CD-recensie

 

© Kees de Leeuw, april 2010

 

 

Gade: Symfonieën nr. 1-8 (compl.) – Vioolconcert op. 56 – Cantate “De kruisvaarders” op. 50.

Roland Pöntinen (piano), Stockholm Sinfonietta o.l.v. Neeme Järvi (symfonieën), Anton Kontra (viool), Malmö Symfonie Orkest o.l.v. Paavo Järvi (vioolconcert), Kurt Westi (tenor), Marianne Rørholm (mezzosopraan), Ulrik Cold (bas), Canzone Koor, Da Camera Koor, Koor 72, Muziekstudenten Kamerkoor, Aarhus Symfonieorkest o.l.v. Frans Rasmussen (De kruisvaarders).

BIS CD 1835/36 • 5.01' • (5 cd’s)


Het Zweedse label BIS brengt veel muziek van Scandinavische componisten en houdt bovendien van complete uitgaven. Het is daarom niet verbazingwekkend dat de complete symfonieën van Niels Gade bij BIS werden uitgebracht, aanvankelijk op 4 losse cd’s. Aangevuld met het vioolconcert en de cantate “De kruisvaarders” is er nu een goedkope heruitgave op vijf cd’s voor de prijs van twee.

Niels Wilhelm Gade (1817-1890) is de bekendste Deense componist uit de negentiende eeuw en was tijdens zijn leven gevierd in zijn vaderland, maar zeker ook in Duitsland. Gade dankte veel aan Felix Mendelssohn, die ervoor zorgde dat zijn eerste symfonieën werden uitgevoerd, in het Gewandhaus in Leipzig. De eerste symfonie van Gade heeft als bijnaam “De mooie vlakten van Sjølund”, verwijzend naar zijn vaderland. Maar, net als in Nederland, was het Deense muziekleven in de negentiende eeuw sterk verbonden aan het Duitse en Gade is daar een sprekend voorbeeld van.

Mendelssohn was het grote voorbeeld van Gade en dat is bijzonder goed te horen in zijn symfonieën, met name in de eerste vier. Na het overlijden van zijn idool in 1847 volgde Gade hem op als dirigent van het Gewandhausorkest, maar de vreugde was van korte duur. De oorlog tussen Denemarken en Pruisen was er debet aan dat Gade reeds het volgend jaar huiswaarts keerde. Toch bleef Gade geliefd bij de Duitsers. Hij zette zich in voor Duitse componisten in zijn vaderland. Hij maakte zich niet alleen sterk voor Mendelssohn, maar leidde ook de eerste uitvoering van de Matthäus Passion in Denemarken.

 
  Niels Wilhelm Gade (1817-1890)

Ook in Nederland werd de Deen populair, onder meer dankzij zijn collega Johannes Verhulst, die bij Mendelssohn leerling was. Zowel de Nederlander als de Deen waren tamelijk behoudend en bleven trouw aan hun voorbeeld. Misschien juist daarom viel Gade in de smaak bij het Nederlandse publiek, zoals bleek tijdens de feesten die rond hem georganiseerd werden in 1873 in Amsterdam. Hij trad zelf op als dirigent, en bij een uitvoering van zijn zesde symfonie in het Paleis voor Volksvlijt waren er drieduizend bezoekers aanwezig. Hij kreeg diverse onderscheidingen, toespraken, toejuichingen en langdurige ovaties en merkte later op dat hij weinig gemerkt had van de Nederlandse nuchterheid. Volgens Johan Giskes hebben deze festiviteiten rond Gade in de hoofdstad hoogstwaarschijnlijk een vergelijkbare indruk op de inwoners gemaakt als het Mahlerfeest in 1995.

De symfonieën van Gade zijn qua lengte gelijk aan veel van de symfonieën van Joseph Haydn, circa 20 tot 30 minuten. Gade blijkt ook beïnvloed door symfonieën van de Weense klassieken, waar een climax vaak bekroond wordt met heroïsche muziek van trompetten en pauken. Bij de Deen die een sterke voorkeur had voor snelle delen komen dit soort fanfares tot vervelens toe voor. Het is jammer dat hij niet meer rustige delen componeerde, want hierin toonde hij meer originaliteit en gaf, als tegenwicht tegen de snelle en vrolijke muziek, blijk van een dromerig karakter.

Hij had zelf de regel bedacht dat elk vijfde werk dat hij componeerde een symfonie moest zijn. Tot en met de vijfde symfonie hield hij zich aan deze regel. De eerste symfonie is opus 5, de tweede opus 10 en de vijfde is dus opus 25. Nadat hij in een crisis kwam na het overlijden van zijn veel jongere vrouw Emma Sophie, dochter van de componist Johan Peter Emilius Hartmann, brak hij met de regel en zijn zesde symfonie verscheen als opus 32. Naar het schijnt had ook Gade een enorm ontzag voor de negende symfonie van Ludwig van Beethoven en na zijn achtste symfonie (1869-71) stopte hij daarom met het genre symfonie.

De derde symfonie wordt als zijn zwakste beschouwd en de hiernavolgende vierde als de beste. De derde symfonie kreeg al tijdens zijn leven kritiek omdat het werk wel heel erg sterk leunt op Mendelssohn, terwijl Gade juist vanaf nummer vier er in slaagde om zich enigszins te ontworstelen aan deze invloed. Mijns inziens zijn de vijfde, met een uiterst belangrijke solopartij voor piano, en de zesde de meest originele en interessante symfonieën, in elk geval voor de liefhebber van de romantische symfonie. Later greep Gade toch weer erg veel terug op zijn grote voorbeelden. Het ontbreekt Gade meer dan eens aan originaliteit en hij kon wel erg moeilijk loskomen van zijn grote idool. Genialiteit hoeft de luisteraar niet te verwachten, maar wel een gedegen vakmanschap.

Met alle respect voor de maestro van het Residentie Orkest, Neeme Järvi blijkt niet helemaal de ideale dirigent voor deze muziek. In de grote lijnen doet Järvi het prima en leidt het orkest met strakke hand. Maar meer aandacht voor detaillering en subtiliteit zou deze muziek ten goede zijn gekomen. Pianist Pöntinen speelt een prima partij in de vijfde symfonie. In vergelijking met de integrale opname van Michael Schonwandt met het Copenhagen Collegium Musicum op Marco Polo/Da Capo blijkt Järvi’s uitvoering duidelijk de mindere.

Het vioolconcert verscheen in 1880 en was aanvankelijk bedoeld voor Joseph Joachim, die het weliswaar prees als een aanwinst voor het repertoire, maar hij liet de uitvoering na de première over aan Rudolph Heckmann. Het begin is hoopgevend, maar Gade slaagde er niet in om een echt boeiend concert te schrijven. Zowel de solo- als de orkestpartijen lijken zich niet verder te ontwikkelen en het is moeilijk om geboeid te blijven luisteren. De Hongaarse violist Anton Kontra, wellicht bekend van het gelijknamige kwartet, doet zijn uiterste best maar kan het concert niet redden. Het orkest uit Malmö doet goed mee, maar schijnt het soms aan inspiratie te ontbreken.

De cantate “Kruisvaarders” is een cantate voor solisten, (amateur-)koor en orkest. Gade schreef meer vergelijkbare muziek. Het libretto is gebaseerd op een tekst van Carl Andersen, die inspiratie vond in Torquato Tasso’s episch gedicht over de bevrijding van Jeruzalem. Het gaat over de kruisvaarder Rinaldo die de wereldlijke liefde van Armida versmaadt om zijn taak als kruisvaarder te volbrengen. Er is ook nog een rol voor de kluizenaar Peter. Het is een boeiend en dramatisch stuk dat zowel door Mendelssohn als Wagner (Tannhäuser) beïnvloed is. De mening van een Duitse recensent in 1873 dat het de muziek van Wagner zou overtreffen zal vrijwel niemand onderschrijven, maar de compositie is een waardevolle aanvulling op de orkestmuziek. De vocale partijen worden prima vertolkt. Het orkest klinkt soms wat onzuiver.

De muziek van Niels Gade is van wisselend niveau. Liefhebbers van Mendelssohn kunnen hun hart ophalen. Voor liefhebbers van pure romantische symfonische muziek valt de muziek voor een deel wat tegen. Maar met de interessante aanvulling van “Kruisvaarders” en de aantrekkelijke prijs van de cd-box is het toch een waardevolle aanvulling voor de collectie.



index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links