CD-recensie

 

© Maarten Brandt, december 2020

Regards sur l'Infini

Saariaho: Parfum de l'instant
Dutilleux: Chanson de la déportée
Debussy: De rêve – De grève
Delbos: Ai-je pu t'appeler de l'ombre
Messiaen: Poèmes pour Mi
Delbos: Dors
Debussy: De fleurs – De soir
Dutilleux: Regards sur l'Infini
Saariaho: Il pleut

Katharine Dain (sopraan), Sam Amstrong (piano)
7 Mountain Records 7MNTN-024 • 68' •
Opname: Augustus 2020, Concertzaal De Vereeniging, Nijmegen

Zie ook: Olivier Messiaen et les Années 30

   

Je komt het niet vaak tegen op cd, een programma waarvan louter het lezen je al doet watertanden. En dan hebben we het alleen nog maar over de geniale opbouw, de architectuur, de inhoudelijke samenhang en wat dies meer zij. Vandaar dat ik de werken op deze wijze in de discografie onder elkaar heb gezet, zodat u dit artistieke wonder in één oogopslag kunt aanschouwen. Allereerst dit: deze schitterende uitgave valt niet los te zien van de actualiteit van het moment. Namelijk de pandemie die de hele wereld op dit ogenblik meedogenloos in haar greep houdt en veelal leidt tot een bijkans volledig isolement. Tot datgene wat door onze regeringsleiders abusievelijk ‘social distancing' wordt genoemd. Wat een onzinnige term is, aangezien waar het op neerkomt uiteraard niet de sociale, maar de fysieke verwijdering of met andere woorden ‘physical distancing' is. In psychisch opzicht zijn we meer dan ooit op elkaar aangewezen en het heeft er op z'n minst de schijn van dat de noodzaak van de behoefte aan intrinsiek-menselijke verbinding wellicht nog nooit zo nadrukkelijk wordt gevoeld als nu aan het einde van 2020 tijdens het heersen van de bijna volledige lockdown. Het is hier niet de plaats om een politiek debat aan te zwengelen over de rechtvaardigheid van deze of gene maatregel. De media doen dat in hun ‘talkshows' tot in den treure en noemen daarbij alle aspecten. Te weten met één belangrijke uitzondering: het wijzen op het ontbreken van het besef bij het merendeel van de politici van de immense betekenis van kunst in het algemeen en klassieke muziek in het bijzonder voor ons algehele welzijn.

Verbeeldingskracht
Wat zo te bewonderen valt aan de musici van dit unieke album is de wijze waarop zij van de nood een deugd hebben weten te maken. En wel door een half jaar in de door de pandemie veroorzaakte beslotenheid, dus in afzondering van het leven buitenshuis, aan de totstandkoming van dit album te werken met een ongelooflijke concentratie en verbeeldingskracht die uit elke noot haarscherp naar voren komen. Men hoort wel eens verluiden dat een crisis ook een ‘blessing in disguise' kan zijn en deze riante uitgave bewijst het in alle toonaarden. Zoals in het begeleidende persbericht valt te lezen zijn de op deze disc vastgelegde liederen zonder uitzondering geschreven onder intense omstandigheden. Of om Katherine Dain aan te halen: “Sam kwam in maart bij me in Rotterdam logeren om een aantal dagen te repeteren. Dagen werden weken, weken werden maanden. Nooit eerder hebben wij de mogelijkheid gehad om het repertoire van met name Messiaen op zo'n diepgaande wijze te verkennen en te leren begrijpen.” En niet alleen dat. Ook de liederen van Debussy, Delbos, Dutilleux en Saariaho zijn immers – hoe verschillend ook in vocabulaire en stijl – toch allemaal op deze of gene wijze ‘familie' van elkaar. Dit feit wordt nog in niet onbelangrijk opzicht versterkt door de opbouw van dit programma, die zo fenomenaal is dat – om oud artistiek directeur Piet Veenstra van het Residentie Orkest te parafraseren – het geheel niet uit negen stukken bestaat, maar het totaal als het ware tot het tiende stuk maakt. Anders gesteld, als ergens programmeren in termen van componeren kan worden gedefinieerd, dan is het wel hier. In dit bijzondere geval is de compositie onmiskenbaar duidelijk symmetrisch van opbouw. Voordat Messiaen aan de beurt komt, het zwaartepunt van deze cd, zien we namelijk de volgorde Saariaho-Dutilleux-Debussy-Delbos en daarna Delbos-Debussy-Dutilleux-Saariaho. Het gevolg is een vol subtiel drama zijnde en hoogst sensitief-kleurrijke caleidoscoop, waarin alles – het kleinste detail niet uitgezonderd – tot op de kleinste vierkante millimeter juist is geplaatst. Dus steekproefsgewijs luisteren is in deze zeker niet aan te bevelen, omdat de samenhang (niet alleen de muzikale, ook de poëtisch-inhoudelijke) u dan ten enenmale zal ontgaan.

Rode draden
Eros en Thanatos, scheiding, ver- dan wel hereniging, leven en dood, eeuwigheid en vergankelijkheid, geborgenheid versus afgescheidenheid, het verterende verlangen naar ‘thuis', oorlog en vrede (waarbij door de context van dit programma die oorlog evengoed die tegen een letterlijke als een overdrachtelijke c.q. onzichtbare vijand kan zijn), maar vooral de Liefde geschreven met een kapitale letter, vormen de belangrijke rode draden die deze liederen over de tijden waarin ze zijn ontstaan heen naadloos met elkaar verbinden. Alsof ze ‘aus einem Guss' zijn geschreven, terwijl niets minder waar is, want Debussy's bijdragen uit diens cyclus ‘Proses lyriques' dateren uit 1893 en de beide liederen van Saariaho uit achtereenvolgens 2002 en 1986. Maar wat is tijd? De aangeroerde thema's zijn immers van alle tijden, om het even of we het daarbij hebben over de middeleeuwse lyriek van de Troubadours, de liedkunst van Schubert dan wel de op deze cd vereeuwigde liederen. In alle gevallen resoneert het verlangen naar de Geliefde, het Geliefd-Aanbedene, het dikwijls geïdealiseerde beeld van DE vrouw of man en dit haast van archetypische proporties. Alsmede Eros in haar meest verheven en tenslotte ultiem gesublimeerde vorm als mogelijke weg tot versmelting met God of het Goddelijke, het traject dus van de ene naar De of Het Al-Ene, de onverwoordbare dimensie waarin niet ‘hebben' maar ‘zijn' centraal staat. Immense thema's die in diepste wezen alle grote kunst in casu muziek schragen.

De goddelijke liefde
En dat brengt ons allereerst tot het epicentrum van deze uitgave, Messiaens ‘Poèmes pour Mi'. Hij voltooide deze negen over twee delen uitgesplitste cyclus voor sopraan en piano in 1936 en orkestreerde het geheel het jaar daarna. Hij droeg dit werk op aan Claire Delbos (1906-1959), zijn eerste echtgenote die hij altijd Mi noemde, haar koosnaampje. Tegelijkertijd verwijst Mi ook naar de Goddelijke liefde ‘tout court' waarmee we raken aan de aloude mystieke filosofie van de verinnerlijkte betrekking van de menselijke ziel (de bruid) en God (de bruidegom) met Christus en de Kerk (in Messiaens geval uiteraard de Rooms Katholieke Kerk) als middelaar. Maar daarmee zijn we er nog niet, want de teksten – van de componist zelf – zijn behalve christelijk ook sterk neoplatonitisch* getint, met als gevolg dat de woorden een sterk allusieve lading krijgen en meerdere betekenislagen kennen. Maar Messiaen heeft er verder geen geheim van gemaakt dat de teksten tal van verwijzingen bevatten naar elementen uit de Psalmen en het Nieuwe Testament – onder andere uit de Evangeliën en de brieven van Paulus, maar evengoed uit de surrealistische poëzie van Pierre Reverdy (1889-1960). Deze elementen zijn doorspekt met indringende natuurtaferelen en landschapsbeelden waarvoor speciaal de door de componist intens gekoesterde Franse Alpen model zullen hebben gestaan.

Cirkel
Hoe dan ook duidelijk is dat de deels erotische inslag gaande de cyclus evolueert van een sensueel naar een steeds sterker vergeestelijkt karakter. Een ontwikkeling waarbij het lichamelijke steeds meer op de achtergrond raakt en plaatsmaakt voor een uiteindelijk puur immateriële versmelting. Een proces dat tal van beproevingen kent, waarop tevens in de gedichten wordt gezinspeeld. Op de achtergrond van dit alles speelt ook de, niet uitgesproken maar wel degelijk gesuggereerde, gedachte van de tweelingziel mee. Opnieuw een platonisch element waarbij de oermens in oorsprong als een totaal werd voorgesteld bij machte van een cirkel die uiteindelijk in twee helften uiteen is gevallen, waartussen echter altijd een enorme aantrekkingskracht manifest is gebleven. Een verlangen naar heelwording ook en die vervulling is het die, in christelijk-esoterische termen opgevat, neerkomt op die eenwording met God of het goddelijke. In feite komt de essentie van Wagners ‘Tristan und Isolde' (het door Messiaen, naast Debussy's ‘Pelléas et Mélisande' en Bergs ‘Wozzeck', meest bewonderde muziekdrama) in het algemeen en de slotscène daarvan in het bijzonder, de ‘Liebestod', op hetzelfde neer.

‘De ziel in de knop'
De ‘Liebestod' is niet los te zien van het oceanische, het oceanische dat we ooit in de baarmoeder (en volgens sommige spirituele opvattingen voor en na onze fysieke gang door het leven) hebben ervaren en dat ook een materie is dat in de poëzie van Cecile Sauvage (1883-1927), de moeder van Messiaen, een rol van betekenis speelt. Zoals in haar reeks onder de naam L'âme en bourgeon (1910, ‘De ziel in de knop') gepubliceerde gedichten waarvan een aantal door de al genoemde eerste vrouw van de componist Claire Delbos zijn getoonzet en op deze cd twee liederen zijn te horen. Messiean nam ooit een reeks orgelimprovisaties op die zijn geïnspireerd op ‘L'Âme en bourgeon'. Deze verschenen op langspeelplaat (Erato), gespeeld door de componist zelf, inclusief de declamatie van de uitgekozen gedichten door Gisèle Casadesus die er aan ten grondslag liggen. Bij mijn weten zijn ze nooit op cd verschenen. Op YouTube zijn ze echter te beluisteren.

Een van de liederen in kwestie op deze cd en waardoor ik ten zeerste ben geraakt is het volgende:

Dors dans le nid nouillet de ma chair maternelle,
Dors sans émoi, sans rêve et sans larmes encore;
Demain tu connaîtras ce que pèse ton aile
Et ton coeur tremblera de pressentir la mort.

Zo goed en zo slecht als het gaat door mij vertaald komt de inhoud op het volgende neer:

Slaap in het geborgen nest van mijn moederlijk vlees,
Slaap zonder gemoedsonrust, zonder dromen en nog zonder tranen;
Morgen zal je ervaren welke last je vleugel moet torsen
En je hart zal sidderen om de dood te verbeiden.

De muziek van de liederen van Delbos is van een zeldzame puur- en soberheid. Met een minimum aan middelen wordt alles gezegd en bovendien een immense diepte gesuggereerd. In dat opzicht, dus speciaal wat die totale afwezigheid van opsmuk betreft, lijken ze zich haast haaks te verhouden tot de sensuele weelderigheid die veelal in Messiaens ‘Poèmes pour Mi' heerst. En toch gaat het in wezen over hetzelfde. De eenheid, in dit geval het vertrek daaruit. In het zicht van de onvermijdelijke dood, die transformatie – om het in de termen van Messiaen te vatten – weer leidt tot de hereniging met diezelfde eenheid, of zoals hij dat in liturgische bewoordingen heeft genoemd ‘de heerlijkheid van het Paradijs'. Het moederlijke, mare, de zee, maria dus; archetypisch geduid zijn dit de piketpalen waarlangs veel van het op deze sublieme cd gebodene verloopt en die dus het onderliggende stramien vormen.

Herinnering
Ook in de liederen van Dutilleux en Saariaho. In die van laatstgenoemde gaat het ook over herinnering aan de geliefde, een herinnering die zelfs dreigt te vervagen, maar die toch behouden moet worden. De echo's van Saariaho's aangrijpende muziekdrama ‘L'Amour de loin' hebben duidelijk hun sporen getrokken, met dien verstande dat ze in ‘Il pleut' worden aangekondigd en in het lied waarmee de cd wordt geopend (deel uitmakende van de cyclus ‘Quatre Instants') verder zijn uitgewerkt. Een van de mooiste teksten is die van Dutilleux ‘Regards sur l'Infini' (‘Blikken op het oneindige') onder welke noemer ook deze schitterende uitgave is uitgebracht. Ik laat het gedicht met de door mij provisorisch vervaardigde vertaling hieronder volgen:

Lors que la mort succédant à l'ennui
M'accordera sa secourable nuit,
Douce au souhait que j‘eus de cesser d'être,
Je veux qu'en paix l'on ouvre la fenêtre
Sur ce morceau de ciel où mon regard
A tant prié l'injurieux hasard
De m'épargner, dans les joies ou les peines
Dont j'ai connu la suffocante haleine,
Qu'à mes côtés se reposent mes mains,
Mes mains calmes ainsi que les sages étoiles
Et sur mon front que l'on abaisse un voile
Pour l'honneur dû aux visages humains.

In mijn vertaling:

Als de dood op de weemoed volgt
En mij toestaat zijn helpende nacht te schenken,
Overeenkomstig de wens mijn zijn te doen oplossen
Laat dan het raam in vrede worden geopend
Met mijn blik gericht op dat deel van de hemel
Dat ik aanbad om bevrijd te zijn van de benauwende adem,
Hetzij in vreugde of verdriet.
Laat mijn handen naast me rusten
Mijn kalme handen gelijk de wijze sterren
En moge over mijn voorhoofd een sluier worden gelegd
Om aan alle menselijke gezichten eer te kunnen bewijzen.

Balsem voor de ziel
Prachtig hoe hier door Dutilleux het thema van het heengaan van Mélisande, pal voor het moment waarop dit geschiedt en om precies te zijn wanneer zij vraagt of het venster mag worden geopend, wordt verbonden met het lot van de hele mensheid. Over de fundamentele levensvragen gesproken! Levensvragen die ook door de op deze cd vastgelegde muziek niet sluitend worden beantwoord. Daar is kunst niet voor, ook al schuilt haar analogie met religie in het feit dat het in beide gevallen draait om de diepste kwesties van onze existentie. Nee, Kunst, Grote Kunst wel te verstaan, heeft tot oogmerk ons van die vragen bewust te maken en daar serieus mee aan de slag te gaan. Vol overgave en toewijding. Twee trefwoorden waar ook de inhoud van deze cd volop mee is te typeren, want een nog treffendere belichaming in klank van dit alles is moeilijk voorstelbaar. Voor de wijze waarop Katharine Dain en Sam Amstrong ons meenemen op deze reis naar binnen, als het ware de reis van de ziel, daarvoor is slechts één woord op zijn plaats: voorbeeldig. Rust en bezonkenheid kenmerken van begin tot eind de musiceertrant van dit fabuleuze duo. De tempi zijn aan de brede, maar nooit slepende kant en zowel de meer vergeestelijkte als extatisch episodes komen uitmuntend uit de verf. Heeft in de liederen van Saariaho en Delbos de stem het primaat, in de andere werken zijn die op volstrekt evenwaardige wijze behandeld en het is opvallend hoezeer Amstrong zijn piano-aandeel in bijvoorbeeld Debussy en Messiaen haast orkestraal weet te kleuren. Het gevolg is een breed palet aan timbres, iets wat nog in niet onaanzienlijke mate wordt bevorderd door de weldadige en in de beste zin des woords ruim bemeten akoestiek van de Nijmeegse Concertzaal De Vereeniging. Een mooier Kerstcadeau is amper te verzinnen. Juist nu. In deze tijd waarin meer dan ooit een dringende behoefte bestaat aan balsem voor de ziel.

_________________
*) Neoplatonisme is een in de Antieke beschaving ontstane filosofische stroming, die in de Franse literatuur uit de 19de eeuw zeer populair was en waarin de aan de zichtbare werkelijkheid ontleende beeldentaal verwijst naar een de materie ontstijgende realiteit. Kenmerkend voor het Franse literaire neoplatonisme is bijvoorbeeld het gedicht ‘Correspon-dances' van Charles Baudelaire, terwijl ook in het symbolistische theater van onder andere Maurice Maeterlinck veel sporen daarvan zijn te vinden, getuige diens toneelstuk ‘Pelléas et Mélisande' en waarop Debussy zijn gelijknamige muziekdrama baseerde.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links