CD-recensie

 

© Harry-Imre Dijkstra, november 2021

Prokofjev - Complete Symphonies

Prokofjev: Symfonie nr. 1 in D, op. 25 (Klasssieke) - Symfonie nr. 2 in d, op. 40 - Dromen op. 6 - Symfonie nr. 3 in c, op. 44 - Scythische suite op. 20 - Herfstschets op. 8 - Symfonie nr. 4 in C, op. 112 - Ballet De verloren zoon op. 46 - Het jaar 1941 op. 90 - Symfonie nr. 5 in Bes, op. 100 - Symfonie nr. 6 in Es, op. 111 - Walssuite op. 110 - Symfonie nr. 7 in cis, op. 131 - Suite De liefde voor de drie sinaasappelen op. 33bis (delen) - Luitenant Kijé Suite op. 60

São Paulo Symphony Orchestra o.l.v. Marin Alsop
Naxos 8.506038 • 6.20' • (6 cd's)
Opname 2012-2017, Sala São Paulo

 

Toen dirigente Marin Alsop in 1912 haar opwachting mocht maken als chef bij het São Paulo Symphony Orchestra (OSESP), was het bed artistiek gezien al redelijk gespreid: de Braziliaanse dirigent John Neschling had in de jaren daarvoor het niveau van het orkest op tirannieke wijze tot de internationale standaard opgekrikt. Een kort leiderschap van Yan Pascal Tortelier tussendoor was belangrijk om de rust terug te brengen, aangezien de machtsstrijd met Neschling niet mals was geweest. De samenwerking tussen Alsop en het orkest begon bovendien dankzij een gelukje vliegend: door annulering van Alsops andere orkest, het Baltimore Symphony Orchestra, konden ze gelijk hun debuut maken bij de Londense BBC Proms en maakten ze met een geheel Amerikaans programma, met medewerking van de onlangs verscheiden pianist Nelson Freire, diepe indruk.

Voor het label Naxos kwam de samenwerking tot uiting in slechts één project, namelijk de complete symfonieën van Prokofjev, aangevuld met een aantal andere orkestwerken. Die opnames zijn nu gebundeld en de recent uitgebrachte box is voor de liefhebbers van Prokofjevs muziek een prima keuze om dit oeuvre herhaaldelijk te kunnen genieten. Alsops stijl, no-nonsense in aanpak en flexibiliteit in het muzikale gebaar, is goed herkenbaar. Over het algemeen is de dirigente zeer geëngageerd, soms wat afstandelijk, soms wat (te) vlot, maar met dit top-orkest onder haar handen maakt ze de bijzondere spanwijdte van Prokofjevs symfonische gave uitstekend hoorbaar.

Laten we er eens induiken. De eerste opnames uit 2012 zijn een koppeling van de symfonische suite Het jaar 1941 op. 90 en de Symfonie nr. 5 op. 100. Eerstgenoemd werk mag beschouwd worden als een licht problematische compositie. De thematiek, die zich beweegt tussen hevige strijd en een hymne op de overwinning, krijgt het hoofd nauwelijks boven water gestoken; daarvoor is de muziek werkelijk te vriendelijk en keurig. Prokofjevs vrienden Sjostakovitsj en Mjaskovski noemden het een zwak stuk. Het sfeervolle tweede deel, 'In de nacht', is het sterkst en krijgt een prachtige en stabiele uitvoering van het OSESP. Maar daarmee is het werk als geheel niet gered.

Het tweede werk, de Vijfde symfonie, is qua interpretatie licht problematisch: het openingsdeel klinkt bloedeloos en kabbelt maar voort, terwijl er geen verband tussen de thema's wordt gelegd. De strijkers spelen weliswaar strak, maar het koper is echt aan de te vriendelijke kant. In deel 2 horen we opnieuw een soepel orkest dat de effecten netjes uitvoert, maar niet driftig genoeg is. Ook deel 3 wordt teveel op het gemak gespeeld en komt het drama niet tot leven. De aanzwengeling van de dirigent wordt dus nog gemist.

Gelijksoortige problemen, maar van lichtere aard, zijn er in de uitvoering van de Symfonie nr. 6. Ondanks hoogwaardig spel en een goede dynamische opbouw valt er weinig spanning te voelen in het eerste deel en komt Alsops visie afstandelijk over. Terwijl het tweede deel een brave indruk maakt en het derde door de haast ietwat slordig neigt te worden, mag de conclusie echter niet zijn dat de interpretaties van de 'grote' symfonieën (5 en 6) verkeerd uitpakken; ze zullen zeker voor luisteraars die zwaar muzikaal geweld vrezen juist heel genietbaar zijn. Evengoed zijn ze niet de beste representaties van de box.

Daarvoor schakelen we direct naar de Symfonie nr. 2, waar Alsop en haar strijdkrachten als een denderende locomotief doorheen razen. Komt ook goed uit, want het OSESP speelt en neemt altijd op in een tot concertzaal omgebouwd treinstation! Prokofjev zelf noemde de symfonie gemaakt 'van ijzer en staal'; het meedogenloze karakter van de muziek komt hard en goed over, met een glansrol voor de orkestpianist. De felle dissonanten in combinatie met de onontkoombare ritmiek doet de luisteraar naar adem happen! Deel twee, een thema met variaties en tevens gelijk het slotdeel van de symfonie, lijkt van een andere wereld te komen. Ditmaal werkt Alsops afstandelijkheid tot de partituur zeer positief, want de muziek lijkt de componist zelf te verbeelden die zijn hoofd omdraait en een blik naar het verleden werpt. Variatie nr. 2 legt met stampend koper en slagwerk een treffende verbinding met het eerste deel van de symfonie en de ongrijpbare lyriek van de vierde variatie wordt door het orkest met de grootste verfijning uitgetekend. De twee afsluitende variaties sluiten de cirkel op volmaakte wijze, zowel van de compositie als van de uitvoering.

De 'Klassieke' Symfonie nr. 1 is ongetwijfeld de luchtigste symfonie, in Alsops opvatting lekker spits en vlot neergezet, niet al te gedetailleerd en met af en toe een flinke dynamische veeg uit de pan. Mooie plusjes vinden we in de met humor gebrachte Gavotte (deel drie) en de finale, die dankzij de strakke leiding van de dirigente nu eens níet over de kop gespeeld wordt. Daarmee mist de uitvoering misschien een beetje gekte, maar zeker de blazers van het OSESP zullen het prettige tempo gewaardeerd hebben. Ook de uitvoering van de Symfonie nr. 7 beleeft een aangename uitvoering, die in het eerste deel hooguit lichtelijk loom kan overkomen. Opnieuw lijkt Prokofjev in de muziek achterom te kijken, deze keer met meer pijn onder de oude huid. Bij die melancholie past het origineel gecomponeerde rustige slot van de finale; Prokofjevs latere aanpassing tot een luidruchtige vlotte galop – om mogelijk een betere staatsprijs te winnen – is apart opgenomen. Eerlijk gezegd een onnodige toevoeging.

Resteren de 'theatrale' symfonieën nrs. 3 en 4, die we zo mogen opvatten omdat het materiaal van die werken goeddeels gebaseerd is op eerdere ballet- en opera-composities. De box biedt een fraaie bonus in de mogelijkheid om de Symfonie nr. 4 te vergelijken met de bron, de balletmuziek van De verloren zoon. Het ballet was het vierde en laatste opdrachtwerk van Prokofjev voor Diaghilevs 'Ballets Russes' in Parijs en ging in première in 1929, vlak voor diens dood. Al snel bekroop Prokofjev het idee dat bepaalde delen uit het ballet veel beter tot wasdom konden komen in symfonische vorm. Jaren later leek het hem een goed idee de muziek nogmaals om te werken tot een groter, meer episch werk, in navolging van het succes van zijn Vijfde symfonie. Maar de beschuldiging van 'formalisme' aan Prokofjevs adres in 1948 draaide de mogelijkheid tot een tweede première de nek om. Bij de Symfonie nr. 3 is de bron muziek uit de opera De vurige engel, die tijdens het leven van de componist geen enkele opvoering beleefde. Beide symfonieën krijgen bij Alsop en het OSESP sterke uitvoeringen, met uitstekend opgebouwde climaxen in de hoekdelen en veel zorg voor de subtielere middendelen, waarin de elegantie verleidelijk ronddeint. De dramatische oorsprong van het muzikale materiaal inspireert het ensemble zeker in de geest, maar het probeert gelukkig geen scènes na te spelen.

Tot slot mogen de ruim geslaagde registraties van een paar vroege symfonische uitingen niet onvermeld blijven, zoals de Herfstschets, muziek die qua taalgebruik nog sterk op Rachmaninov aanhaakt. In het brede romantische gebaar wijst het al duidelijk vooruit naar de latere balletten, waarmee Prokofjev in het theater wél furore zou maken. In Dromen bewijst de jonge componist zijn kracht als sfeerschetser: een prachtig tableau vivant doemt op, met ongrijpbare harmonieën. De welhaast obsessieve bezigheid met slechts één thema lijkt tevens een tipje van de sluier op te lichten van de bijtende humor die we in zijn latere werken terugvinden. De uitvoerenden treffen de juiste toets en musiceren op zeer hoog niveau. Met deze en andere toevoegingen leveren Alsop en het Braziliaanse toporkest een aantrekkelijke box af, als getuigenis van hun redelijk korte maar geïnspireerde samenwerking.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links