CD-recensie

 

© Kees de Leeuw, juni 2017

 

Pisendel - Vioolsonates

Pisendel: Sonate voor viool en basso continuo in c - Sonate voor viool en basso continuo in g - Sonate voor solo viool in a - Sonate voor viool en basso continuo in c

Weiss: Sonate voor luit no. 39 in C: Ouverture; Presto - Sonate voor luit no. 40 in C: Sarabande

Tomasz Aleksander Plusa (viool), Robert Smith (cello), Earl Christy (luit, theorbe), Ere Lievonen (klavecimbel)

Brilliant Classics 95432 • 79' •

Opname: 25-28 januari 2016, Oude dorpskerk, Bunnik

   

Het is altijd mooi als we een cd-debuut van hoog niveau mogen begroeten, vooral wanneer de musici een Nederlands tintje hebben. Zeker, de wieg van de Poolse hoofdrolspeler Tomasz Aleksander Plusa (1976) stond niet in Nederland. En dat geldt ook voor de drie andere musici. Maar cellist en gambist Robert Smith werkt geregeld samen met het Amsterdams Barok Orkest. De overige heren ontvingen een deel van hun muzikale opleiding in Nederland en wonen er nu. Plusa kwam onder meer naar Nederland om zich te specialiseren in de barokviool bij Elizabeth Wallfisch en Ryo Terakado en altviool bij Antoinette Lohmann.

Hij koos voor zijn eerste cd als solist voor muziek van de Duitse componist Johann Georg Pisendel (1687-1755). Deze in het Beierse Cadolzburg geboren musicus kreeg eerst lessen van zijn vader, die de plaatselijke cantor en organist was. Als koorknaap kwam hij rond zijn tiende jaar terecht in Ansbach. Hij trof hier niet alleen zijn zangleraar Francesco Antonio Pistocchi maar ook diens vriend Giuseppe Torelli. Pisendel mocht bij deze beroemdheid viool studeren. Een aantal jaren later trad de jonge student als violist toe tot het hoforkest van Ansbach. Toen hij in 1709 op weg ging naar Leipzig om hier rechten te gaan studeren trof hij in Weimar Johann Sebastian Bach. Bach was zeer onder de indruk van het violistisch kunnen van Pisendel. Het is heel goed mogelijk dat Bach door Pisendel is beïnvloed in zijn sonates en partita's voor viool solo (BWV 1001-1006).

In Leipzig trof Pisendel zijn collega Telemann. Beiden deden veel voor de verspreiding van elkaars composities. In 1712 werd Pisendel violist aan het hof van Dresden met de cultuurminnaar August de Sterke, koning van Litouwen en Polen, aan de macht. Het daar residerende orkest was voor een musicus het hoogst haalbare. Veel van de meest begaafde musici én componisten verbleven hier. Pisendel bleef lid tot zijn dood in 1755 en ontmoette in die tijd hier onder meer Antonio Lotti, de kapelmeesters Heinichen en Hasse, de fluitist Quantz en Jan Dismas Zelenka. In Pisendels begintijd ondernam de kroonprins, later bekend als August de Derde, een grote reis naar Frankrijk, Berlijn en Venetië met een aantal musici onder wie Pisendel. Op deze reis maakte de componist kennis met de Franse en Italiaanse stijl én Vivaldi. De Italiaan droeg verschillende werken op aan Pisendel, die heel wat composities van Vivaldi, Benedetto Marcello en Albinoni kopieerde. Na hernieuwde reizen naar Italië en Wenen bleef hij vanaf 1720 meer in Dresden en kreeg compositieonderricht van kapelmeester Johann David Heinichen. Tien jaar later werd hij de officiële opvolger van de in 1728 overleden concertmeester Jean-Baptiste Volumier. Hij was zelf muziekleraar van onder andere Franz Benda en Johann Gottlieb Graun.

Zijn drukke werkzaamheden en zijn zeer kritische houding ten aanzien van zijn eigen werk kunnen als oorzaken worden genoemd van het zeer geringe oeuvre dat Pisendel naliet. De verschillende cd-tekstboekjes, de websites en de gezaghebbende muziekencyclopedie Grove geven hierover nogal uiteenlopende informatie. Het zijn een handvol vioolsonates, een aantal korte concerti grossi die deels arrangementen van eigen werk zijn en nog wat andere orkestwerken. Over de hoeveelheid vioolconcerten bestaat helemaal geen uniformiteit. Genoemd worden aantallen van 1 tot 12.

Op deze cd staan zijn vioolsonates centraal, die tezamen een aardig deel van de nalatenschap van Pisendel vormen. Bach had het al vroeg in de gaten, Pisendel was als violist een groot virtuoos. Af en toe hoor je duidelijk een vlaag Vivaldi in zijn werken, maar waar de Italiaan zich er soms met een jantje-van-leiden afmaakte lijkt Pisendel elke noot goed doordacht te hebben. Waar ik me soms knap verveel bij het beluisteren van sonates uit de barok omdat ze zo voorspelbaar zijn blijft Pisendel boeien. Zijn sonate voor viool solo was weer een stap verder in de ontwikkeling van dit genre wat bij Bach een hoogtepunt bereikte.

Plusa speelt met een indringende, krachtige en heldere toon. Het gebeurt mij niet zo vaak dat ik een violist denk te herkennen. In dit geval dacht ik heel snel aan de Australische barokvioliste Elizabeth Wallfisch, die onder meer met het Locatelli Trio voor het label Hyperion prachtige opnames maakte. Plusa is wat mij betreft helemaal geslaagd als leerling van haar en krijgt prima ondersteuning van zijn muzikale partners.

Er zijn enkele minpuntjes. Het eerste deel van de eerste te horen sonate in c had mijns inziens wel iets zuiverder gekund en had misschien beter nogmaals kunnen worden opgenomen. Ook zou ik zelf hebben gekozen voor wat langere pauzes (lees: stilte) tussen de verschillende composities. In zijn totaliteit ben ik echter zeer tevreden met Tomasz Aleksander Plusa en zijn kameraden die toonaangevend kunnen worden in de oude muziek scene. Hopelijk mogen we hen nog vaak horen.

De werken van Pisendel worden smaakvol afgewisseld met drie delen uit twee luitsonates van Silvius Leopold Weiss (1687-1750) die ook prima vertolkt worden. Weiss, erkend als een van de allergrootsten op zijn instrument, was ook langdurig aan het hof van Dresden verbonden. Het is een beetje vreemd dat waar Tomasz Plusa voor het cd-boekje een prachtig uitgebreid verhaal schreef over Pisendel er niet meer dan één alinea te vinden is over de luitvirtuoos Weiss. Maar goed, het gaat uiteindelijk natuurlijk om de muziek.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links