CD-recensie

 

© Maarten Brandt, juli 2020

Bach - Redemption

Klik hier voor de inhoudsopgave

Anna Prohaska (sopraan), Susanne Langner (alt), Christian Pohlers (tenor), Karsten Müller (bas), Lautten Compagney o.l.v. Wolfgang Katschner

Alpha (alleen stream en download)

Opname: juni 2020, Christuskirche Oberschöneweide, Berlijn

https://outhere-music.com/fr

   

Wat is toch het geheim van Johann Sebastian Bach? Die vraag is met geen mogelijkheid te beantwoorden. Ook niet na alle analyses te hebben doorgeploeterd, dan wel na zich in om het even welke religieuze en spirituele bronnen te hebben verdiept. De vraag naar de ontfutseling van dit geheim is exact dezelfde als die naar de ontsluiering van de essentie van het leven zelf. Het mysterie is te groot en alle vraagstellingen lopen daar vroeg of laat op stuk. Zoveel is wel zeker: Bach is van alle tijden en op hetzelfde en ondeelbare moment volstrekt tijdloos. Of men nu van kerkelijken huize stamt dan wel agnost of atheïst is, Bach is de mystieke kracht die overkoepelenderwijs iedereen, ongeacht zijn of haar achtergrond of afkomst, bijeenbrengt en die het, onverschillig welke uitvoeringspraktijk er aan de orde is, altijd met vlag en wimpel wint. Hierbij wordt zowel de liefhebber van ‘The Music for the millions' als de tot op het bot doorwinterde fijnproever gelijkelijk en voor de volle 100 procent op zijn wenken bedient. Wat Bachs klinkende nalatenschap niet minder raadselachtig maakt is dat zij beantwoordt aan de hoogste en meest uitgekiende wiskundig-architectonische maatstaven en desondanks (of dankzij? Wie het weet, mag het zeggen) recht tot het hart spreekt.

Compassie
Het gevoel wat mij altijd bekruipt wanneer ik naar n'import welke cantate of ander werk van deze ongekroonde koning onder de componisten luister is dat de muziek een en al compassie uitstraalt met alles wat de mens beweegt, ja dat die als het ware ten diepste met het lot van zowel het individu als de mensheid als geheel is begaan. Dit in voor- en bepaald niet in de laatste plaats in tegenspoed. Alle atheïsme en ‘Wij zijn ons brein'- aanhangers ten spijt geeft dit – en ik bedoel dit geenszins in de beperkende en confessionele zin van het woord - aan Bach iets goddelijks. Of, zoals iemand het ooit uitdrukte naar aanleiding van een vraag naar diens religieuze overtuiging: “Bach is mijn kerk!” Voor mij geldt tenminste dat zónder Bach het leven niet leefbaar is en dat het bestaan, bij alle verschrikkingen en absurditeiten, dankzij diens onbeschrijfelijk aangrijpende muziek toch zinvol is. Met andere woorden, een universum dat bij machte is een genie als deze persoonlijkheid voort te brengen kan geen geheel zijn dat van willekeur en blind toeval in elkaar hangt, maar dat is een opvatting die ik geheel voor mijn rekening neem.

Woede, ontkenning, depressie en acceptatie
Deze en aanverwante gedachten speelden mij door het hoofd tijdens het beluisteren van de gestreamde versie van bovenstaande release die tegen de zeer aantrekkelijke prijs van 10 euro via de website van Outhere Music valt te downloaden en desgewenst op cd is te branden opdat deze vervolgens op de eigen Hifi-installatie kan worden afgespeeld. Via de pdf (zie discografie) van de uitgave in kwestie is niet alleen het programma, maar ook de bedoeling van deze in een vloek en een zucht tot stand gekomen productie te vinden (een feit waaronder de kwaliteit in geen enkel opzicht heeft geleden, integendeel!). Dit naar aanleiding van de crisis (niet voor niets dragen sommige musici – zie de foto's in de documentatie – een mondkapje) waarin wij ons nu bevinden en waarbij de muziek in menig geval weliswaar geen genezing biedt, maar wel degelijk troost brengt. Zowel voor hen die de ziekte met de dood hebben moeten bekopen als hun nabestaanden. ‘Redemption' is dan ook een titel die de lading van dit smaakvol samengestelde totaal volledig dekt. Dit woord kent een aantal betekenissen, waarvan ‘verlossing' en ‘zaligheid' binnen de context van het gebodene het belangrijkst zijn. In zijn toelichting haalt Benedikt von Bernstorff ook de wereldberoemde stervensbegeleidster Elisabeth Kübler-Ross aan die de fasen van een ongeneeslijke aandoening heeft omschreven in de opeenvolgende fasen van woede, ontkenning, depressie een acceptatie. Het is dan ook op deze leest waarop de door Anna Prohaska gekozen en voortreffelijk uitpakkende dramaturgie is geschoeid. Want Lutheraan of niet, dit zijn uitgerekend ook de thema's bij uitstek die in veel cantates van Bach van enorme importantie zijn. De uitersten in de beleving van rampspoed zijn dan ook in deze reeks fragmenten uit Bachs vocale corpus terug te vinden die als het ware een nieuwe compositie hebben opgeleverd, althans zeker voor de goede verstaander. Want de nummers die de revue passeren zijn nooit in deze samenhang te horen geweest, waardoor ze in hele andere portee krijgen, dan wanneer het om slechts een cantate zou gaan of de nummers in chronologische volgorde zouden zijn gerangschikt. De vocale delen, die verre in de meerderheid zijn, worden soms onderbroken door louter instrumentale adaptaties van enkele koralen.

Ziel
Twijfel en geloof, tragiek en hoop alsmede duisternis en licht strijden daarbij om het voorste gelid. Kleinschaligheid staat voorop, want de koren zijn volstrekt solistisch bezet, zoals bijvoorbeeld ‘Es ist nicht Gesundes an meinem Leibe' waarmee Cantate BWV 25 wordt geopend. Daarmee raken we al gelijk aan het meest handenwringend emotionele onderdeel van deze cd, dat zich geheel haaks verhoudt tot een van de mooiste sopraanaria's die Bach naast ‘Aus Liebe' (Matthäus-Passion) en ‘Zerfliesse, mein Herze' (Johannes-Passion) ooit schreef, namelijk ‘Meine Seele ruht in Jesu Händen' uit Cantate BWV 127. De ziel die door handen wordt gedragen kennen we eveneens uit niet-christelijke poëzie, waarbij te denken valt aan een van de gedichten van Rainer Maria Rilke, om precies te zijn ‘Herbst'. Daarin gaat het over het vallen van de bladeren (die ook de mensen kunnen verzinnebeelden) en waarvan de laatste strofe luidt “Und doch ist einer, welcher dieses Fallen unendlich sanft in seinen Händen halt.”

De hoekpijlers worden gevormd door ‘Bete aber auch dabei' uit de cantate ‘Mache dich, mein Geist, bereit' BWV 115, eerst in de originele versie en tot slot (de laatste track) als bonus bij deze uitgave in de vorm van een ‘lounge-versie'. Nu denkt men in het laatste geval al snel aan muzak, maar niets is minder waar, want het is juist dankzij laatstgenoemde adaptatie dat het wel degelijk in het origineel van deze muziek aanwezige wiegend-swingende karakter van een extra cachet wordt voorzien. En, zoals reeds gememoreerd, Bach wint altijd. Ook deze keer. en hoe!

Onbevangenheid
Prohaska zingt dit alles - waarbij mede te denken valt aan de begin en slotaria van Cantate BWV 82a ‘Ich habe genug' en waarin eveneens een zeldzame lichtvoetigheid aan de dag wordt gelegd, die allerminst moet worden verward met oppervlakkigheid – met een soort vanzelfsprekende onbevangenheid, als gevolg waarvan die acceptatie (om niet te zeggen: overgave) waar Kübler-Ross het over heeft, voorbeeldig in klinkende munt is omgesmeed. Daarbij wordt de zangeres op een fenomenale wijze terzijde gestaan door de drie overige solisten – men neme als proef op de som de twee koren uit ‘Nach dir, Herr, verlanget mich' BWV 150 – en omlijst door het Berlijnse barokensemble Lautten Compagney en zijn artistiek leider Wolfgang Katschner dat terecht een wereldfaam geniet. Over de opname kan in eensluidende zin worden bericht. Intiem, rijk en vol reliëf. Kortom, zoals we dat van het Alpha-label gewend zijn. Wat wil men nog meer?


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links