CD-recensie

 

© Maarten Brandt, oktober 2008


 

Britten: Owen Wingrave op.  85

Peter Coleman-Wright (Owen Wingrave), Alan Opie (Spencer Coyle), James Gilchrist (Lechmere), Elizabeth Connell (Miss Wingrave), Janice Watson (Miss Coyle), Sarah Fox (Miss Julian), Pamela Helen Stephen (Kate), General Sir Philip Wingrave (Robin Legate), Narrator/the ballad singer (Robin Legate), Tiffin Boys' Choir en City of London Sinfonia o.l.v. Richard Hickox.

Chandos CHAN 10473 • 1.47' • (2 cd's )


Owen Wingrave (1970) behoort tot de minst bekende opera's van Benjamin Britten, maar is wel verbonden met een belangrijke karaktertrek van zijn persoonlijkheid die heeft geleid tot een van zijn meest populaire composities, zijn in 1961 voltooide en grootse War Requiem. De karaktertrek in kwestie is het pacifisme, waartoe niet alleen Britten zich al vrij vroeg in zijn carrière maar tevens zijn vriend en toeverlaat, de tenor Peter Pears bekeerden. Al in 1937 schreef Britten, daarin gestimuleerd door de dichter Wystan Hugh Auden (1907-1973) die de componist had weten over te halen de Peace Pledge Union te ondersteunen, zijn Pacifist's March. Van twee jaar later dateert zijn imposante Ballad of heroes waarin het fenomeen oorlog 'tout court' aan de schandpaal wordt genageld, een werk waarin niet alleen voorafschaduwingen opklinken van het War Requiem maar ook in Brittens voorlaatste opera Owen Wingrave.

Deze opera was in eerste aanzet bedoeld om te worden uitgezonden door de BBC, hetgeen in 1971 geschiedde, en is daarom bekend geworden als 'Televisieopera'. Niettemin beleefde Owen Wingrave, gebaseerd op de gelijknamige novelle van Henry James en omgewerkt tot libretto door Myfanwy Piper, in 1973 zijn eerste opvoering op het toneel van het Londense Royal Opera House. Maar die TV-uitzending herinner ik mij nog heel levendig, met daarin glansrollen van Benjamin Luxon alias Owen Wingrave, Peter Pears als de ijzervreter Sir Philip en Janet Baker in de rol van Owen's vriendin Kate. Dit alles gedirigeerd door de componist zelf en gelukkig in 1970 al als geluidsdocument in de studio vereeuwigd en nadien op cd uitgebracht (Decca). Sedertdien zijn er meerdere vertolkingen geweest. Zoals in 1974, toen de Amerikaanse eerste opvoering in Santa Fé plaatsvond. Verder verdient de op dvd verschenen en door Teresa Griffiths gemaakte verfilming (ArtHaus Musik ) op basis van een voortreffelijke door Kent Nagano gedirigeerde uitvoering speciale vermelding. Op 17 mei 2003 vond de Nederlandse (concertante) vuurdoop van Owen Wingrave plaats in het kader van de zaterdagmatinee met diverse solisten en het voormalige Radio Kamer Orkest onder supervisie van Lawrence Renes. Last but not least tekent op 23 mei 2009 de Wiener Kammeroper voor de Oostenrijkse première van het werk, zij het in de in 2007 door David Matthews vervaardigde versie voor kamerensemble. 

Vietnamoorlog

De periode waarin Owen Wingrave ontstond was die van de beruchte Vietnam-oorlog. Vele kunstenaars, waaronder ook Britten, protesteerden daar hevig tegen en Owen Wingrave kan, vanuit die context bezien, als een even imposant statement tegen het zinloze oorlogsgeweld worden gezien als het War Requiem  negen jaar eerder. Ook al zou men dat zonder voorkennis van de hiervoor uiterst summier geschetste achtergronden niet denken. Immers, bij oppervlakkige beschouwing is de setting van het gegeven doordrenkt van een Engelse burgerlijkheid van de benepenste soort, vermengd met een 'suspense' en inhoud die men in tal van op het toenmalige en huidige Britse continent hoogst virulent zijnde spookverhalen tegenkomt. Daar moet meteen aan worden toegevoegd, dat de Televisieversie (zwart/wit, ook dat nog) die indruk eerder versterkt dan verzwakt. In werkelijk echter zijn genoemde ingrediënten volkomen ondergeschikt verklaard aan de boodschap die het stuk beoogt over te brengen. Namelijk, dat moed niet zozeer een eigenschap is die dient te worden geassocieerd met het plegen van fysiek geweld teneinde het pleit te kunnen winnen, maar een karaktertrek die onlosmakelijk is verbonden met geestelijk verweer. Een verweer als uiting van onkreukbaarheid tegen wil en dank en dit, evenals het gangbare oorlogsgebeuren, met inzet van eigen leven.

Moed

De handeling in Owen Wingrave, komt in een notendop op het volgende neer:

Owen, de titelheld (en dit is, het moge duidelijk zijn, niet ironisch bedoeld) is een telg uit het eerbiedwaardige en uit militaire grootheden bestaande Wingrave- geslacht. Ook van Owen wordt verwacht dat hij in de voetsporen van zijn voorgangers zal treden en de wapenrok aangorden. Hij wil daar echter niets van weten, en verzet zich in alle toonsoorten tegen het dictaat van de familie, zozeer zelfs dat ook zijn grootvader, de strenge en ongenaakbare Sir Philip hem niet op andere gedachten kan brengen, en zijn geliefde Kate al evenmin. Degene die uiteindelijk nog het meest begrip toont is Spencer Coyle, die belast is met de opleiding van de militairen in spe en die dat natuurlijk niet openlijk kan tonen. Hij moet zich uiteraard om den brode blijven identificeren met het krijgers-ethos van de Wingraves. Iedereen met uitzondering van Coyle beschuldigt Owen van lafheid. Om het tegendeel te bewijzen sluit Owen zich in de behekste kamer op waarvan wordt beweerd dat deze wordt bezocht door de geesten van twee voorzaten van de Wingraves: een jongen, die - toen hij door een speelmakker tot een gevecht werd uitgedaagd  - weigerde zich te verdedigen en daarom door zijn vader in een vertrek van het kasteel van de Wingraves werd opgesloten en vervolgens doodgeslagen. Hiermee houdt het verhaal niet op, want even later werd de vader in diezelfde kamer levenloos aangetroffen, de kamer waarin Owen zich opsluit om vervolgens op zijn beurt het loodje te leggen, daarmee zijn onverhulde moed bewijzend.

Muzikaal gesproken - hetwelk blijkt uit het tweede en laatste bedrijf en van de opera - vormt een ballade, waarin het dramatische relaas van genoemde vader en zoon wordt ontrafeld, het kader voor het gebeuren. De opera speelt zich stilistisch af in een idioom dat, sterker dan de meeste andere werken van Britten (of het moet het War Requiem zijn) is beïnvloed door Alban Berg, bij wie hij ooit graag had willen studeren, iets dat hem door zijn preutse familie, die niets ophad met de erotische vrijmoedigheid van deze Oostenrijkse dandy, werd verboden. Die invloed blijkt niet alleen uit de vele marsritmen - getuige al meteen het voorspel - maar tevens uit een onorthodoxe omgang met twaalftoonsreeksen. 

Open vraag

De moraal van het verhaal is wellicht dat niet zozeer de 'geesten' van voornoemde personen verantwoordelijk zijn voor Owens dood, maar de familie die hem onbarmhartig heeft verstoten, ook al wordt dit - zoals een goede opera betaamt - niet uitgesproken. Een ieder kan de open vraag waarin de episode van het ontdekken van Owens lijk culmineert op zijn of haar eigen wijze beantwoorden. Maar het moment waarop bij Sir Philip enig berouw lijkt door te breken, bij de woorden 'my boy', is een van de meest frapperende uit niet alleen deze opera, maar ook Brittens gehele oeuvre. Een moment dat met een minimum aan middelen zijn beslag vindt, en met maximaal dramatisch effect.

Hoewel voor mij persoonlijk bovenstaande nieuwe en in termen van geluid absoluut voorbeeldig geregistreerde - wat een magnifieke en natuurlijk werkende stereospreiding, wat een mooi ruimtelijk perspectief - uitvoering een genot was om naar te luisteren, blijft voor mij Brittens eigen opname een verhaal apart. Ook al laat dit mijn bewondering voor speciaal Coleman-Wright, Connel en Watson onverlet. Echter, alleen al vanwege de manier waarop Peter Pears als Sir Philip diens laatste woorden uitspreekt, met een stem die bijkans breekt, maakt die oude opname tot een ongelooflijk historisch document. Het ogenblik dat niet alleen als brandpunt fungeert van de hele opera, maar ook als de - weliswaar late - omslag binnen de handeling, waardoor ook de soms aanvankelijk wat zwakker over komende gedeelten met terugwerkende kracht aan betekenis en diepgang winnen. Hiermee wil niets ten nadele van Robin Legate zijn gezegd, die zich prima in zijn rol heeft ingeleefd. Alleen, Pears is nu eenmaal een onvergelijkbaar fenomeen, een wereld op zich.

Hoe dan ook, als het gaat om de instrumentale rijkdom, de diepte in de klank en ook de uitmuntende wijze waarop de stemmen zich binnen dit geheel verhouden, is dit een uitgave om niet te versmaden. En al evenmin omdat Richard Hickox aan de hand van tal van Britten-opera's (Peter Grimes, Death in Venice etc.) alsmede een van de mooiste en aangrijpendste vertolkingen van het War Requiem klinkend heeft bewezen tot de grootste interpreten op dit gebied te behoren. Een reputatie die nog eens ten overvloede wordt onderstreept door deze schitterende en partituurtechnisch volkomen als gebeiteld zittende uitvoering van Owen Wingrave.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links