmos van het pianostuk ‘Evryali’, dat door Mulder met een zowel haarscherpe articulatie als een bijkans onvoorstelbare souplesse in klinkende munt is omgesmeed. ‘Dikthas’ stoelt op de tegengestelde kwaliteiten van de viool en de piano, wat eensdeels leidt tot uiterst suggestieve en grillige confrontaties maar ook bij vlagen tot intrigerende versmeltingen. Ik heb nog nooit zo’n meeslepende en geconcentreerde uitvoering gehoord als deze.

Klinkende sculpturen

En dat brengt mij op de extremen in Xenakis’ biologerende klantaal, die fluctueert tussen uitgekiende verkenningen op het gebied van sonoriteit en ritmiek alsmede een kracht die soms heel lijfelijk werkt en de elementaire kant van zijn componeren behelst. Twee uitersten die toch naadloos in elkaars verlengde liggen. Trouwens, over lijfelijk gesproken, niet alleen komt het geheel als zodanig op de luisteraar over, het fysieke is tevens een aspect dat onlosmakelijk is verbonden met het vertolken van Xenakis’ partituren, waarvoor niet alleen een diep-peilende muzikaliteit is vereist, maar tevens het vermogen zich lichamelijk vol energie op de noten te storten. Heeft de muziek van Xenakis – conform de titel van deze cd – iets van ‘gewapend beton’, ook als musicus moet men dus, althans overdrachtelijk gesproken, uit deze materie zijn gehouwen. In diepste wezen laten de werken op deze cd zich beluisteren als klinkende sculpturen en sterker nog: zijn die stukken op zich te beschouwen als getoonzette verslagen van het bewerken van de stof waaruit deze klankorganismen, want dat zijn het, zijn opgetrokken. De directe opname van Norbert Veel Geluidsproducties maakt dat je bijna letterlijk bij de uitvoeringen aanwezig bent.

Voor menigeen is de naam van Xenakis, behalve met reken- en wiskundige operaties, ook verbonden met een stijl die modern is in de zin van de hyper avant-garde. Voor hetzelfde geld zou je echter kunnen beweren dat zijn muziek oud is in de singuliere zin van dat woord. Ik denk hier in het bijzonder aan de twee solostukken voor viool ‘Mikka’ en ‘Mikka S’ waarin onder meer het gebruik van microtoonsafstanden en de omgang met het timbre bij mij associaties wekten met de inheemse Griekse muziek van het eerste uur, met een klankgemiddelde dat ondubbelzinnig herinnert aan dat van de aulos of schalmei. En dan bevinden we ons opeens lichtjaren ver verwijderd van de technocratische wereld van Darmstadt. Ergo: in meer dan een opzicht is de muziek van Xenakis dus zeer traditiebewust, waarbij het begrip traditie natuurlijk zo ruim mogelijk moet worden genomen.

Kamermuziek als understatement

Nu nog iets over de term ‘kamermuziek’, die in het geval van Xenakis’ superieur op deze disc vereeuwigde werken als een immens understatement moet worden gezien. In wezen is de impact die deze stukken zonder uitzondering op de toehoorder achterlaten ronduit symfonisch, zij het dan voortgebracht door enkele musici en veelal één musicus. Die indruk wordt nog versterkt indien deze cd, wat nadrukkelijk aanbeveling verdient, zo luid mogelijk wordt afgespeeld. Dan wordt duidelijk dat de rijkdom aan klanken en ritmische hoogstandjes dermate intens is, dat het gebruikte instrumentarium als het ware wordt ontstegen. En dan word je ook, gesteld dat er ongestoord kan worden geluisterd, totaal geabsorbeerd door deze muziek die met niets voor of na Xenakis valt te vergelijken.

Tenslotte nog een opmerking over de presentatie. Ik koester evenals zo velen de talrijke zegeningen van het computertijdperk, maar ben een ouderwetse muziekliefhebber die graag een volwaardig product koopt, in dit geval een cd plus een begeleidend boekje met toelichtingen. Helaas ontbreken die en is men daarvoor aangewezen op de website www.zeventignegentig.nl


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links