CD-recensie

 

© Kees de Leeuw, april 2009

 

 

Suk: Symfonie nr. 2 op. 27 (Asrael).

Helsinki Philharmonisch Orkest o.l.v. Vladimir Ashkenazy.

Live-opname, Helsinki, april 2008.

Ondine 1132-5 • 62' • (sacd)

 

 

 



Het Finse label Ondine is waarschijnlijk vooral bekend vanwege opnamen van Scandinavische muziek. Tot de, vele, uitzonderingen behoort deze recente opname van het wellicht grootste werk van Josef Suk (1874-1935), Asrael, symfonie voor groot orkest. Een werk dat meer dan eens op geluidsdrager is vastgelegd, maar tot nu toe nog steeds niet behoort tot het standaardrepertoire van het gemiddelde symfonieorkest. Dat is opmerkelijk want dit werk van de Tsjechische componist is het waard om beluisterd te worden. Tot nu toe waren het vooral landgenoten van Suk, zoals Jirí Belohlávek, Rafael Kubelík, Václav Neumann en Václav Talich, die de compositie opnamen.

Maar van de niet-Tsjechische dirigenten van grote naam (b)lijkt bijna geen één interesse te hebben voor deze dramatische compositie. Misschien zorgt de naam van dirigent van Vladimir Ashkenazy, die overigens in de periode 1998-2003 chefdirigent van het Tsjechisch Philharmonisch Orkest was, voor een grotere bekendheid van Asrael.

Het is kenmerkend dat de naam van de dirigent voorop de cd in een groter lettertype is afgedrukt dan de naam van de componist. Een klein foutje is dat als geboortejaar van Suk 1974 aangegeven wordt, in plaats van 1874.

Asrael is een aangrijpend werk, een requiem zonder woorden. Het is opgebouwd uit twee hoofddelen met in totaal vijf kleinere delen. Vier van de vijf delen hebben de tempoaanduiding andante of adagio. Zelfs als men de naam Asrael niet kan plaatsen zal duidelijk zijn dat het hier niet om een vrolijke symfonie gaat. Dat klopt, want Asrael is de engel van de dood. Overigens wordt deze engel in de bijbel niet met name genoemd.

De dood van zijn schoonvader en later van zijn vrouw vormden de inspiratiebron van de componist. In 1904 begon Suk aan Asrael toen zijn schoonvader Dvorák plotseling overleden was. Suk had gestudeerd bij hem én was met zijn dochter Otylka (Otilie) getrouwd. Toen Suk drie delen van zijn symfonie voltooid had overleed zijn geliefde Otylka in 1905. Hij was toen bezig met het vierde deel, maar verving dat door twee adagio’s. In 1906 was de compositie voltooid. Het eerste hoofddeel, bestaande uit 3 delen, is gewijd aan Dvorák en het andere hoofddeel aan Otylka. Het tweede en mijns inziens meest schrijnende deel verwijst naar het Requiem van zijn schoonvader. De symfonie heeft in het algemeen qua conceptie en dramatiek wel het nodige van Mahler in zich.

Het geheel is een aangrijpend en larmoyant werk, maar zeker niet naar sentimentaliteit neigende compositie, zoals het Adagio voor strijkers van Barber. Ondanks de tempo aanduidingen is het bepaald geen slepend of saai stuk, maar bevat het soms zeer dreigend en imponerend slagwerk, schrijnende strijkersklanken en de gedempte maar doordringende trompettonen scheppen een onheilspellende sfeer.

Het Helsinki Philharmonisch Orkest speelt gedisciplineerd, bezield en weet de tragiek goed weer te geven. Als de omstandigheden, zoals een vruchtbare samenwerking met de dirigent, motivatie en prima voorbereiding, goed zijn blijkt maar eens te weer dat een orkest in goeden doen of het nu uit Helsinki, Praag, Rotterdam of Liverpool komt niet echt onder hoeft te doen voor de wereldberoemde symfonieorkesten.

Het is een heldere opname geworden, waarvan de details goed te volgen zijn. Het predicaat live-opname is, zoals vaker, licht twijfelachtig. Er zal vast wel een en ander gecorrigeerd zijn, vermoed ik. In elk geval is het hierdoor een van de beste opnamen van Asrael geworden en dat is een grote verdienste van het orkest, de dirigent én de opnametechnici.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links