CD-recensie

 

© Maarten Brandt, november 2016

 

Leo Samama - I fear not wave nor wind!

Samama: En Hollande op. 56 - Klarinetkwintet op. 51 - Sextet op. 55 - La Grand Quatuor op. 79 - I fear not wave nor wind! op. 86 - Trois Bagatelles op. 85 - Treurmuziek II op. 69

Daniel Kwartet, Nienke Oostenrijk (sopraan in En Hollande), André Kerver (klarinet in Klarinetkwintet) Valerius Ensemble, Arcadia Kwartet (in Le Grand Quatuor), Dudok Kwartet, Jasper Schweppe (bariton in I fear not wave nor wind!), Nairi Kwartet (in Trois Bagatelles), Matangi Kwartet en Noor Kamerbeek (fluit in Treurmuziek II )

Et'cetera KTC1561 • 80'+69' • (2 cd's)

Opname: november 2000 en oktober 2001, Koepelkerk, Renswoude (cd 1), 2007-2016, div. locaties (cd 2)

www.leosamama.nl

www.etcetera-records.com

 

Er zijn, om met wijlen Leo Samama's landgenoot en collega Robert Heppener te spreken, twee soorten componisten: de ontginners en de dankbare gebruikers van het landschap. Om misverstanden te voorkomen, dit laatste houdt bepaald geen waardeoordeel in, integendeel. Het is uiteindelijk de kwaliteit die moet komen bovendrijven en maken dat de muziek weet te overtuigen. Bach, Beethoven, Debussy, Wagner, Boulez en Stockhausen waren bijvoorbeeld typische ontginners, Schumann, Fauré, Ravel en Martin daarentegen de dankbare gebruikers. En als het over Nederland gaat, dan waren en zijn Vermeulen, (Louis) Andriessen en Van Vlijmen - om het even hoe verschillend ze ook waren - echte ontginners, terwijl Heppener, Keuris en Samama eerder in de categorie van de gebruikers thuishoren. En wat voor gebruikers! Want in alle drie de gevallen is sprake van oersterke muzikale persoonlijkheden met een onvervreemdbaar eigen, lees: oninwisselbare taal. Het fascinerende in het geval van Samama (geboren in 1951) is bovendien dat hij niet alleen tot de meest vooraanstaande (en publicerende!) muziekwetenschappers van dit moment in ons land mag worden gerekend, maar dat hij bovendien als functionaris - hij was onder meer artistiek adviseur van het Koninklijk Concertgebouworkest plus artistiek directeur van het Residentie Orkest en het Nederlands Kamerkoor - geducht zijn sporen heeft getrokken. Dus, als iemand het muzikale landschap ten voeten uit kent, dan is het Samama wel. Deze fraaie dubbel-cd geeft een uitermate fraaie dwarsdoorsnede van zijn kamermuziek oeuvre en bestrijkt een periode van maar liefst 17 jaar, die reikt van 1998 (Klarinetkwintet) tot en met 2015 (I fear not wave nor wind!). Wat in algemene zin meteen opvalt is niet alleen het constant hoge niveau van de muziek, maar ook de hoge graad aan toegankelijkheid. Een toegankelijkheid die deels valt te verklaren uit het feit dat Samama's componeren in een overwegend tonaal idioom wortelt, zij het dat dit nooit tot simpel- en, laat staan, oppervlakkigheid leidt. Want ook een ander ding is ondubbelzinnig duidelijk en dat is de onmiskenbare doorwrochtheid waarmee Samama zijn ambacht in klinkende munt omsmeedt. De muziek spreekt dan wel, ook bij globale beluistering, meteen aan, dit neemt allerminst weg dat het betoog doorgaans zo rijk is dat tegelijkertijd voor de doorwinterde fijnproever enorm en duurzaam veel te beleven valt. En dat laatste is het grootste compliment dat men aan het adres van een componist kan maken.

 
 
Leo Samama

Melancholieke ondertonen
Neem het Klarinetkwintet (1998, gecomponeerd voor het 50-jarig bestaan van de staat Israel) met zijn talrijke melancholieke ondertonen. Opvallend zijn - onder andere in het openingsdeel - de dikwijls ijle liggingen van de strijkers (loepzuiver gerealiseerd door de leden van het Daniel Kwartet), afgewisseld door pizzicati, die een meanderende achtergrond vormen voor de klarinet. Vanuit dit ingetogen vertrekpunt komt het tot een uitbarsting die met recht handenwringend kan worden genoemd, maar waarvan de dramatiek - en dat geldt onverkort voor Samama's klanktaal in het algemeen - nooit ook maar bij benadering naar het pathetische of sentimentele zweemt. Opvallend is voorts dat de vier delen of geledingen zonder onderbreking in elkaar overgaan, waarbij de derde geleding het onbetwiste zwaartepunt van het werk vormt. De soort dramatiek herinnert hier soms aan Mahler, maar ook bij vlagen aan (Karl Amadeus) Hartmann, in wiens oeuvre, net als in dat van Samama - men leze de bij deze dubbel-cd gevoegde toelichtingen er maar op na - bepaalde melodieën uit de Joodse liturgie een rol spelen. André Kever speelt de sterren van de hemel, niet in de laatste plaats in het wervelende en van onverhulde extase vervulde slotgedeelte, waarin ruim over de helft wordt teruggeblikt op de weemoed van de langzame derde geleding.

Intensiteit
In het monumentale Sextet op. 55 (2000) heeft de maker zich mede laten inspireren door de gelijknamige composities van Brahms en in mindere mate ook door Verklärte Nacht van Schönberg, ook al wordt geenszins letterlijk uit deze werken geciteerd. Het betreft eerder het gebruik van bepaalde gebaren en de omgang met de expressie. Evenals de genoemde stukken van Samama's voorgangers, is ook dit sextet een groots aangelegde compositie. Een werk met als opmerkelijke eigenschap een uiterst doorwrocht en, mede qua tempi, rijk geschakeerd en door een uitvoerige alsmede virtuoze pizzicato-introductie ingeleid scherzo, die op haar beurt culmineert in een breed-uitwaaierende lyrische episode (allargando). Een episode die soms herinnert aan de langzame passages uit de strijkkwartetten van Bartók, als gevolg waarvan het scherzokarakter meteen als sneeuw voor de zon verdwijnt. Ook al omdat dit middengedeelte verreweg de meeste tijd van het tweede deel in beslag neemt. Was het allargando al van het onmiskenbare intensiteit, die wordt nog in niet onaanzienlijke verdiept in het derde deel, het tot in de diepste kern geconcentreerde molto adagio, dat ik niet alleen tot de top van het kamermuzikale componeren van Samama reken, maar ook tot dat van de laatste decennia uit ons land in het algemeen. Zonder meer grootse muziek, die het voor de volle honderd procent verdient op de internationale podia te worden vertolkt, broederlijk verenigd met dat van Mozart, Beethoven, Brahms, Berg en Bartók. De vertolking door het Valerius-ensemble is er een om door een ringetje te halen.

'Spätstil'
In het monumentaal aangelegde en door het Arcadia Kwartet subliem vertolkte Le Grand Quatuor op. 79 (2011) is de toon objectiever dan in beide hiervoor gesignaleerde werken. Hier klinkt ons als het ware een echte 'Spätstil' in de zin van niet alleen de ultiem gerijpte Bartók, maar ook de late Beethoven tegemoet (en de late Berg, want in het tweede deel wordt gezinspeeld op een van de snelle delen uit diens Lyrische Suite). Dit is muziek die al meteen tijdens het ogenblik waarop de inkt nog nat was al meteen klassiek was. Zoals uit het voorgaande al zonneklaar blijkt is de toon van deze 'musique pure' heel centraal-Europees. Samama absorbeert alle invloeden van links tot rechts op een volkomen natuurlijke manier, net zoals men de lucht inademt, maar weet deze op hun beurt volledig te absorberen en vervolgens te abstraheren tot een volstrekt eigen taal en vocabulaire. Ik ken maar weinig componisten van eigen bodem die in hun kamermuziek dit niveau weten te halen en als me in deze al een naam te binnen schiet, dan is het die van de - ook door Samama hogelijk bewonderde - en veel te jong gestorven Tristan Keuris. Een geniale vondst is het magisch-verstilde slot van het laatste deel.

Voorbeeldige uitvoeringen
Veel zou er nog over deze fraaie dubbel-cd zijn te zeggen, zoals over de kleinschaliger composities, waaronder de in 2001 voltooide en in opdracht van de Staten Generaal geschreven Treurmuziek II , die deel uitmaakt van een reeks in het teken van rouw staande composities met als doel te worden gebruikt in geval prins Claus, Prinses Juliana of Prins Bernhard zouden komen te overlijden. Kenmerkend voor laatstgenoemde compositie - waarvan ook een versie voor fluit en strijkorkest bestaat, maar hier de versie voor dit instrument met contrabas en strijkkwartet klinkt) - is het ingenieuze gebruik van de dalende lamento-bas, die haar faam dankt aan Purcells opera Dido and Aeneas. Noor Kamerbeek en de leden van het Matangi Kwartet tekenen voor een zeer doorleefde en recht tot het hart sprekende uitvoering.

In En Hollande op. 56 (2000) en I fear not wave nor wind! op. 86 (2015) voor respectievelijk sopraan en bariton plus strijkkwartet vormen weliswaar extramuzikale elementen de aanleiding tot de composities in kwestie; dit neemt niet weg dat het muzikaal-expressieve vocabulaire ook hier zo rijk is, dat men ook zonder voorkennis van de tekstuele inhoud als luisteraar volkomen aan zijn of haar trekken komt. Ook en niet in de laatste plaats dankzij de voorbeeldige uitvoeringen door de beide ensembles alsmede Nienke Oostenrijk en Jasper Schweppe. Samama laat zich hier soms van een meer speelse kant zien, maar dat betekent allerminst dat de muziek daarom aan diepgang inboet, integendeel. Ook niet in de voor het afscheid van Arie Westerlaken als voorzitter van de Nederlandse Strijkkwartet Akademie in 2014 geschreven Trois Bagatelles: net zoals zijn klassieke voorvaderen bewijst Samama dat hij zowel in groot- als kleinschalig verband het metier op het hoogst denkbare niveau beheerst.

Lyrisch-bewogen klanktaal
Wat de documentatie betreft, met uitstekende toelichtingen Emile Wennekes en Samama zelf, moet me jammer genoeg wel van het hart dat de discografie een rommeltje is en er een hele zoektocht voor nodig was om er achter te komen wie precies bij elke uitvoering was betrokken. Een enorm pluspunt van deze hoe dan ook riante uitgave is daarentegen niet alleen het superieure gehalte van de muzikale verrichtingen, maar niet minder ook de constant hoge tot zeer hoge kwaliteit van de opnames, die immers op diverse locaties zijn vereeuwigd en waarvan de tijdsspanne bijna twee decennia omvat. En dat zou men al luisterende bepaald niet zeggen. Een voltreffer dus deze dubbelaar en een ideale mogelijkheid te kunnen kennismaken met de expressieve en lyrisch-bewogen klanktaal van een van de meest belangrijke kamermuziekcomponisten uit den lande van dit moment: Leo Samama!


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links