CD-recensie

 

© Maarten Brandt, mei 2020

Bach: Matthäus-Passion BWV 244

Werner Güra (tenor – evangelist), Benoit Arnould (bas – Christus) Solisten Coro I: Dorothee Mields (sopraan), Alex Potter (altus), Thomas Hobbs (tenor), Stephan MacLeod (bas)
Solisten Coro II: Aleksandra Lewandowska (sopraan), Marine Fribourg (alt), Valerio Contaldo (tenor) en Matthew Brook (bas).
Koren: Maîtrise du CPMDT de Genève, Petits Chanteurs de la Schola de Sion en Maîtrise Musique Ecole du Conservatoire de Lausanne.
Ensemble: Gli Angeli Genève
Dirigent: Stephan MacLeod
Claves 50-3012/13 • 2.40' • (2 cd's)
Opname: april 2019, Studio Ernest Ansermet, Genève

www.claves.ch

 

Stephen MacLeod (1971) is een naam van een onmiskenbare importantie. Vooral op het gebied van de barokmuziek geniet deze uit Zwitserland geboortige bas-bariton een niet uit te vlakken reputatie. Hij werkte samen grote coryfeeën als Gustav Leonhardt, Philippe Herreweghe, Reinhard Goebel, Sigiswald Kuyken, Paul van Nevel, Maasaki Suzuki, Frieder Bernius en wie al niet. En ook met menig barok-ensemble en – orkest. Niet alleen als zanger, maar ook als dirigent heeft hij van zich doen spreken. Zo is MacLeod de artistiek leider van bovengenoemd gezelschap, het Gli Angeli Genève ensemble, waarmee hij deze heet van de naald verschenen Matthäus-Passion vastlegde. Op het eerste gezicht in een bezetting die doet denken aan die van bij voorbeeld Jos van Veldhoven en waarbij dus de solisten – acht in getal; vier voor coro I en een dito aantal voor coro 2 – ook de koren vormen en bij tijd en wijle worden versterkt door zes ripienostemmen, om precies te zijn drie per koor. Dit afgezien van het ‘traditionele' – maar niet als zodanig door Bach bedoelde, want in diens tijd bestond het koor uit louter knapen- en mannenstemmen – kinderkoor dat onder andere de cantus-firmus partij in het openingskoor voor zijn rekening neemt (en dat glansrijk uit de luidsprekers komt, ook door de relatief grote bezetting: maar liefst 20 leden!). Anders dan bij Van Veldhoven heeft MacLeod voor een cirkelvormige opstelling van de musici gekozen. Dit met als oogmerk aldus de dramatische interactie (en daarmee dus ook het theatrale element) van het geheel te versterken. Op grond hiervan zou men verwachten dat deze uitgave de mogelijkheid van een surround-modus zou bezitten, maar het betreft hier vreemd genoeg een gewone stereo-opname.

Eregilde
Dit wil overigens geenszins zeggen dat de opname ondermaats is, maar wel dat een echte ruimtelijke parameter ontbreekt. Dat laatste was een (zeer) sterke troef in de Harmonia Mundi registratie onder supervisie van René Jacobs en waarvan het effect ook al hoorbaar is indien men niet over een surround-installatie beschikt. Nee, de weergave van het geheel zoals opgetekend in de geneefse Studio Ernest Ansermet is zonder meer helder. Daarbij is MacLeod iemand die de zaken muzikaal-technisch prima op orde heeft. Alles staat perfect onder elkaar. Er wordt door alle betrokkenen dusdanig gestroomlijnd gemusiceerd dat het beheersen van de noten volledig tot een tweede natuur behoort. En de solistische bezetting is er zeker geen om te versmaden. Dat Werner Güra tot het eregilde van evangelisten behoort staat boven iedere twijfel verheven, Dorothee Mields zingt de sterren van de hemel, Benoit Arnould zet een milde en doorleefde Christus-partij neer en ook aan Alex Potter, Matthew Brook, Thomas Hobbs en het vocale aandeel van de dirigent (die de basaria's van Coro I voor zijn rekening neemt) valt af te horen dat Bachs onvolprezen passie hoegenaamd geen geheimen voor hen heeft. Maar, zo rijst onherroepelijk de vraag: is dit een Matthäus die de liefhebber nieuwe perspectieven biedt? Zitten we hier echt op te wachten? Horen we dankzij MacLeod iets pionierends? Zoals indertijd onder Harnoncourt I (Teldec), Herreweghe I (Harmonia Mundi) om maar te zwijgen van Jacobs (idem)? Is hier sprake van een spiritualiteit, zoals de tot op het bot doorleefde en diepgravende lezingen onder Leonhardt (DHM) en Koopman I (Erato)? Op deze vragen moet schrijver dezes het antwoord schuldig blijven.

Geen dramatische interactie
Zoveel is duidelijk en dat is dat men weinig tot niets bespeurt van de dramatische interactie vanwege eerder genoemde cirkelvormige opstelling van de executanten (die ook op een foto zijn te zien in het boekje). Cesuren, bepaalde onderstrepingen in retorische zin van de dramatische kantelpunten binnen de presentatie van Bachs ‘abstracte opera' (want zo zou men dit werk – evenals de Johannes – toch wel mogen noemen), van dat alles is maar heel weinig merkbaar. Toegegeven, de aria's klinken om door een ringetje te halen, maar ook nogal inwisselbaar. Er is geen echte alles-overkoepelende spanningsboog. Technische perfectie is één ding, maar die kan het nooit het ultieme doel zijn. Integendeel, want dat schuilt in de doorleefdheid van het gebodene, de ‘suspense', de al dan niet onderhuids voelbare geladenheid waar het verloop van dit unieke brok muziek het, om het even welke visie men ook voorstaat, hoe dan ook van moet hebben. Ik hoor het Haitink nog zeggen “Natuurlijk doe je een Matthäus niet meer zoals als Mengelberg die ooit op Palmzondag in Amsterdam dirigeerde, maar het was wel een muzikale sensatie van de eerste orde.” Zoals het dat ook, zij het op een totaal andere wijze, bij onder meer Koopman en Jacobs is. Dat zijn uitvoeringen die in iemands geheugen gegrift staan en blijven. Ik betrapte mij er tijdens het luisteren naar MacLeod bij herhaling op dat er weinig van het gebodene bleef hangen, het waaide eenvoudigweg voorbij.

Dertien in een dozijn
Wat me bovendien in niet geringe mate stoort is dat tijdens de realisatie van Christuspartij behalve het orgel steeds het klavecimbel (overigens niet behorend tot Coro I, Bach maakte er gedurende een tweede uitvoering slechts gebruik van bij Coro II) in deze recitativi accompagnati hoorbaar is. Het gevolg daarvan is dat het exquise karakter – in het leven te roepen door strijkers en orgel, waarbij eerstgenoemde groep als het ware het aureool van de Christus-figuur symboliseert - er aan moet geloven. Hoewel de dirigent in het boekje een statement heeft laten afdrukken over zijn relatie met Bachs ‘Opus Magnum' ontbreekt elke artistieke legitimatie hiervoor, terwijl de uitvoeringsgeschiedenis van de Matthäus-Passion geen enkele aanleiding geeft voor deze aanpak. Afgezien van deze eigenaardigheid eigenlijk een uitvoering waarvan er, bij alle bewondering voor de vocale prestaties, dertien in een dozijn gaan. Ik zeg niet bij voorbaat dat het onmogelijk is, maar om nog een nieuwe dimensie in de Matthäus-Passion te kunnen aanboren moet men echt wel van zeer goede huize komen!


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links