CD-recensie

 

© Kees de Leeuw, februari 2020

Hermann Grädener - Orchestral Music Vol. 1

Grädener: Vioolconcert nr. 1 in D, op. 22 – nr. 2 in d, op. 41

Karen Bentley Pollick (viool), National Symphony Orchestra of Ukraine o.l.v. Gottfried Rabl
Toccata Classics TOCC 0528 • 75' •
Opname: juni 2018, House of Records, Kiev (Oekraïne)

 

Hermann Otto Theodor Grädener (1844-1929) behoort tot de grote groep componisten die praktisch vergeten is. Mogelijk zijn er lezers die de naam wel kennen omdat zoon Hermann (1878-1956) enige bekendheid genoot als auteur. Wellicht wordt de musicus ook weer wat bekender dankzij het cd-label Toccata Classics.

Hermann werd in Kiel geboren en werd aanvankelijk opgeleid door zijn vader Carl Georg Peter die onder andere twee symfonieën schreef en Universitätsmusikdirektor in Kiel was, waarvan er één enkele jaren geleden opnieuw werd uitgevoerd.

Hermann bracht het grootste deel van zijn leven in Wenen door. Hij begon in 1862 als organist in Gumpendorf, een voorstad van Wenen. Enkele jaren later werd hij violist in het Hoforkest. Grädener behoorde tot de vriendenkring van Brahms. Hij werkte ruim dertig jaar aan het conservatorium, vooral als docent muziektheorie. Hij volgde Anton Bruckner op als docent harmonie, vormleer en contrapunt. Erich Korngold, Clemens Kraus, Hans Rott, Franz Schrecker en Anton Webern behoorden (tijdelijk) tot zijn studenten. In 1912, enkele jaren voor zijn zeventigste verjaardag, werd Grädener ontheven van zijn functie door directeur Wilhelm Bopp, die graag modernere docenten zoals Franz Schrecker en Arnold Schönberg zag. Zemlinsky die de nog zeer jonge Korngold les gaf vroeg deze ironisch of zijn nieuwe docent Hermann Grädener nog wel vooruitgang boekte. Grädener was immers feitelijk in het Brahms tijdperk blijven stilstaan en het is dus logisch dat Bopp en Zemlinsky niet erg over hem te spreken waren.

Grädener componeerde onder meer twee celloconcerten, een pianoconcert, twee symfonieën en verschillende werken voor koor en orkest. Daarnaast schreef hij twee vioolconcerten, die beide ongeveer even lang zijn, zelfs de delen ervan ontlopen elkaar qua tijdsduur nauwelijks. Het karakter van beide concerten verschilt echter flink. De partituur van het eerste concert uit 1890 is niet volledig bewaard gebleven. Dirigent Gottfried Rabl die de muziek in een Weens antiquariaat ontdekte heeft echter met behulp van het klavieruittreksel en zijn eigen ervaringen als musicus het concert zo goed en verantwoord mogelijk gereconstrueerd. Het werd opgedragen aan de violist Adolph Brodsky, een vriend van de componist, die tevens tekende voor de première, samen met de Wiener Philharmoniker. In de kritieken van onder meer de beruchte criticus Eduard Hanslick komen onder meer de woorden 'lang' en 'saai' voor. Wat het eerste deel betreft ben ik het daar wel mee eens. Het kent weinig ontwikkeling en de ideeën worden soms niet verder uitgewerkt. Het lyrische tweede deel en het meer virtuoze derde deel maken echter veel goed. In zijn totaliteit is het een lyrisch en soms zelfs wat sentimenteel concert. Er wordt de violiste weinig rust gegund want het orkest is vooral ondersteunend; van een dialoog tussen solist en orkest is nauwelijks sprake.

In 1905 volgde het tweede vioolconcert, dat bij de eerste uitvoering met Frantisek Ondrícek als solist op meer bijval kon rekenen dan het eerste concert. Geen wonder, want het tweede is dynamischer en virtuozer, waardoor de solist meer van zijn technische vaardigheden kan tonen. Er is bovendien meer wisselwerking met het orkest wat het discours boeiender maakt, ook al heeft het orkest hierin slechts een bescheiden rol. Van saaiheid is echter geen sprake. Het geheel getuigt van vakmanschap en inspiratie, hoewel niet van veel originaliteit. De invloed van vooral Brahms, maar ook van Mendelssohn is in beide concerten goed hoorbaar.

Het grote enthousiasme waarmee Gottfried Rabl over de beide concerten schrijft kan ik niet helemaal delen. Evenwel, het is muziek die zich kan meten met de meeste vioolconcerten die verschijnen in de cd-serie The Romantic Violin Concerto van het Britse label Hyperion. Violiste Karen Bentley Pollick speelt heel goed en zet zich in alsof het om ware meesterwerken gaat. Het orkest en de dirigent halen dit niveau echter niet helemaal. Terugdenkend aan een concert dat ik hoorde in de tijd dat er hoogstwaarschijnlijk nog zeer veel musici met een gedegen sovjet-opleiding in het orkest zaten, kan ik slechts constateren dat de kwaliteit sindsdien nogal verslechterd is. De politieke en economische situatie in de Oekraïne zal hier mogelijk debet aan zijn.

De opname bevredigt mij ook niet helemaal omdat het soms weinig gedetailleerd en wat diffuus klinkt. Tegelijkertijd moeten we ons realiseren dat echte toporkesten zich praktisch nooit aan dit repertoire wagen en dat we blij moeten zijn dat er musici en labels zijn die zich wel sterk willen maken voor componisten van het kaliber Hermann Grädener.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links