CD-recensie

 

© Maarten Brandt, mei 2010

 

 

Villa-Lobos: Complete symfonieŽn - New York Skyline Melody - Overture de L'Homme Tel - Suite pour cordes - Sinfonietta I . Lothar Odinius (tenor), Henryk BŲhm (bariton), JŁrgen Linn (bas-bariton), Leden van het Staatsopernchor Stuttgart, SWR Vokalensemble Stuttgart en Radio-Sinfonieorchester Stuttgart des SWR o.l.v. Carl St. Clair.

CPO 777 516-2 • 7.02' • (7 cd's)


Al sedert jaar en dag timmert CPO aan de weg met het uitbrengen van complete symfonische cycli van componisten die door de toonaangevende orkesten stiefmoederlijk of niet worden bedeeld. En dit doorgaans op een niveau dat varieert van gedegen tot voortreffelijk.

Hoewel men altijd compleetheid nastreeft is dit in het geval van de Braziliaanse componist en cellist Heitor Villa-Lobos (1887-1959) niet mogelijk gebleken. De argeloze liefhebber ziet op de voor- en achterkant van bovenstaande set weliswaar de vermelding 'complete symphonies' staan;† nadere inspectie leert echter dat de Vijfde symfonie - welke deel uitmaakt van een in het teken van oorlog en vrede staande symfonische trilogie (bestaande uit de nummers 3, 4 en 5) -† in deze verzameling schittert door afwezigheid. Naar het manuscript van dit werk wordt al meerdere decennia gezocht, maar de conservator Marcelo Rodolfo van het Villa-Lobos museum in Rio de Janeiro heeft er tot op heden nog niet de hand op kunnen leggen. De overlevering wil dat de wereldpremiŤre van de symfonie in kwestie was gepland in 1950 en zou plaatsvinden in de New Yorkse Carnegie Hall onder leiding van Eleazar de Carvalho. Het evenement moest evenwel ter elfder ure worden geannuleerd omdat de partituur nooit is aangekomen. De mare wil dat Villa-Lobos' eerste vrouw er iets mee te maken zou kunnen hebben, getuige een soortgelijk voorval met de lang verloren gewaande Derde symfonie (1919) die echter plotseling boven water kwam.

Betovering

Hoe het ook zij, wie een beeld wil verkrijgen van Villa-Lobos' eclectische klanktaal zal in deze set veel van zijn of haar gading terugvinden. Ook al is het niet allemaal goud wat er blinkt. Duidelijk is al meteen de frictie tussen het streven naar een klassieke vorm en de ideeŽn die daar niet altijd mee sporen. Of, anders gezegd, Villa-Lobos' muzikale fantasie leent zich beter voor een vrije rapsodische opzet dan de geslotenheid die per definitie eigen is aan het klassieke erfgoed. Vandaar dat ik door de bank genomen sterker onder de indruk ben van bij voorbeeld Villa-Lobos' zowel klein- als grootschalig aangelegde Choros composities dan van de symfonieŽn. Het best op dreef is de componist in de langzame delen van de symfonieŽn, waarin men vooral ook harmonisch gezien onder de bekoring raakt van de betovering die ook, zij het dan in veel sterkere mate, in de Choros-stukken wordt aangetroffen. Hoezeer de maker er ook op uit was het exotische element in zijn klanktaal te doen excelleren - 'Choro' is van oudsher een Braziliaanse muzieksoort die is gebaseerd op danselementen en die voorts wordt getypeerd door een hoge graad aan improvisatie - het paradoxale is dat de compositorische procedťs (waaronder een dankbaar gebruik van polytonaliteit) die hier aan ten grondslag liggen niet uit zijn geboorteland stammen maar onmiskenbaar duidelijk stoelen op de muziek van onder meer Debussy, Ravel, Milhaud en Stravinsky, waarmee Villa-Lobos tijdens zijn verblijf in Parijs tussen 1923 en 1930 in aanraking was gekomen. Soms zijn er zelfs Duitse invloeden in de symfonieŽn van de Braziliaanse meester hoorbaar, zoals in het langzame deel van zijn Elfde symfonie (1955) waarvan bepaalde akkoorden bij vlagen aan Hindemith doen denken.

Evenwicht

Een verhaal apart is de groot geproportioneerde Tiende symfonie die werd gecomponeerd om het 400-jarig bestaan van de Braziliaanse metropool S„o Paulo mee op te luisteren. Dit werk, niet geheel onterecht vanwege het hoge aantal uitvoerenden (drie mannelijke solisten, grote koorformaties en een zeer omvangrijk orkest), Villa-Lobos' 'Sinfonie der Tausend' genoemd, is soms zelfs doortrokken van een mahleriaanse adem, speciaal waar dit het vierde en langzame deel betreft met een speelduur van ruim een half uur. Dit in 1954 tot stand gekomen en halverwege symfonie, cantate en oratorium (de componist zelf noemt het geheel een oratorium) balancerende werk is stellig het meest imposante onderdeel van deze set. Niet alleen Mahler, maar ook flarden van Bartůk en Stravinsky passeren de revue binnen een orkestraal decor dat niet zelden een muzikaal equivalent lijkt van een full-color Peter Stuyvesant reclame. Van de overige symfonieŽn boeide me vooral de Tweede (1917), die met haar speelduur van ruim vijftig minuten samen met de een kleine vijf kwartier in beslag nemende Tiende de langste symfonie van Villa Lobos is. Geest, inhoud en vorm verkeren hier in optimaal evenwicht en van de stoplappen die in de andere symfonieŽn het volhouden van de concentratie tijdens het luisteren, bemoeilijken, is hier ternauwernood sprake.

 
  Heitor Villa-Lobos

Historisch document

En dat brengt me op het probleem van het symfonische oeuvre van Villa-Lobos, namelijk dat er, anders dan bij Beethoven, Bruckner of Mahler, maar ook dan bij 20ste-eeuwse componisten als Henze, Hartmann, Lutoslawski en zelfs Milhaud (aan wiens stijl Villa-Lobos af en toe ook herinnert) geen sprake is van een duidelijke evolutie in de ontwikkeling. Of men nu de snelle delen van de Zevende, Negende of de Twaalfde symfonie hoort, de muziek is in feite volstrekt inwisselbaar. Razend knap gecomponeerd in de zin van een perfecte beheersing van het mťtier, dat wel. En alles klinkt in termen van orkestratie ook precies zoals het volgens de regelen der kunst moet. Hier is een op en top vakman aan het woord. Maar levert zoiets per definitie noodzakelijke muziek op? Om maar weer eens een ander voorbeeld te noemen: onze landgenoot Matthijs Vermeulen, op wiens symfonieŽn men, zeker in vergelijking met Villa-Lobos in puur formele zin van alles zou kunnen aanmerken. Maar wat zijn de dieper liggende ideeŽn fascinerend, ideeŽn waarvan een obsederende werking uitgaat en waardoor je onafgebroken op de punt van je stoel zit te luisteren. Dat laatste lukt Villa-Lobos slechts bij momenten en dan nog het meest in zijn Tweede en Tiende symfonie en een enkele maal in de langzame geledingen van zijn overige symfonieŽn. Plus in zijn charmante, innemende Suite pour cordes (1913) waarin een ontroerende nostalgie doorklinkt en een strijkerscultuur die duidelijk heeft geprofiteerd van Dvorák en Tsjaikovski.

De uitvoeringen door de Radio-ensembles uit Stuttgart onder supervisie van de uit Texas afkomstige dirigent Carl St. Clair zijn van respectabel niveau, ook al komt de muziek soms net een fractie te nuchter uit de luidsprekers. Om Villa-Lobos' klanktaal te laten boeien zou een iets minder no nonsense aanpak niet hebben misstaan. De opnames zijn over het algemeen helder en laten de talrijke orkestrale details duidelijk aan het licht komen. Maar graag had ik wat meer sonore diepte en perspectief gehoord. Aan de andere kant, van nogal wat symfonieŽn van deze componist (een aantal zijn eerder vastgelegd op doorgaans moeilijk verkrijgbare labels) zijn dit de enige registraties en dit feit alleen al maakt een uitgave als de onderhavige tot een belangwekkend historisch document.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links