CD-recensie

 

© Kees de Leeuw, januari 2010

 

 

Raff: Symfonie nr.1 in D, op.96 (An das Vaterland) - nr. 2 in C, op. 140 - nr. 3 in F, op. 153 (Im Walde) - nr. 4 in g, op. 167 - nr. 5 in E, op. 177 (Lenore) - nr. 6 in d, op. 189 - nr. 7 in Bes, op. 201 (In den Alpen) - nr. 8, in A, op.205 (Frühlingsklänge) - nr. 9 in e, op. 208 (Im Sommer) - nr. 10 in f., op. 213 (Zur Herbstzeit) - nr. 11 in a, op. 214 (Der Winter) - Orkestsuite nr. 1 op. 101 - nr. 2 op. 194 (In ungarischer Weise) - 'Aus Thüringen' (orkestsuite)' - 'Italienische Suite' - Ouverture 'Benedetto Marcello' - Ouverture 'Dame Kobold' op. 154 - Ouverture 'Die Parole' - Ouverture op. 123 - Chaconne uit Partita voor viool nr.2 in d, BWV.1004 (bewerking voor orkest) - 'Abends-Rhapsodie' op.163b.

Bamberger Symphoniker o.l.v. Hans Stadlmair.

Tudor 1600 • 10.36 • (9 cd’s)


Joseph Joachim Raff (1822-1882) is een Duits componist, maar werd geboren in Lachen nabij Zurich. Hij leefde in Zwitserland tot Franz Liszt hem naar Duitsland haalde. In zijn geboorteland was hij actief als onderwijzer. Zijn vader, gevlucht uit Duitsland, gaf hem les in piano, orgel en zang. Verder was Raff als musicus overwegend autodidact, vooral wat betreft zijn kennis over orkestratie. In 1843 benaderde hij zijn grote voorbeeld, Felix Mendelssohn om diens oordeel te horen over enkele pianowerken. Mendelssohn was positief en de composities werden uitgegeven bij Breitkopf en Härtel. Raff bezocht in 1845 een concert dat Liszt in Bazel gaf. De Hongaar was aangenaam verrast door de grote moeite die Raff zich getroost had om het concert bij te wonen. Volgens het wellicht verzonnen verhaal had Raff namelijk per voet half Zwitserland doorkruist om Liszt te kunnen horen. Liszt bezorgde hem werk in Keulen.

Liszt haalde Raff in 1850 naar Weimar om hem te assisteren. Eén van zijn verdiensten hier was de orkestratie van symfonische gedichten van Liszt. Later verving Liszt de versie van Raff door zijn eigen orkestraties. Ondanks de hulp van de beroemde Hongaar voelde Raff zich beknot en zocht en vond zijn eigen weg, eerst in Wiesbaden en tot slot in Frankfurt. In Frankfurt werd hij directeur van het nieuwe conservatorium. Hij slaagde erin om de bariton Julius Stockhausen en Clara Schumann aan de onderwijsinstelling te binden.

Het oeuvre van Raff telt meer dan 200 werken. Van de elf symfonieën die hij componeerde verschenen er tien in dertien jaar, tussen 1866 en 1879, aldus de gegevens van het cd-boekje. Andere bronnen geven overigens een iets ruimere tijdsperiode aan. Afgezien van een verloren gegane symfonie uit de jaren ’50 staat zijn Eerste symfonie uit 1861 enigszins los van de rest. Het is met een duur van een kleine 70 minuten met afstand de langste symfonie, die wel erg sterk leunt op voorbeelden van Mendelssohn en Schubert en hoewel het een symfonie met een programma is, zoals de meeste van Raff, wijkt deze eerste ook in dit in opzicht af van de rest. Enerzijds de titel “Aan het vaderland”, omdat de componist vaak de natuur als thema nam. Anderzijds probeerde Raff in zijn programma symfonieën en orkestsuites onderwerpen als herbergen, feesten, de poesta, elfen en de Walpurgisnacht te beschrijven. In deze symfonie probeerde Raff echter geenszins de stad of de natuur te beschrijven, zoals bijvoorbeeld Bernard Zweers dat wel deed in zijn aan het vaderland gewijde Derde symfonie. Met deze nogal langdradige symfonie won Raff desalniettemin de eerste prijs bij de prijsvraag van de Wiener Gesellschaft der Musikfreunde. Zijn Tweede symfonie, een niet onaardige compositie, was beduidend korter en kent geen thema of programma. Hetzelfde geldt voor de Vierde symfonie.

 
  Joseph Joachim Raff (1822-1882)

Raff vestigde zijn naam vooral door zijn Derde symfonie, “Im Walde” uit 1869. De volgende acht symfonieën konden eveneens rekenen op een positief onthaal. Door zijn tijdgenoten, onder wie Hans von Bülow werd zijn symfonisch werk in één adem genoemd met dat van Schumann, Tsjaikovski, Anton Rubinstein en Mendelssohn. Hierbij mag niet onvermeld blijven dat de symfonieën van Raff gecomponeerd werden in een tijd dat er op symfonisch gebied in Duitsland amper echte meesterwerken verschenen, de periode tussen de definitieve versie van Vierde symfonie van Schumann (1851) en in 1876 de eersteling van Brahms. Met uitzondering van enkele symfonische werken van Liszt die in deze kwart eeuw werden gecomponeerd had Raff dus eigenlijk weinig concurrentie. Met de waardering voor Brahms’ Eerste symfonie en het succes van Wagner in Bayreuth daalde de populariteit van Raff. De laatste jaren van zijn leven waren minder geslaagd in dit opzicht. Hij componeerde geen symfonieën meer en twijfelde aan zijn werk. Zijn driedelige Zzesde symfonie, met als respectievelijke thema’s “Gelebt: Gestrebt, gelitten, gestritten”, “Gestorben” en “Umworben” over de tragiek van de zwoegende kunstenaar die pas na zijn dood erkenning vindt ging voor Raff dus niet op. Opvallend is in deze symfonie is de marcia funebre die aanvankelijk sterk aan Beethovens mars uit de Eroica doet denken, maar uiteindelijk meer lijkt op Mendelssohn’ Een Midzomernachtdroom.

Behalve de waardering voor Brahms en Wagner nam de belangstelling voor de symfonieën van Beethoven ook toe en zo verdwenen de orkestwerken van Raff al snel van de concertprogramma’s. Pogingen van Toscanini in 1931 om de Derde symfonie weer op het repertoire te krijgen mislukten.

Zijn Derde en Vijfde symfonie beschouwde componist als zijn meesterwerken en daarin had hij waarschijnlijk gelijk. De Vijfde, “Leonore”, is gebaseerd op een ballade van Gottfried August Burger ((1747-1794), een werk dat ook de Franse componist Henri Duparc inspireerde. De drie delen, liefdesgeluk, scheiding en hereniging in de dood zijn bij Raff niet erg dramatisch getoonzet. Een lange vrolijke mars met sterke invloeden van Schubert en in minder mate van Tsjaikovski’s balletmuziek maakt een vrolijke indruk maar lijkt weinig betrekking te hebben op scheiding en de hereniging van de geliefden. De derde “Im Walde” lijkt de beste symfonie van Raff. Hierin beschrijft hij het sprookjesleven in bos, compleet met elfen. En juist deze muziek lijkt op Mendelssohn’ Een Midzomernachtdroom. Maar ook het bos bij nacht en de eenzame wandelaar passeren de revue. Dit is Raff op zijn best, bekwaam, geïnspireerd en niet te voorspelbaar.

Voor de laatste symfonieën vond Raff zijn inspiratie in de natuur en de wisseling van de seizoenen. De Zevende symfonie heet “In den Alpen” en het laatste kwartet is gewijd aan de vier jaargetijden. Beeldende muziek, maar tegelijkertijd kan geconstateerd worden dat Raff blijkbaar te veel kruit in korte tijd verschoten had. De composities voegen weinig toe aan hetgeen hij al eerder geschreven had. Een verwijt dat hij al te horen kreeg van vrienden in zijn laatste levensperiode.

Van de vier suites voor orkest zijn er 3 aan een bepaald gebied gewijd, Hongarije, Italië en Thuringen. Ze voegen niet veel nieuws toe aan de symfonieën. Wel klinkt hier meer de eigen stem van Raff en is de invloed van met name Mendelssohn minder duidelijk hoorbaar. De naamloze eerste suite is deels gebaseerd op de oorspronkelijke Eerste symfonie, die verloren gegaan is. Vooral in het begindeel doet het werk sterk aan Beethoven denken en heeft meer te bieden dan de andere suites die van niet veel originaliteit getuigen. hoewel er enkele aangename verrassingen zijn en bijvoorbeeld het melancholieke tweede deel uit de Italiaanse suite, Barcarole, van grote schoonheid is.

De cd-box is verder gevuld met de weinig opvallende rapsodie “Abends” en een orkestarrangement van Bach’s Chaconne BWV 1004, uit de tweede partita voor viool. Tot slot zijn er nog enkele ouvertures te beluisteren. De opera’s van Raff bleven al tijdens zijn leven onopgemerkt. “Benedetto Marcello” bijvoorbeeld werd voor het eerst, en dan nog concertant, uitgevoerd in 2002, 124 jaar na voltooiing. De drie operaouvertures, aangevuld met een concert-ouverture, op deze cd laten zien dat de componist dramatischer muziek met meer intensiteit kon schrijven dan blijkt uit zijn symfonieën. In zijn soort zijn vooral de opera ouvertures daarom van hoge kwaliteit.

Het orkest uit Bamberg heeft in 2003 de erenaam Bayerische Staatsphilharmonie verworven. Behalve de wat lange naam kan de verkeerde indruk gewekt worden dat het om twee verschillende orkesten gaat, zoals de achterkant van de cd-box doet. Het orkest doet erg goed zijn best en heeft de erenaam niet voor niets gekregen. Maar dirigent Stadlmair slaagt er niet in om deze muziek dat beetje extra te geven dat juist de minder sterke composities nodig hebben.

Raff was een vakman, die knap kon instrumenteren. Hij was erg goed op de hoogte met de verrichtingen van zijn voorgangers en tijdgenoten en maakte hier goed gebruik van. Maar het ontbreekt meestal aan verrassingen, dramatiek, en climaxen. Het is goede muziek die echter niet erg beklijft in het geheugen.

Hoe dan ook, het is een prima zaak dat Tudor een voordelige cd-box aanbiedt, met het grootste deel van de orkestwerken van een relatief onbekende componist. Als de luisteraar zich maar realiseert dat deze composities geen echte meesterwerken zijn valt er heel wat moois te ontdekken.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links