CD-recensie

 

© Maarten Brandt, november 2017

 

Tsjaikovski: Symfonie nr. 4 in f, op. 36 – Moesorgski/Ravel: Schilderijen van een tentoonstelling
Koninklijk Concertgebouworkest
Decca Eloquence 482 5553 • 70' •
Opname: 21-22 februari 1952 (Moesorgski) en 10-11 september 1956 (Tsjaikovski), Concertgebouw, Amsterdam.

**** ***

(Antal) Dorati in Holland

Smetana: Die Moldau
Opname: 21 februari 1952, Concertgebouw, Amsterdam

Dvorák: Slavische dansen op. 45 nr. 1 in D; nr. 2 in G; nr. 3 in As*
Opname: 15 september 1956 (nr. 1), 22 oktober 1957 (nr. 2) Concertgebouw Amsterdam) en 6-8 oktober, Den Haag (nr. 3)

Van Anrooy: Piet Hein Rapsodie*
Opname: 6-8 oktober, Den Haag

Mendelssohn: Ouverture Meeresstille und glückliche Fahrt op. 27
Opname: 23-25 september 1959, Concertgebouw, Amsterdam

Schubert: Ouverture im italienischen Stile in C, D 591
Opname: 23-25 september 1959, Concertgebouw, Amsterdam

Von Weber: Ouverture Der Freischütz op. 77 - Oberon op. 67 - Euryanthe, op. 81 - Preciosa op. 78
Opname: 23-25 september 1959, Concertgebouw, Amsterdam

Berlioz: Scène d'amour uit Romeo et Juliette op. 17 – Menuet des follets, Ballet des sylphes en Marche hongroise uit La Damnation de Faust op. 24
Opnamen: 23-25 september 1959, Concertgebouw, Amsterdam

Elgar: Pomp and Circumstance March nr. 1 in D, op. 39 nr. 1
Opname: 25 september 1959, Concertgeouw Amsterdam

Koninklijk Concertgebouworkest en Residentie Orkest*
Decca Eloquence 482 5659 • 75' + 81' • (2 cd's)

www.EloquenceClassics.com

 


Ruwweg gesproken zijn er twee soorten dirigenten. Namelijk die van het internationale topklassement, dus de jetset-dirigenten die met een in verhouding beperkt repertoire de wereld rondreizen en zij die ongelooflijk breed zijn georiënteerd en – veelal te onrechte – tot de subtop worden gerekend. Tot laatstgenoemde categorie behoren bijvoorbeeld Hans Rosbaud, Rafael Kubelik en – zeker niet in de laatste plaats, wat heet! – de van Hongaarse komaf zijn grootmeester Antal Dorati (1906-1988). En, toeval of niet, alle drie dirigenten – die trouwens ook componeerden, maar dat is weer een ander verhaal – maakten regelmatig hun opwachting bij het Concertgebouworkest. Dit met niet zelden spraakmakende programma's waarin natuurlijk ook het verfrissende en uitgekiende beleid van de toenmalige artistiek leider Marius Flothuis een geducht woordje meespeelde.

Pionier
Dorati was een generalist van het zuiverste water. Zijn repertoire omvatte niet alleen alle Haydn-symfonieën (hij was de eerste dirigent die – voor Decca – al diens 104 symfonieën voor de plaat vastlegde, een megacyclus die nadien ook op cd is uitgebracht) en een keur aan registraties van zijn landgenoten Bartók en Kodály, ook was hij een van de eersten die orkestwerken van Schönberg, Berg en Webern optekende (en die op het cd-label Mercury gelukkig nog steeds verkrijgbaar zijn), waaronder onvergetelijke uitvoeringen van Bergs Drei Orchesterstücke en zijn Lulusuite. Ook was het Dorati die op Decca voor de fonografische primeur zorgde van Messiaens monumentale La Transfiguration de Notre Seigneur Jésus-Christ, dus al geruime tijd alvorens Reinbert de Leeuw zich over dergelijke muziek begon te ontfermen. Kortom, Dorati was in menig opzicht een pionier, en wat voor een!

Toonaangevende uitvoeringen
Maar ook in het ijzeren en gietijzeren repertoire geldt Dorati terecht als een grootheid. Dat bewijzen boven genoemde luisterrijke cd-uitgaven van begin tot eind. Neem Moessorsgki's Schilderijententoonstelling, die naast de legendarische vertolking van Igor Markevitch met de Berliner Philharmoniker (DG) uit diezelfde tijd, tot de toonaangevende uitvoeringen werd gerekend. En, sterker nog, ze kunnen de toets der kritiek ook anno 2017 nog moeiteloos doorstaan. Dorati's tempi zijn aan de vlotte kant, maar toch komt niets ook maar een seconde gejaagd over. Dat komt vanwege de onderliggende puls en de wetenschap dat alles binnen het geheel – dus zowel op de korte als de lange afstand - naadloos met elkaar in overeenstemming verkeert. Het resultaat is een verklanking die zich als één kolossale spanningsboog laat ondergaan en die, zij het in mono (en wat is er tegen voorbeeldig mono, want wat hier klinkt is een en al helderheid; laat dat maar aan opnameleider Van Ginniken en consorten over!) gevangen, geen wens onvervuld laat.

Expressionistische inslag
Zo mogelijk nog fenomenaler is Dorati's kijk op een van de – ook toen al – meest doodgespeelde symfonieën van Tsjaikovski; zijn Vierde. Dorati nam dit werk enige tijd later ook in stereo op met het London Symphony Orchestra, maar het is de oudere versie die – althans op mij – veel meer indruk maakt. Het is een benadering die me doet denken aan de opname die Karajan in de jaren zeventig van dit werk met ‘zijn' Berliner voor EMI maakte, terwijl de middendelen soms onwillekeurig de naam van Mravinsky (DG) in gedachten brengen. En dit alles bedoel ik uiteraard als het grootst denkbare compliment. Het eerste deel staat niet alleen bol van de dramatiek, de climaxen bezitten niet zelden een naar het hysterische neigende expressionistische inslag, waartegen het merendeel van de moderne registraties braaf afsteekt. De impact die de muziek aldus op de luisteraar maakt is daardoor bijna lijfelijk, een omstandigheid waaraan het feit dat het ook hier om een mono-opname gaat geen enkele afbreuk doet. Zelfs de finale, met een zeldzaam felle attaque gerealiseerd, brengt je op de punt van de stoel, waarbij te bedenken valt dat juist dit deel doorgaans – ook onder toonaangevende dirigenten – in hol gedaver ontaardt. In een woord: sensationeel en een van de beste Vierde's van Tsjaikovski's ooit!

Antal Dorati

Ongereptheid
Op de riant gevulde dubbelaar ‘Antal Dorati in Holland' worden we getrakteerd op een brede waaier van orkestraal kleingoed en laten het Concertgebouworkest en het Residentie Orkest horen in die jaren beide van dezelfde topkwaliteit te zijn. In mijn jeugdige discotheek bevond zich een schitterend mono 45-toerenplaatje met de Piet Hein Rapsodie van Peter van Anrooy, die nu voor het eerst in stereo valt te beluisteren. Niet alleen de ongekende ongereptheid valt op, ook de rijkgeschakeerde dynamiek van de opname die met een weldadige scherpte uit de luidsprekers komt. Ook onderstreept deze uitvoering nog eens ten overvloede dat Van Anrooy een briljant instrumentator was en dat dit stuk het verdient veel vaker te worden gespeeld dan nu het geval is. Maar ja, het gaat hier om Nederlandse muziek, hè…

Ik zei het bij een andere gelegenheid al eens. Wat is ijzeren repertoire? Welnu geen begrip dat in beton is gegoten. Dat varieert sterk per tijdvak. Om maar eens een voorbeeld te noemen, toen het Concertgebouworkest met zijn roemruchte en klankrijke geschiedenis begon waren de symfonieën van de Ierse componist Charles Vielliers Stanford (1852-1924) buitengewoon ingeburgerd, terwijl er nu nog maar weinigen zullen zijn die deze naam en laat staan diens muziek iets zeggen. In iets mindere mate kan dit laatste worden beweerd van de ouvertures van Carl Maria von Weber. Met uitzondering van die tot Der Freischütz zijn uitvoeringen van die ouvertures op een halve hand te tellen. Alleen al daarom verdient deze uitgave alle lof, want de wijze waarop Dorati deze prachtige muziek (die mede Wagner tot voorbeeld heeft gediend, dit tot aan de Ring toe!) tot leven wekt is dermate sprankelend en meeslepend dat het gewoon onbegrijpelijk is dat dit repertoire zo nadrukkelijk schittert door afwezigheid op onze concertprogramma's. Waarbij te bedenken valt dat deze ouvertures zich bij uitstek lenen voor prikkelende programmacombinaties, om het even of het daarbij gaat om werk uit Duitse of Franse hoek (of beide!) dan wel meer eigentijds werk.

Openbaring
Niet minder dan een openbaring is de uitvoering van Mendelssohns Ouverture Meeresstille und glückliche Fahrt. Ook bepaald geen stuk dat men tegenwoordig vaak hoort, integendeel. Wat me in de lezing onder Dorati met name trof is de ongekende moderniteit van deze muziek en hoe deze niet alleen tot voorbeeld zal hebben gediend voor Debussy, maar ook voor vroeg twintigste eeuwse Engelse componisten. Het is geweldig te horen hoe Dorati alle kleursegmenten van deze bijzondere en exquise partituur weet bloot te leggen. Opnieuw een ondubbelzinnige voltreffer en het is alleen de DG-opname met het London Symphony Orchestra onder leiding van wijlen Claudio Abbado die in haar soort even ongeëvenaard is als deze van Dorati met ons nationele orkest.

Het voert te ver om op alle onderdelen in te gaan, maar de zeldzaam subtiele en intens doorleefde weergave van de Scène d'amour uit Berlioz' Romeo et Juliette doet betreuren dat het Concertgebouworkest destijds niet heeft overwogen de integrale Symphonie dramatique van de meester op te nemen. Wat mutatis mutandis geldt voor La Damnation de Faust, waarvan hier evenzeer drie met meesterhand door Dorati gedirigeerde fragmenten de revue passeren. De Elgar-mars kenden we al van de Lollipops-verzameling, maar ik moet de dirigent nog tegenkomen die dit stuk grootser en overdonderender tot leven kan wekken dan deze Hongaarse maestro.

Kortom, hulde weer voor de onvermoeibare inspanningen van Cyrus Meher Homji en collega en historicus Niek Nelissen die de gedegen toelichtingen bij beide hiervoor genoemde uitgaven vervaardigde.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links