CD-recensie

 

© Maarten Brandt, april 2012

 

 

Stravinsky: Le sacre du printemps – De vuurvogel (suite, versie 1919) – Scherzo à la Russe – Tango

Budapest Festival Orchestra o.l.v. Iván Fischer

Channel Classics CCS SA 32 112 • 63' • (sacd)

 

 


Het aantal Sacres op cd is zo langzamerhand met geen mogelijkheid meer bij te benen. Zoveel is zeker, het ooit als een super schandaal begonnen werk van Igor Stravinsky behoort zo langzamerhand bijna tot de ‘music for the millions’. Ook is het stuk inmiddels door zowel rijpe als groene orkesten veroverd, jeugd- en conservatoriumorkesten bepaald niet uitgezonderd. Men moet dus wel van zeer goeden huize komen om te kunnen imponeren in dit ooit geruchtmakende opus. En zeker om het ongenaakbare en weerbarstige karakter van deze op en top in klank belichaamde ‘Taferelen uit het heidense Rusland’ voor het voetlicht te krijgen. Ik bezit een oude op Music & Arts uitgebrachte live-opname door het Boston Symphony Orchestra onder leiding van Pierre Monteux – die in 1913 immers voor de chaotische en spraakmakende vuurdoop tekende - uit 1957 (niet te verwarren met zijn op RCA verschenen studio-registratie) waarvan een heleboel technische details niet kloppen. Maar wat broeit en gloeit het, en wat is de spanning om te snijden, ja bijna op het ondraaglijke af. Dit alles tot uitdrukking komend in lava-achtige climaxen van een ongekende ruigheid, die je het povere mono geluid haast doen vergeten. En dan is er die grandioze Decca-opname uit de jaren zestig van de vorige eeuw van Zubin Mehta en de Los Angeles Philharmonic, die nota bene door Stravinsky in eigen persoon hoger werd aangeslagen dan die met het Columbia Symphony Orchestra onder hemzelf (Sony). Niet alleen een lezing die recht doet aan de scherpe en expressionistische kanten van de Sacre (en waartegen Mehta’s ‘remake’ met de New York Philharmonic voor Sony totaal verbleekt) ook een cd die in termen van geluidsweergave demonstratiekwaliteit bezit. Dat laatste gaat tevens onverminderd op voor de – helaas niet meer verkrijgbare – Philips vastlegging door de Berliner Philharmoniker onder supervisie van Bernard Haitink en wijlen geluidstechnicus Volker Straus. Tenslotte mag uiteraard de alles omverwerpende en verhitte verklanking door het Koninklijk Concertgebouworkest onder leiding van Colin Davis (Philips) niet onvermeld blijven.

Veel geluid en weinig ‘body’
Met dit alles in het achterhoofd zette ik mij aan de heet van de naald verschenen nieuwe vertolking door het befaamde keurensemble uit Boedapest en hun chefdirigent Iván Fischer. Een beproefde combinatie, gezien onder andere modelinterpretaties van Bartóks Blauwbaards Burcht, de Zevende en de Achtste symfonie van Dvorák alsmede de Tweede symfonie van Mahler, om slechts enkele voorbeelden te noemen. De verwachtingen waren dus hooggespannen. Maar, helaas, het resultaat viel me niet mee. Natuurlijk valt er ook iets voor te zeggen de Sacre voor de afwisseling eens ‘klassiek’ te benaderen, dus op een wijze waarbij de nadruk eerder op de structuur dan de expressie ligt en waarbij het in eerste instantie gaat om het etaleren van de onderliggende symfonische vorm en niet zozeer het articuleren van de afzonderlijke onderdelen. Dat zoiets ook tot imposante resultaten kan leiden, blijkt uit de verklanking door het Cleveland Orchestra onder leiding van Pierre Boulez (DG). Evenals zijn illustere Franse voorganger laat ook Fischer zijn benadering vanuit een soort onderdruk-situatie ontstaan. Niettemin blijft die onderdruk wel erg lang gehandhaafd, komt het geheel daardoor te aardgebonden tot leven en mist de zaak voldoende veerkracht. Voor een niet onaanzienlijk deel is dit ook aan de opname te wijten, die in de tutti over het algemeen weliswaar luid overkomt, maar die merkwaardig weinig gedifferentieerd (slagwerk) en soms zelfs uitgebeend werkt. Neem de Danse de la terre waar de paukenfiguren weinig tot geen reliëf bezitten. Nee, dan de oude Stravinsky-versie uit 1960. Onder hem komen die paukenfiguren perfect doortekend uit de luidsprekers. Ter controle het geheel ook nog eens in de surround-modus beluisterd. Jammer genoeg trad in het hierboven geschetste beeld geen verbetering op, integendeel. De indruk werd zelfs nog versterkt dat blazers en slagwerk wel erg ver uit elkaar waren getrokken, met als gevolg opnieuw: veel geluid en weinig ‘body’.

Een veel gunstiger impressie laten de uitvoeringen van het Scherzo á la Russe (symfonische versie) de Tango en de 1919-suite van De vuurvogel achter. Hier maakt de anonimiteit van de Sacre plaats voor een aanstekelijk werkende idiomatische aanpak, met als gevolg dat de muziek in al haar rijke en kleurige poëzie tot ons spreekt. Voor de Sacre houde men zich aan de eerder genoemde referentie-opnames. En wie een opwindende uitvoering op dvd zoekt, is opnieuw met Haitink en de Berliner (TDK European Concert 1993 vastgelegd in de Royal Albert Hall) prima uit, ook en niet in de laatste plaats opnametechnisch.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links