CD-recensie

 

© Kees de Leeuw, juni 2009

 

 

Telemann: Concerten voor blazers (4)

Concert voor 2 blokfluiten, strijkers en basso continuo TWV 52: a2 – Concert voor fluit, strijkers en basso continuo TWV 51: D2 – Concert voor oboe d'amore, strijkers en basso continuo TWV 51: A2 – Concert voor 2 fluiten, fagot, strijkers en basso continuo TWV 53: h1 – Concert voor hobo, strijkers en basso continuo TWV 51: e1.

Michael Schneider (blokfluit, fluit), Martin Hublow (blokfluit), Karl Kaiser (fluit), Martin Stadler (hobo, oboe d’amore), Marita Schaar (fagot), La Stagione Frankfurt o.l.v. Michael Schneider.

CPO 777 400-2 • 61' •


Het label CPO heeft een reputatie op het gebied van het uitbrengen van cd’s met werk van onbekende én ondergewaardeerde componisten. Tot de laatste groep behoort Georg Philipp Telemann, aan wie CPO een editie gewijd heeft. In deze serie die tot nu toe 37 uitgaven telt, ligt de nadruk vooralsnog op de vocale werken, maar ook verschenen er onder meer al 4 cd’s met concerten voor blazers. Telemann was een bijzonder productieve componist en schreef ongeveer 125 concerten, een aantal dat overigens in het niet valt bij zijn minstens 1700 cantates.

In zijn concerten soleren een tot vier solisten, hoewel er ook concerten bestaan zonder solist. Zoals ook in zijn orkestouvertures valt de variatie in de combinatie van solo-instrumenten op. Een blokfluit met een fagot, blokfluit met hoorn, fluit en 2 violen zijn enkele van de gebruikte combinaties. Gelukkig heeft CPO ervoor gekozen om niet bijvoorbeeld alle hoboconcerten op één cd te zetten, maar te verspreiden over meerdere cd’s. Het biedt de luisteraar meer afwisseling, en het doet recht aan de verscheidenheid van Telemann’s werk.

De concerten zijn waarschijnlijk gecomponeerd in de periode tussen 1715 en 1725. Qua stijl lijken ze erg op elkaar, ook al putte Telemann de ene keer meer uit Franse en een andere keer uit Poolse bronnen. Het is opmerkelijk hoe goed hij, grotendeels autodidact, de mogelijkheden van de diverse instrumenten kende. Ook blijkt telkens weer hoe serieus hij zijn werk nam. Alle delen van elk concert hebben een eigen karakter en zijn niet schijnbaar ongeïnspireerd en routinematig gemaakt, een euvel waar men sommige tijdgenoten van Telemann wel op betrappen kan. De concerten van Telemann zijn afwisselend en het is gebruiksmuziek van het hoogste niveau.

De tempi in de barokmuziek zijn onderwerp van voortdurende discussie. In enkele concerten wordt er in de langzame delen wel wat lijzig gemusiceerd. Het prachtige 3e deel uit het concert voor oboe d’amore bijvoorbeeld wordt erg lang gerekt, waardoor het te veel aan spanning verliest. Gezien de tijdsduur van 4’24 neemt hoboïst Martin Stadler erg ruim de tijd, in vergelijking met bijvoorbeeld de 2’38 van Andreas Lorenz (Virtuosi Saxoniae/Ludwig Güttler, Berlin Classics). Gelukkig geldt dit niet voor alle langzame delen en dankzij het fraaie basso continuo met het fraaie spel van Yasunori Imamura op luit kan het ook een genoegen zijn.

Jammer is dat hoboïst Martin Stadler zich wat negatief onderscheidt van zijn collega’s door zijn rechtlijnige, te weinig versierde spel. Voor de andere solisten niets dan lof, in het bijzonder voor fluitist Karl Kaiser. La Stagione Frankfurt is een door de wol geverfd ensemble dat gelukkig niet routineus musiceert. Behalve de niet al gelukkige tempokeus valt er verder niets op het ensemble aan te merken.

Rest nog een kleine opmerking over de verder prima opname. In het fluitconcert wordt de solist soms te veel naar voren gehaald, waardoor er een licht verstoorde balans ontstaat met de begeleidende musici.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links