CD-recensie

 

© Kees de Leeuw, maart 2015

 

Kallstenius: Symfonie nr. 1 in Es, op. 16 - Sinfonietta nr. 2 in G, op. 34 - Musica sinfonica op. 42

Helsingborg Symfonie Orkest o.l.v. Frank Beermann

CPO 777 361-2 • 56' •

Opname: oktober 2007, Konserthuset, Helsingborg

 

Edvin Kallstenius (1881-1967) was een Zweedse componist die nooit veel bekendheid genoot en nu helemaal in het vergeetboek geraakt is. Bij kenners en liefhebbers is mogelijk de cd (Musica Svecia PSCD 701) met drie werken, Dalarapsodi , Sångoffer ( cantate voor bariton en orkest) en zijn tweede symfonie bekend. Op het label CPO verschenen op deze cd nu drie andere composities. Gezien de datering van de opname (2007) zullen we hopen dat er nog meer in het vat zit want deze componist verdient meer aandacht.
Kallstenius kwam uit een artistieke familie maar koos aanvankelijk voor een natuurwetenschappelijke studie. Van 1904 tot 1907 bezocht hij het conservatorium in Leipzig waar hij onder meer contrapunt studeerde bij Stephen Krehl (in het cd-boekje per abuis Krehi genoemd). Hij was hierover niet tevreden en vond zijn inspiratie in de concerten van Arthur Nikisch, vooral wanneer deze composities van Richard Strauss, Reger en Debussy dirigeerde. Kallstenius was bovenal gefascineerd door de opera Der ferne Klang van Franz Schreker. Tegelijkertijd adoreerde hij Beethoven en maakte hij in zijn composities soms gebruik van Zweedse muziek uit de achttiende eeuw.
Naast zijn werk als muziekbibliothecaris van de radio vervulde hij belangrijke functies bij de componistenbond en een instelling die zich met auteursrechten bezig hield. Hij besteedde ook de nodige tijd aan componeren, voornamelijk liederen voor solostem en koorwerken. Echter, ook vijf symfonieën en andere orkestwerken staan op zijn werkenlijst. In zijn latere werken hield hij bezig met het twaalftoonsysteem en seriële muziek, waarvan de Sinfonietta 'dodicitonica' (1956) en Sinfonietta 'semi-seriale' (1958) getuigen.

De symfonieën van Kallstenius zijn driedelig, snel-langzaam-snel. Dat geldt ook voor de twee andere composities op deze cd, de sinfonietta en de Musica sinfonica . De muziek klink vaak stevig, soms somber en dramatisch. Kallstenius gebruikte graag lage strijkinstrumenten en slagwerk. De Musica sinfonica klink door meer frequent gebruik van houtblazers wat luchtiger.
Hij had veel gevoel voor ritmiek. Opvallend zijn de herhalingen van de kleine motieven die geleidelijk aan veranderen. Wat dit betreft zou men Kallstenius een minimalist avant-la-lettre kunnen noemen.

De eerste symfonie uit 1926, die hier in de gereviseerde versie uit 1941 wordt uitgevoerd, is waarschijnlijk het minst toegankelijke werk. Aanvankelijk riep het bij mij associaties op met graniet en weerbarstigheid. Bij de première in 1928 werd het nota bene uitgevoerd in een concert met 'lichtere' klassieke muziek. Het werd uiteraard geen succes. Een recensent merkte wrang op dat de betrekkelijk korte duur van de symfonie, ruim 20 minuten, het enige positieve punt was.

De Sinfonietta (1946) en de Musica sinfonica (1959) klinken, hoewel later gecomponeerd dan de eerste symfonie, melodieuzer en minder ongenaakbaar. De componist radicaliseerde blijkbaar niet in zijn opvattingen.

Kallstenius componeerde zeker niet met het oog op een groot publiek. Zijn onaangename persoonlijkheid (hij kreeg de bijnaam Gallstenius) hielp ook al niet om zijn werk onder een breder publiek te brengen. Het is goed voorstelbaar dat zijn composities, zeker na eerste beluistering, niet direct 'aanslaan'. Bij herhaalde beluistering valt er echt veel te ontdekken in zijn muziek.
Orkest en dirigent behoren niet tot de top, maar ze brengen deze muziek met overtuiging en toewijding en dat kan ik helaas niet altijd van elk toporkest zeggen.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links