www.op.klassiek.nl

CD-recensie

 

© Maarten Brandt, oktober 2015

 

Picturing Skrjabin

Skrjabin: Mazurka in e, op. 25/3 - Prelude in a, op. 11/2 - Prelude in e, op. 11/4 - Prelude in fis, op. 11/8 - Prelude in E, op. 11/9 - Prelude in B, op. 11/11 - Prelude in As, op. 11/17 - Sonate nr. 4 in Fis, op. 30 - Poème in Fis, op. 31/1 - Prelude in bes, op. 37/1 - Twee stukken, op. 57 (Désir en Caresse Dansée) - Twee preludes, op. 67 (Andante en Presto) - Sonate nr. 9, op. 68

(Julian) Skrjabin: Prelude, op. 3/1 - Prelude, op. 3/2 - Prelude (1919)

(Thelonious) Monk (arrangement Roman Rofalski): Ask Me Now

Helena Basilova (piano)

Quintone Q15003 54'

Opname: febr./maart 2015, Banff Centre, Banff (Canada)

De cd staat ook op Spotify (zie de rechterkolom), maar helaas met fouten. In plaats van de twee préludes van Julian Scriabin horen we tweemaal de Préludes op. 67 van Alexander. De Prélude uit 1919 van Julian staat er wel op.

   

De pianiste Helena Basilova, dochter van de componist Alexander Basilova, is van Russische afkomst, maar groeide op in Nederland. Haar repertoire omvat tal van stijlperiodes, variërende van de pianopartij in Beethovens Vioolsonates tot en met Messiaens Quatuor pour la fin du temps en Weberns Kwartet, op. 22. Dit neemt allemaal niet weg dat de muziek uit haar vaderland in haar optreden ondubbelzinnig centraal staat, waaronder die van Alexander Skrjabin. Deze aan laatstgenoemde componist gewijde uitgave is de tweede cd die Basilova voor het label Quintone heeft opgenomen. De eerste disc is gewijd aan pianomuziek van Janaçek en over de tweede, 'Picturing Skrjabin', lezen we in het erbij horende booklet dat dit "Follow-up album" tot doel heeft opnieuw de aandacht te vestigen op een componist wiens oeuvre tamelijk wordt verwaarloosd. Nu valt dat laatste wel mee, want het aantal Skrjabin-opnames is inmiddels zeer omvangrijk en dus heeft Basilova heel wat concurrentie op dit gebied te duchten. Onderhavige uitgave werd in april van dit jaar gepresenteerd in het vernieuwde Skrjabin museum van de Moskouse concertzaal teneinde de herdenking van de 100 ste sterftedag van de meester extra luister bij te zetten.

Gemengde gevoelens
Het beluisteren van dit op zich boeiend geprogrammeerde recital, waarin binnen 55 minuten een representatief beeld van Skrjabin's stilistische ontwikkeling wordt geschetst met nog een aantal interessante aanvullingen, heeft gemengde gevoelens bij me opgeroepen. Aan techniek schort het bij Basilova allerminst, integendeel. Maar soms wel aan verbeeldingskracht en raffinement. En uitgerekend deze eigenschappen zijn onontbeerlijk om aan Skrjabin's klanktaal een extra dimensie te geven. Al meteen de Mazurka, waarmee de cd begint, komt bij vlagen erg statisch tot leven en in de selectie uit de Preludes, op. 11 treffen we soms mooi getrokken lijnen aan en een fraaie sonoriteit, maar zou men soms ook meer suspense wensen en een vloeiender betoog. Basilova's toucher is zo nu en dan qua sensualiteit net niet subtiel genoeg, terwijl bepaalde overgangen (speciaal gedurende het slot van op. 11/9) te nadrukkelijk gestalte krijgen.

Climax
In de Vierde sonate liggen de kaarten in zoverre anders dat, na een wat aarzelend begin, een prachtige spanningsboog ontstaat met in het Prestissimo volando een ruisend en glansrijk betoog. Maar in de Twee stukken, op. 57 mis je toch de hier duidelijk vereiste sierlijkheid en zou men zich bovendien een aanzienlijk gevoileerder klankgemiddelde wensen. In eensluidende zin valt te berichten over de Poème, op. 32/1. Wie naar uiteenlopende interpreten als bij voorbeeld Ashkenazy (Decca) en Horowitz (RCA/Sony) luistert, weet en voelt precies wat er ontbreekt. In deze is Basilova absoluut geen partij. Een dieptepunt is de Prelude op. 67/1 en dit niet alleen vanwege het (wat mij betreft: te) langzame tempo, maar nog meer door de stroperigheid, de slepende voortgang en het daardoor volledig ontbreken van het mysterieuze karakter waarvan dit fascinerende brok muziek is doordesemd. Daarentegen slaagde het meteen daaropvolgende Presto, op. 67 prima. Juist ook omdat de nerveuze energie van dit stuk in Basilova's spel voorbeeldig wordt gekanaliseerd. In de Negende sonate speelt Basilova haar hoogste troeven uit. De obsederende trekken van deze 'Zwarte mis' worden door haar in brede - maar ook markant geslepen - tempi tot in de kern getroffen, met een werkelijk hallucinerend overkomende climax vlak voor het slot.

Invloed
Julian Skrjabin was de zesde van de zeven kinderen van Skrjabin en de enige loot uit zijn huwelijk met zijn tweede echtgenote, Tatiana de Schloezer. De op deze cd vastgelegde Twee preludes op. 3 van Skrjabin jr. zouden even gemakkelijk deel hebben kunnen uitmaken van de vroege preludes van zijn vader. Dat ligt bij de in 1919 tot stand gekomen Prelude anders. In dit grotendeels tweestemmige en over wijde registers verlopende stuk is een soort intrigerende kaalheid bespeurbaar. Pas tegen het eind klinken enkele - al dan niet dwingende - akkoorden. Hier uit Julian zich in een meer persoonlijke getint idioom. Als uitsmijter horen we 'Ask Me Know' van het Amerikaanse Jazz-fenomeen Thelonious Monk (1917 - 1982) in een bewerking/arrangement van Roman Rofalski, die de in dit nummer in harmonische zin aanwezig zijnde Skrjabin-elementen - zoals bijvoorbeeld het befaamde mystieke (en door Skrjabin's 'Prometheus' beroemd geworden) akkoord, qua werking heeft versterkt. Want zoveel is duidelijk, het harmonische vocabulaire van componisten als Skrjabin, Ives, Berg en Schönberg is van verstrekkend invloed gebleken op niet alleen Monk, maar ook vele andere Jazzmusici.

De opname is helder, maar mist wat aan sfeer en ambiance, hoewel de tweede helft van de cd wat dat betreft aantrekkelijker overkomt dan de eerste.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links