CD-recensie

 

© Jan de Kruijff, april 2007

 

 

Schmidt: Symfonie nr. 4 in C - Inleiding, intermezzo en carnavalsmuziek uit Notre dame.

Nederlands Filharmonisch orkest o.l.v. Yakov Kreizberg.

PentaTone Classics PTC 5186.015 • 61' • (sacd)

 

 


Wie van de symfonieën van Beethoven, Brahms, Bruckner, Elgar en Sibelius houdt, kan geen problemen hebben met het viertal van Franz Schmidt (1874-1939), waarvan de Vierde de bekendste is. Een werk van een laatbloeier uit 1933, waarin ook de invloed van Reger herkenbaar is, maar zonder diens bombast, getuigend van een goed symfonisch kunnen denken en orkestreren. Schmidt was een leerling van Bruckner als wiens opvolger hij wel wordt beschouwd en Fuchs. Het werk dat werd geïnspireerd door het overlijden van zijn enige dochter (onvermoede parallel met Mahler en Berg!). Geen wonder dat het een nogal trieste inslag heeft ondanks dan C-groot, maar de componist gaf ook blijk van troost en vastbeslotenheid om het leed te overwinnen. De symfonie is eendelig en ontleent al zijn materiaal aan een treffend, 21 maten lang thema aan het begin, gespeeld door de solotrompet. Het werk eindigt ook met een trompetsolo en onderweg zijn er ook treffend tere soli voor viool, cello en andere instrumenten. De orkestratie is bijzonder. Best een oorspronkelijk blijk van mooie ideeën. Grappig dat Schmidt, in hetzelfde jaar als Schönberg werd geboren, zo’n totaal andere, conservatieve weg aflegde.

Met zijn juiste taxatie van de als leider van de Weense Hofopera benoemde 'Musikarbeiter' Gustav Mahler gaf de als cellist Franz Schmidt blijk van een verziende blik. Met de zwoele bijdrage van de strijkers in het tussenspel uit Notre Dame (op deze cd aanwezig) verwierf Schmidt de nodige populariteit die zijn andere werken overschaduwde. Als zijn belangrijkste werk wordt het oratorium Das Buch mit den sieben Siegeln beschouwd en van zijn vier symfonieën hield eigenlijk alleen de Vierde (1933) repertoire.
Van dat werk bestonden de nodige fraaie opnamen: Mehta (Decca), Järvi (Chandos) en Welser-Möst (EMI) zorgden daarvoor.

Nu voegt ook Kreizberg zich bij dat illustere stel met een uitvoering van dit uitgesproken traditionalistische werk uit één stuk, maar in vier delen, alle gebaseerd op het 21 maten lange trompetthema aan het begin. Kreizberg doet op heel welsprekende en indringende wijze als gaat het om Bruckners Tiende alle recht aan de rijke, veelal chromatische klanktaal en de inherente noblesse van het werk en valt er niets negatiefs te zeggen over de kwaliteit van de opname.

Ooit was er van deze symfonie een mooie opname van het Weens filharmonisch orkest onder Zubin Mehta (Decca 430.007-2), daarna volgden in 1994 Welser-Möst (EMI 555.518-2) en het Detroit Symphony Orchestra o.l.v. Neeme Järvi (Chandos CHAN 9506). De in 2002 als nieuwe chef van het Nederlands Filharmonisch aangetreden Kreizberg heeft kennelijk veel affiniteit met deze muziek en ook hij enthousiasmeert zijn mensen hoorbaar in een heel toegewijde en welsprekende vertolking van deze compositie die aardig wordt aangevuld met drie delen uit de opera Notre Dame. Los van eventuele chauvinistische redenen is er geen enkele aanleiding om mee op grond van de voortreffelijke, mooi ruimtelijke opnamekwaliteit niet de voorkeur te geven aan deze recentere versie.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links