CD-recensie

 

© Kees de Leeuw, april 2015

 

Wagenaar: Symphonic Poems II

Sinfonietta op. 32 - Frühlingsgewalt op. 11 - Elverhöi op. 48 - Amphitrion op. 45 - Le Cid op. 27

Nordwestdeutsche Philharmonie o.l.v. Antony Hermus

CPO 777 933-2 56'

Live-opname: 18 oktober 2010, Herford Schützenhaus (D)

 

Hoewel klassieke muziek een marginale rol speelde in mijn opvoeding kende ik als geboren en getogen Utrechter al vroeg de naam van Johan Wagenaar (1862-1941) omdat mijn moeder en ik geregeld naar de wijk Oog in Al wandelden, met hier onder meer de Johan Wagenaarkade. Er stond toen nog een buste van de componist die gemaakt was door Arend Odé. Het beeld verhuisde in de jaren '70 naar het toen nieuwe Muziekcentrum Vredenburg. Overigens werd in 2011 op verzoek van enkele bewoners de buste teruggeplaatst in Oog in Al, zij het dat het om een replica gaat.

Muziek van Wagenaar leerde ik pas later kennen toen ik tijdens een concert zijn waarschijnlijk meest bekende compositie hoorde, de ouverture De getemde feeks . Het bleek één van de zeer weinige Nederlandse composities die min of meer structureel op de programma's van Nederlandse orkesten staan. Tijdens de uitgebreide wereldtournees van het KCO in 2013 werd het diverse malen gespeeld, evenals de ouverture Cyrano de Bergerac . Voor de overige orkestmuziek van Wagenaar ben je als luisteraar bovenal aangewezen op cd's. Collega Siebe Riedstra maakte enkele jaren terug een inventarisatie van op cd verschenen orkestwerken. ( https://www.opusklassiek.nl/cd-recensies/cd-sr/srwagenaar01.htm )

Wagenaar groeide als 'onecht' kind op en kreeg weinig algemeen vormende scholing. Hij verschilde in de meeste opzichten niet veel van andere kinderen die in soortgelijke omstandigheden opgroeiden. Wel viel zijn fascinatie voor schutterijfanfare, carillon, trekharmonica en straatorgels op. Gelukkig zorgde zijn biologische vader ervoor dat zoonlief kon studeren aan de muziekschool in Utrecht, waar hij onder meer onderricht kreeg van Richard Hol.
Hij volgde hem op als organist van de Domkerk in Utrecht en was zo gefascineerd door het Bätzorgel dat hij later geen ander orgel meer wilde bespelen. Hij werd als organist vooral geroemd vanwege zijn improvisatietalent en zijn interpretatie van Bachs composities. Wagenaar was een zeer ijverig leerling en zijn buren schijnen gezegd te hebben dat hij erg lui was omdat hij de hele dag achter de piano zat.Later studeerde hij nog orgel bij Samuel de Lange en een jaar compositie bij Heinrich von Herzogenberg (1843-1900) in Berlijn. Deze Oostenrijkse componist was een goede vriend van Brahms.

De symfonische gedichten van Wagenaar behoren tot het belangrijkste deel van zijn oeuvre, ook al mag niet vergeten worden dat hij bij voorbeeld twee komische opera's, De doge van Venetië (1901) en De Cid (1916) componeerde. Van laatstgenoemde opera is de ouverture te beluisteren. De Cid is van origine gebaseerd op Spaanse overleveringen en Wagenaar maakte in de ouverture gebruik van castagnetten. Ook hebben enkele ritmische motieven Spaanse trekjes, maar toch toonde de componist zich vooral een navolger van de Duitse en Nederlandse stijl, zoals collega en tekstschrijver van het cd-boekje Emanuel Overbeeke terecht opmerkt.
Dat blijkt ook uit Amphitron (1938), gebaseerd op werk van Molière. Wagenaar was vooral beïnvloed door Richard Strauss en Wagner, maar ook wel door Berlioz. Overigens verdween bij Wagenaar naarmate hij ouder werd enige overdaad en bombast en werden zijn composities soberder van toon. In één van zijn laatste composities, het in 1940 geschreven Elverhöi , bereikt Wagenaar mijns inziens een hoogtepunt. Op sommige punten lijk ik even de invloed van Mahler te horen en het werk klinkt dramatisch en heeft veel diepgang. Het laatste mis ik in Frühlingsgewalt uit 1894, een vrolijk werk uit het begin van de compositieloopbaan van Wagenaar. Het is wat te jolig en te veel gericht op effect. Ook al heeft de Utrechtse componist geen revolutionaire ontwikkeling doorgemaakt, er is toch wel degelijk verschil in dit werk en zijn laatste composities.

Afwijkend in zijn oeuvre is de vierdelige Sinfonietta die Wagenaar componeerde als dank voor zijn eredoctoraat dat de Universiteit Utrecht hem in 1916 verleende. De componist lijkt zich gebaseerd te hebben op achttiende eeuwse voorbeelden. Als thema voor het laatste deel werd een studentenmars uit Harderwijk uit de eerste helft van de achttiende eeuw gebruikt. Het geheel duurt langer dan twintig minuten en is een elegant werk met een mooi langzaam tweede deel, waaruit blijkt dat Wagenaar ook prima adagio's kon componeren. De Sinfonietta zou net als Elverhöi wel eens (vaker) door onze bekendste orkesten mogen worden geprogrammeerd. In 2012 werd Elverhöi door de Radio Kamer Philharmonie onder leiding van Michael Schønwandt uitgevoerd, wat dat betreft is er hoop.

De Nordwestdeutsche Philharmonie is een verrassend goed orkest, hetgeen ik enkele jaren geleden in de concertzaal ook al kon vaststellen. Mijn eerste kennismaking met dirigent Antony Hermus was minder gelukkig. Tijdens een masterclass, al weer heel wat jaren geleden, kreeg ik een niet echt goede indruk van zijn capaciteiten. Gelukkig blijkt hij heel veel te hebben bijgeleerd. Hij leidt met rustige hand en oog voor details het orkest uit het Duitse Herford.

Het enige wat te betreuren valt is dat er geen enkel werk een cd-première is. Danwel Chailly met het KCO, danwel Eri Klas met het Radio Symfonie Orkest legden de vijf composities ook vast op cd. Gezien het feit dat Cyrano de Bergerac nog niet verscheen op beide cd's van de Nordwestdeutsche Philharmonie met Antony Hermus mogen we hopen op een derde cd in de serie.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links