CD-recensie

 

© Maarten Brandt, april 2019

 

Bruckner: Symfonieën nr. 0-9 - Te Deum

Elly Ameling, Anna Reynolds, Horst Hoffmann, Guus Hoekman, Groot Omroepkoor, Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Bernard Haitink.
Decca 483 4660 (10 cd's en 1 Blu-ray)
Opname: Grote Zaal, Concertgebouw, Amsterdam
Symfonie nr. 0, 4-7 juli 1966
Symfonie nr. 1, 25-27 mei 1972
Symfonie nr. 2, 14-16 mei 1967
Symfonie nr. 3, 27 september-2 oktober 1963
Symfonie nr. 4, 10-13 mei 1965
Symfonie nr. 5, 24-29 december 1971
Symfonie nr. 6, 21-23 december 1970
Symfonie nr. 7, 1-4 november 1966
Symfonie nr. 8, 1-3 september 1969
Symfonie nr. 9, 20-24 december 1965
Te Deum, september 1966

***

Mahler: Symfonieën nr. 1-10 - Das Lied von der Erde - Das klagende Lied (tweedelige versie) - Lieder eines fahrenden Gesellen - Kindertotenlieder - Lieder aus Des Knaben Wunderhorn

Elly Ameling, Aafje Heynis, Maureen Forrester, Ileana Cotrubas, Heather Harper, Hanneke van Bork, Birgit Finnilä, Marianne Dieleman, William Cochran, Hermann Prey, Hans Sotin, Jessye Norman, John Shirley-Quirk, Janet Baker, James King, Norma Procter, Werner Hollweg, Groot Omroepkoor, Jongenskoor van de Sint Willebrorduskerk en Sint Pius X-kerk Amsterdam, De Stem des Volks Amsterdam, Collegium Musicum Amstelodamense, Toonkunstkoor Amsterdam, Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Bernard Haitink
Decca 483 4643 (12 cd's + 1 Blu-ray audio)
Opname:, Grote Zaal, Concertgebouw, Amsterdam
Symfonie nr. 1, 17-20 september 1962
Symfonie nr. 2, 26-30 mei 1968
Symfonie nr. 3, 10-14 mei 1966
Symfonie nr. 4, 20-23 december 1967
Symfonie nr. 5, 1-4 december 1970
Symfonie nr. 6, 29 januari-2 februari 1969
Symfonie nr. 7, 19-23 december 1969
Symfonie nr. 8, 15-21 september 1971
Symfonie nr. 9, 23-26 juni 1969
Symfonie nr. 10 (adagio), 15-21
september 1971
Das Lied von der Erde, september
1975
Das klagende Lied, februari 1973
Lieder eines fahrenden Gesellen, 17 &
28 mei 1970
Kindertotenlieder, mei 1970
Lieder aus Des Knaben Wunderhorn, april 1976
Bonus: Symfonie nr. 1, mei 1972 (tweede opname met KCO, alleen op Blu-ray disc audio)

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 


Mijn grote Mahleravontuur is niet denkbaar zonder mijn Arnhemse geboortehuis. Wijlen mijn ouders bezaten een van de meest aangrijpende uitvoeringen van de Kindertotenlieder en Rückert-Lieder met de de legendarische alt Kathleen Ferrier en de Wiener Philharmoniker onder leiding van Bruno Walter. Op twee 25 cm lp's van Decca die grijs werden gedraaid. Helemaal spannend werd het toen mijn vader, eenmaal verhuisd zijnde naar een andere wijk van Arnhem, de in een schitterend lichtpaars album gestoken vertolking van de Eerst symfonie aanschafte in de destijds al met recht legendarisch te noemen lezing door het Koninklijk Concertgebouworkest onder supervisie van de nog jonge Bernard Haitink uit 1962 (Philips), zijn eerste commerciële vastlegging van een Mahlersymfonie die vele jaren, samen met die van het London Symphony Orchestra onder Sir Georg Solti (Decca) en het Sinfonieorchester des Bayerischen Rundfunks met Rafael Kubelik (DG) alom tot de beste uitvoeringen van dit werk werd gerekend. Ook die plaat werd grijsgedraaid. Neem alleen al dat mysterieuze begin van de ontwakende natuur en dit ondergaan door een kind aan de vooravond van een hevig verlopende pubertijd. Dat kwam aan, en de hartstochtelijke liefde voor deze componist zou nooit meer doven. Tot op de dag van vandaag, ook al wordt Mahlers muziek anno 2019 bijkans doodgespeeld: het aantal opnames van zijn klinkende nalatenschap is immers met geen mogelijkheid meer te overzien!.

Muziektempel
Op een gegeven ogenblik bezaten mijn ouders een abonnement op de traditionele B-serie van het Koninklijk Concertgebouworkest. We spreken dan van de turbulente jaren zestig tot en met, pak weg, de late jaren zeventig. Door het feit dat mijn vader een druk bezet specialist was aan een opleidingsziekenhuis, moest hij dikwijls verstek laten gaan en zo kon het gebeuren dat ik mijn moeder regelmatig vergezelde naar de riante muziektempel aan de Van Baerlestraat en daar niet alleen het grote repertoire heb gehoord, maar Haitink tevens alle Mahlersymfonieën heb zien dirigeren. Mijn pubertijd was inmiddels tot grote hoogten gestegen, hoogst ongelukkige, want onbeantwoorde liefdes incluis, wat mijn gevoeligheid voor het bijzondere klimaat van Mahlers tot de nok toe met emoties gevulde muziek in niet onaanzienlijke mate versterkte. Maar niet alleen Mahler, ook de symfonieën van Bruckner hoorde ik voor het eerst ‘in natura'. Voor het merendeel onder diezelfde Haitink, maar ook onder vooraanstaande coryfeeën op dit gebied als bijvoorbeeld Eugen Jochum en Carlo Maria Giulini. Deze belevenissen staan nog diep in mijn geheugen gegrift en ze hebben mij feitelijk gemaakt tot degene die ik nu ben.

Wegen der geleidelijkheid
De tijd waar we over spreken was er een waarin het symfonische oeuvre van Mahler nog verre van algemeen was ingeburgerd. Ook niet op geluidsdragers. Er ‘liepen' toen drie cycli, waarvan die met de New York Philharmonic en Leonard Bernstein (CBS) de eerste was – zijn opname van de Derde symfonie dateert uit 1961 - en verder werkten Bernard Haitink (Philips) en Rafael Kubelik (DG) aan een complete reeks. Haast maakte men daar niet mee. Alles verliep via de wegen der geleidelijkheid, ook al kwam het voor dat er jaren waren waarin meerdere symfonieën werden vastgelegd. Dit betekende echter nog niet dat ze meteen werden uitgebracht. Maar dat maakte het juist zo spannend. Telkens weer werd uitgekeken naar een nieuwe opname van een symfonie, waarbij het in menig geval om een onbekend werk ging, want toen genoemd drietal met die cycli onder weg was, waren – naast Das Lied von der Erde en de liederencycli – slechts de Eerste en de Vierde symfonie, op enige afstand gevolgd door de Vijfde (de verfilming van Thomas Manns novelle ‘Der Tod in Venedig' zou nog jaren op zich laten wachten), redelijk bekend. En natuurlijk waren er enkele fraaie Mahleropnames van dirigenten als bijvoorbeeld Bruno Walter en Otto Klemperer (CBS en EMI), maar die lieten geen van beiden en integrale cyclus na en liepen met een wijde boog om stukken als bijvoorbeeld de Derde, de Zesde en de Achtste symfonie heen, terwijl ze ook Das klagende Lied links lieten liggen, evenals de liederencyclus Des Knaben Wunderhorn. Pas heel laat in zijn carrière maakte Klemperer een registratie voor EMI van de Zevende, zijnde de langzaamste uit de catalogus.

Ritueel
Maar nu terug naar het Concertgebouw van onze hoofdstad. Het eerste wat mij is bijgebleven is de bijzondere klank van die grote zaal: warm, helder, goudomfloerst met zelfs tijdens het meest oogverblindende fortissimo nog voldoende reserve. Met andere woorden, een akoestiek met een zowel letterlijk als overdrachtelijk gesproken hoog plafond, dus een ambiance die als het ware is gemaakt om de – zeker toen nog – veeleisende en complexe partituren van de grote Oostenrijkse symfonicus optimaal in ten gehore te brengen. En sterker nog, niemand minder dan de componist zelf dirigeerde er menige landelijke primeur van zijn werk. Kortom, en zo ervoer ik dat dan ook, het aanwezig zijn bij de uitvoering van een Mahlersymfonie in de grote zaal van het Amsterdamse Concertgebouw had voor mij ondubbelzinnig de allure van het deelgenoot zijn van een heus ritueel. Niet meer en niet minder.

Van de drie genoemde cycli – dus die onder Bernstein, Haitink en Kubelik – werd die onder de middelste door de ongekroonde vader van de Nederlandse muziekjournalistiek van het toenmalige Algemeen Handelsblad Hans Reichenfeld ‘Het meest zuivere kompas genoemd'. En daar is geen woord teveel mee gezegd, want als er een cyclus is die de tand des tijds nog steeds onverminderd doorstaat door zijn constant hoge tot zeer hoge niveau, dan is het die van Haitink uit de jaren zestig en zeventig met zijn fameuze Amsterdamse keurensemble wel.

Symbiose
Het orkest had toen een voor de volle honderd procent oninwisselbare klank, een sonoriteit die men uit duizenden op slag herkende, een ensemble ook dat in een perfecte symbiose met de zaal waarin het opereerde, verkeerde. Als iemand zich daarvan terdege bewust was, dan opnameleider Jaap van Ginneken (en ook Volker Straus die als zodanig verantwoordelijk was voor de vastlegging van ‘Das Lied von der Erde'), die niet minder dan een eminent kunstenaar in zijn vak was. Hij kende ook de problemen van de akoestische ambiance van deze ruimte als geen ander, problemen die het hoofd moesten worden geboden teneinde de impressie van het erbij zijn te kunnen zo dicht mogelijk te benaderen. Iets waarin hij wonderwel slaagde. Namelijk door in menig geval de stoelen uit de zaal te verwijderen en het orkest daar te laten plaatsnemen tijdens de opnamesessies, want via het podium viel dat specifieke klankideaal niet of nauwelijks in klinkende munt om te smeden, wilde men het geheel op een bevredigende wijze voor het nageslacht optekenen.

Die sessies kwamen altijd in nauwe samenwerking met Haitink en niet zelden enkele musici tot stand, die zich nadien gewapend met de partituur in de studio verenigden om alles tot op de kleinste vierkante millimeter af te luisteren. Er werd met een uiterste aan nauwgezetheid aan het geheel geschaafd en dit net zo lang totdat iedereen tevreden was. Werken met Jaap van Ginneken was al het andere dan een akoestisch ‘vluggertje', integendeel! Zorg en nog eens zorg, zo luidde het parool.

De lp-versies zijn meerdere malen in uiteenlopende en uiterst geslaagde cd-transfers verschenen, eerst in afzonderlijke uitgaven, nadien onder andere in de glansrijke doos ‘Bernard Haitink The Symphonies' (Philips, met naast de symfonieen van Bruckner en Mahler die van Beethoven, Brahms, Schumann en Tsjaikovski).

Galm
En nu heeft Decca de Bruckner en Mahler-symfonieën geremastered met in het geval van Mahler als bonus ook de tweede vastlegging van de Eerste uit 1972, zij het alleen op de Blu Ray disc. De vormgeving is beslist origineel te noemen met dubbelalbums en voorzien van tal van afbeeldingen van de oorspronkelijke platenhoezen. Op het oog dus twee dozen om te koesteren. Op het oog, want het oor wordt danig teleurgesteld. Om het maar recht uit te zeggen, Andrew Walter van de Abbey Road Studios en zijn kornuiten hebben Van Ginnekens – en daarmee automatisch Haitinks – kunstwerk enorm geweld aangedaan. Dat wijst de vergelijking met eerder genoemde transfers, haarscherp, lees: meedogenloos uit (ik begon zo aan mijzelf te twijfelen dat ik voor een ‘second opinion' mijn toevlucht heb gezocht bij een vriend met een nog betere installatie dan ondergetekende, maar met hetzelfde resultaat).

De onontkoombare conclusie moet luiden dat de nivelleringstendens die onze samenleving op onverschillig welk terrein in een ferme greep houdt ook de platenindustrie veelal tot in het merg heeft getroffen, zoals deze twee Haitink-boxen schrijnend bewijzen. Van het geraffineerde sublieme klankbeeld dat Van Ginneken heeft vastgelegd valt niets meer te bespeuren. Voor wie niet beter weet zal het resultaat van deze ‘remastering' klinken alsof hier een goed radio-orkest aan het werk is, waarvan de opnames in een willekeurige en gemiddelde studio waar ook ter wereld zijn vereeuwigd. Iemand die blind en zonder voorkennis luistert zal nooit op de gedachte komen dat deze uitvoeringen in een van de mooiste concertzalen ter wereld zijn opgetekend. Elk spoor van de bijzondere akoestiek van de grote zaal van het Amsterdamse concertgebouw zal men vergeefs zoeken, gewoon omdat daarvan zo goed als niets meer hoorbaar is. Op sommige plaatsen is de galm (van de zaal, of is het toegevoegd?) – om een metafoor te gebruiken – gelijk de nepkleurstof die fast food extra aantrekkelijk maakt voor de doelgroepen die de restaurants waar dit wordt gefabriceerd in de regel frequenteren.

Hoofdpijndossier
Voorts is het volume bedenkelijk hoog opgeschaald met als onvermijdelijk gevolg dat de pianissimi (die immers luider zijn geworden) elke verfijning ontberen, terwijl door de toegenomen luidheid tijdens de climaxen (en dat zijn er, zoals bekend, nogal wat) het plafond extreem laag is geworden en er alleen al hierdoor van een muzikaal hoofdpijndossier moet worden gesproken, gewoon omdat er geen reserve en laat staan: flexibiliteit in de klank meer is overgebleven. En waar het nu juist om gaat – en hier komt die nivellering weer in beeld – is de dynamiek, en uitgerekend die is zo goed als volledig weggeretoucheerd. Dit alles maakt het luisteren naar deze uitvoeringen tot een uiterst vermoeiende aangelegenheid. De onloochenbare verdienste van Van Ginneken en zijn fabuleuze team – nogmaals, kunstenaars in hun vak! – was nu juist hun oog voor de gelaagdheid van de dynamiek in alle denkbare schakeringen, en dit zowel horizontaal als verticaal. Met daarbij een benijdenswaardige natuurlijke en precieze definitie van de orkestopstelling, die men – al luisterende – zo perfect voor zich zag, dat die als het ware zo viel uit te tekenen. Wat we hier horen is eerder een virtueel orkest, waarvan de sonoriteit – gesteld dat die term hier nog van toepassing is – veelal bedenkelijk grofkorrelig is. De handtekening van zowel het Koninklijk Concertgebouworkest als het team dat garant stond voor de in beginsel zo fraaie opnames, schittert door afwezigheid. Met andere woorden, de kwaliteit van de nieuwe mastering (of beter: het gebrek hieraan), beïnvloedt zelfs de interpretaties. Neem bijvoorbeeld de melodie van de strijkers in de tweede themagroep uit de treurmars van Mahlers Vijfde symfonie, die in de originele opname mooi en vol ‘schmalz' doorloopt, maar hier iets zwoegends om niet te zeggen hoekigs krijgt. Of de vol ‘suspense' stekende expositie van de eerste themagroep uit het openingsdeel van Bruckners Negende, die nu van elke onderhuidse spanning en magie is beroofd, dan wel de veerkracht van de opmaat tot de finale van de Achste van dezelfde componist die in deze remastering bijna tam klinkt.

Auteursrecht
Ook beklijft nogal eens de indruk dat menig detail uit elkaar is getrokken, mede doordat sommige instrumenten naar voren zijn gehaald en andere juist niet, als gevolg waarvan de door Van Ginneken beoogde perspectiefwerking er bijkans volledig aan heeft moeten geloven.

Hoe dan ook, het heeft er de schijn van dat men deze remasterings heeft willen toesnijden op een generatie die geen idee meer heeft op welke eerbiedwaardige traditie deze opnames zijn geschoeid. Meer in het bijzonder aan het adres van hen die verspreid over het huis allerlei kleine geluidsboxjes hebben - van de keuken tot op het toilet – via welke alles even ‘gelijkgeschakeld' klinkt en ook moet klinken, want dat is nu eenmaal eigen aan dit soort installaties. Ook het aanpassen van de uitzendingen van Radio 4 aan het oor van de automobilist valt in deze categorie van aanpak. Last but not least nog dit: het wordt hoog tijd dat er een auteursrecht in het leven wordt geroepen waardoor de erfenis van vooraanstaande geluidstechnici wordt beschermd, zodat dit soort wanproducten voortaan tot het verleden behoren. Want Haitink leverde dan wel een kunstwerk, dat deed Van Ginneken niet minder. En wat voor een! Wie dan ook eerder genoemde prachtige verzamelbox – een collectors-item zonder weerga! - van Haitink in huis heeft koestere die dan ook met de grootst denkbare zorg.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links