CD-recensie

 

© Maarten Brandt, mei 2017

 

Bach: Cantates voor sopraan

Bach: Weichet nur, betrübte Schatten BWV 202 – Tritt auf die Glaubensbahn BWV 152* – Mein Herze schwimmt im Blut BWV 199

Carolyn Sampson (sopraan) en Andreas Wolf* (bas-bariton), Freiburger Barockorchester o.l.v. Petra Müllejans.

Harmonia Mundi HMM 902252 • 63' •

Opname: mei 2016, Teldex Studio, Berlijn

   

Als er een componist heeft bestaan die, ongeacht onder welke omstandigheden, altijd de waan van de dag lichtjaren ver vooruit was, dan was het zonder ook maar de geringste twijfel Johann Sebastian Bach. Van meet af aan experimenteerde hij naar hartenlust binnen onverschillig welk genre, de opera uitgezonderd (maar een verschroeiend dramatisch stuk als de Johannes Passion maakt haarscherp duidelijk dat er een operacomponist van enorm formaat aan Bach veloren is gegaan!). Met name was hij op zoek naar nieuwe vormen van expressiviteit. Zijn muziek kwam dan ook van meet af aan ‘ongehoord' op vele tijdgenoten over, en dit verklaart tevens waarom hij in Leipzig nogal eens met sommige van zijn klerikale opdrachtgevers overhoop lag. Daarbij waren de eisen die zijn muziek stelde dikwijls bijzonder hoog. In het bijzonder ook op vocaal gebied. Speciaal in Bachs honderden cantates is van een uiterst kleurrijke waaier aan expressieve mogelijkheden sprake, waarbij de componist er altijd op uit was de gebruikte en al dan niet liturgische teksten tot in de verste uithoeken en diepste gelaagdheden te verkennen. Het is goed daarbij te beseffen dat hij bij het bevorderen van het begrijpen van de tekst niet alleen (maar ook) naar letterlijke verstaanbaarheid streefde, maar – veel belangrijker nog – ook en vooral het overbrengen van de binnen de woorden en tussen de regels opgesloten diepere. om niet te zeggen esoterische, lading beoogde. De lutheraan Bach was bijvoorbeeld zeer goed bekend met de mystieke stromingen van die tijd en meer in het bijzonder de Rozenkruisersbeweging, waarin alchemistische en kabbalistische uitgangspunten een rol van gewicht speelden. Alleen al hierdoor ontstijgt de inhoud van de kerkelijke cantates verre aan het godsdienstige raamwerk zonder meer en wordt de luisteraar deelgenoot gemaakt van een weliswaar christelijke maar tegelijkertijd universele spiritualiteit die vandaag de dag mensen van om het even welke pluimage altijd recht in het hart raakt.

De op bovenstaande cd uitgebrachte drie cantates dateren uit de periode – om precies te zijn van 1708 tot 1717 - waarin Bach in Weimar verbleef en waar hij zowel als organist en, vanaf 1714, ook als concertmeester van het orkest van de Hertog van gelijknamige stad actief was. Weichet nur, betrübte Schatten (vermoedelijk 1718) ontstond duidelijk naar aanleiding van een feestelijke bruiloft, terwijl de beide andere en kerkelijke cantates voor de ‘Himmelsburg' werden geschreven, zoals de hofkapel in Weimar werd genoemd. Het feit dat eerstgenoemd werk was bedoeld om een huwelijksfeest extra luister bij te zetten en de beide andere in de qua omvang beperkte ruimte van de kapel moesten passen, verklaart waarom Bach zijn toevlucht diende te zoeken tot kleinschalige formaties. Maar hoe zich in die beperking volop de meester toont, bewijzen deze drie werken, waarin sprake is van vocaal-instrumentale kamermuziek van het hoogst denkbare niveau, ondubbelzinnig. En over dat experimenteren gesproken, luister naar die schitterende aria “Stein, der über alle Schätze” uit Tritt auf die Glaubensbahn (1714, bedoeld voor de eerste zondag na Kerstmis), waarin de behandeling van de stem heeft geresulteerd een bijna instrumentaal geluid. Dit is zo'n voorbeeld van de grandioze manier waarop de componist de dieper in de tekst verscholen lagen op de toehoorder probeert over te brengen, waar hij op geniale wijze in slaagt. Daarbij in dit geval voorbeeldig geholpen door de goudomfloerste en heel naturel werkende stem van Carolyn Sampson die in een perfecte symbiose met de leden van het Freiburger Barockorchester opereert. Het is van een bovenaardse schoonheid wat ons hier tegemoet klinkt, echt om tranen van in de ogen te krijgen. Ook schroomt Bach allerminst om qua vorm de geaccepteerde kaders te doorbreken, zoals in het al even schitterend door Sampson vertolkte “Stumme Seufzer, stille Klagen” uit Mein Herze scwimmt im Blut (1714, geschreven voor de elfde zondag na Trinitatis) waarin aria en een – zij het beknopt – recitatief ineen zijn geschoven.

Andreas Wolf geeft Sampson uitstekend partij in Tritt auf die Glaubensbahn, waarvan het slotduet een van de sterkste staaltjes van Bachs dialoogcantates biedt, waardoor dit stuk al vooruitloopt op bijvoorbeeld de duetten uit de bekende cantate Wachet auf ruft uns die Stimme, BWV 140. De opname is kraakhelder, zij het soms net iets te direct, zodat het geheel een enkele maal – met name tijdens Weichet nur, betrübte Schatten – iets aan sfeer inboet, een bezwaar (als men dat grote woord zou willen gebruiken) dat zich niet of nauwelijks doet gelden in de kerkelijke cantates. De solistische instrumentale bijdragen van Isabel Lehman (blokfluit), Katharina Arfken (hobo), Gottfried von der Golz (viola d'amore) en Frauke Hess zijn prachtig. Bij de opsomming van de musici en hun instrumenten ontbreekt het orgelpositief (dat in de kerkcantates duidelijk hoorbaar is), maar tien tegen een dat dit ook door de klavecinist (Torsten Johann) wordt bespeeld.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links