CD-recensie

 

© Maarten Brandt, juni 2020

Bridge: Pianosonate H160 – Lament H 117 – Miniature pastorals H 127 – Solitude H 112

Kelvin Grout (piano)
Et'cetera KTC 1675 • 53' •
Opname: Januari 2020, Jurriaanse Zaal, De Doelen, Rotterdam

www.kelvingrout.com

www.etcetera-records.com

www.britishpiano.com

   

De naam van de Engelse componist Frank Bridge (1879-1941) is vooral bekend geworden door die van zijn landgenoot Benjamin Britten die niet alleen met hem bevriend was, maar tevens bij hem studeerde. En vanzelfsprekend omdat laatstgenoemde een prachtig werk voor strijkorkest heeft geschreven, zijn ‘Variations and fugue on a theme of Frank Bridge' dat terecht tot de hoogtepunten uit de vroeg twintigste eeuwse strijkersliteratuur wordt gerekend en Britten gelijk een internationale reputatie bezorgde. Het was ook Bridge die, toen Britten was afgezwaaid van het Royal College of Music en een stipendium kreeg toegekend om zijn studie in het buitenland voort te zetten, de jonge en veelbelovende muziekvinder aanried zijn licht eens op te steken bij de Oostenrijker Alban Berg, wiens muziek Bridge ten zeerste bewonderde en die niet alleen in zijn eigen oeuvre, maar deels ook in dat van Britten haar sporen heeft getrokken. Helaas is hier niets van terecht gekomen, omdat de levenswandel van Berg in de ogen van Brittens moeder te losbandig was en die ziel van de jonge man daar tot iedere prijs tegen in bescherming moest worden genomen.

Sereen en ontroerend in memoriam
Het is jammer dat niet alle orkesten in ons land over een online-archief beschikken zoals het Koninklijk Concertgebouworkest, dat – als we de annalen mogen geloven – slechts één programma met een compositie van Bridge ten gehore heeft gebracht. Namelijk ‘Lament' voor strijkorkest en gespeeld op achtereenvolgens 7 en 8 december 1918 gedurende een geheel aan Engelse muziek gewijd programma onder leiding van Edgar Bainton. De klaagzang in kwestie werd geschreven ter nagedachtenis aan Bridge's dochter Catherine die om het leven kwam toen een Duitse onderzeeboot in 1915 het cruiseschip Lusitania torpedeerde en waarbij maar liefst 1200 mensen om het leven kwamen. Later werkte Bridge dit serene en ontroerende in memoriam voor pianosolo om, in welke versie het werk op deze smaakvolle door Kelvin Grout samengestelde en superieur ingespeelde cd valt te beluisteren. Een productie die in nauwe samenwerking met The British Piano Music Society werd gerealiseerd.

Artistieke moed
Dat Grout zich hier als solopianist manifesteert mag uniek heten*, want we kennen hem natuurlijk eerst en vooral als eminent begeleider van topvocalisten, waarbij hij zich moeiteloos in het rijtje schaart van Gerald Moore, Erik Werba, Aribert Reimann en ‘onze' Rudolf Jansen, om slechts enkele grote coryfeeën op dit gebied te noemen. Net zoals eerstgenoemde is ook Grout ‘never to loud' en op al het andere uit dan opgelegd pandoer en om het even welk virtuoos vlagvertoon. Als hij dat wel had gewild had hij voor zijn eerste solo-cd (want laten we hopen dat er meerdere zullen volgen!) beter ander repertoire kunnen kiezen, waarbij valt te denken aan werken van Liszt, Prokovjev en Rachmaninov bijvoorbeeld, waarmee overigens allesbehalve een waardeoordeel over deze componisten is bedoeld. Maar om juist voor Bridge te kiezen; zoiets getuigt van ongeveinsde artistieke moed. Want hoewel deze Engelsman een rijk oeuvre heeft nagelaten, kent zeker de huidige generatie van muziekliefhebbers, behalve enkele verwoede discofielen, zijn muziek nauwelijks. Ook al bestaan er van de pianomuziek van Brigde ook andere opnames, daaronder evenzeer van de groots opgezette sonate (tot stand gekomen tussen 1921 en 1924), waarin de meester nieuwe paden verkent en op een fascinerende en eigenzinnige wijze invloeden van Berg en Debussy heeft verwerkt. Dit met als gevolg een intrigerend laat-romantische c.q. vroeg impressionistische mix waarin soms ook dito expressionistische wendingen de aandacht trekken en de tonaliteit nogal eens wordt overschreden.

‘Suspense'
Geen van de vertolkingen van dit schitterende stuk krijgt zo uitgebalanceerd gestalte als die van Grout die nog meer dan zijn kompanen de tijd neemt en als gevolg waarvan het betoog zich in alle rust kan ontvouwen. En wel zodanig dat de spanningsbogen minutieus hun beslag vinden en geen enkele knik vertonen. Vol optimale ‘suspense' neemt Grout ons bij de hand tijdens deze in drie etappes verlopende tocht door het wondermooie en van A tot Z geheimzinnige muzikale landschap dat Bridge uit de piano laat opstijgen. Magisch, bedwelmend en een toch optimale helderheid zijn de trefwoorden waarmee deze wat mij betreft gerust als definitief aan te merken verklanking van dit bijzondere opus zijn te typeren. Diezelfde magie klinkt door in ‘Lament' (1915) en ‘Solitude' (1914) waarin Bridge zich opnieuw een waardige evenknie toont van de grote voorbeelden uit de vroeg-moderne pianoliteratuur. Wat traditioneler en meer typisch Angelsaksisch komen de uit 1917 daterende ‘Miniature pastorals' over. Wat er ook van dat laatste zij, onafgebroken speelt Grout de sterren van de hemel. Daar komt nog bij dat als er iemand is – men vergeve mij dit cliché! – die de piano kan laten zingen, het wel deze grandioze begeleider is, die voor deze gelegenheid nu eens het rijk alleen had en wiens sensuele, maar verre van sentimentele, verrichtingen prachtig zijn opgetekend door het opnameteam in de Rotterdamse Jurriaanse Zaal. Een cd om in te lijsten!

______________________
*Ook de Nederlandse muziek mag zich in Grouts belangstelling verheugen. Hij was een van de zes pianisten die meewerkten aan ‘Grote Archipel' van Daan Manneke, verschenen op het label EAN en voor onze site besproken door Gerard van der Leeuw.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links