CD-recensie

 

© Harry-Imre Dijkstra, augustus 2021

Bruckner: Symfonie nr. 6 in A WAB 106

Symphonieorchester des Bayerischen Rundfunks o.l.v. Mariss Jansons
BR Klassik 900190 • 54' •
Live-opname: jan. 2015, Herkulessaal München

   

In een redelijk kort aantal jaren is de Zesde symfonie van Anton Bruckner dankzij onder meer drie opnamen van Mariss Jansons weer goed in beeld gekomen: er kwamen live-registraties op cd uit van zijn uitvoeringen met het Koninklijk Concertgebouw Orkest en de Berliner Philharmoniker en nu met het Beierse radio-orkest, opgenomen in 2015. Deze bleef wat langer verstopt: eerst was ze enkel beschikbaar voor begunstigers van het orkest, vervolgens kwam de opname in een box met andere Bruckner-symfonieën.

Nu we de opname eindelijk zonder bijvangst tot onze beschikking hebben, is er goede aanleiding ons af te vragen wat Jansons aan Bruckner bindt. Áls er een componist is wiens werk uitgaat van grote structuren die vergelijkbaar zijn met de complexe architectuur van een machtig bouwwerk voor de spelers en dirigent goed voor te bereiden - maar tegelijk vraagt om een uitvoering die recht doet aan de diep uitgedrukte intimiteit moeilijk voor te bereiden en erg afhankelijk van de inspiratie van het moment dan zou Jansons wel eens de meest voor de hand liggende keuze kunnen zijn om die twee elementen perfect te assembleren.

Zo detailbewust en gedisciplineerd als hij was in zijn werkwijze, zo spontaan kwam het in de vele concerten met Bruckners symfonieën over en was het vooral de wederzijdse inspiratie die de dirigent en het Beierse orkest keer op keer tot de tomeloze dienaren van deze muziek maakten. Daarnaast heerste er bij Jansons en zijn orkest de constante druk van de aanwezige microfoons, die werkelijk alles vastlegden wat er klonk tijdens de tien weken per seizoen dat ze samen waren. Dan ontstaan vanzelf doublures, maar is er tegelijk een grote geruststelling: Jansons' uitvoeringen van Bruckners Zesde Symfonie bleken consistent, ongeacht het orkest waarmee hij werkte.

Toch mogen we de onderhavige opname van dit werk als het laatste en meest overtuigende woord beschouwen. Het heeft alles te maken met de overgave, waarmee het orkest bereid was Jansons' aansporingen in het mooiste en meest begeesterde resultaat om te zetten. En wie als luisteraar het begin op cd beleeft, met die korte schrede van mysterie naar de eerste majestueuze tutti-klank in een ruimhartig warm opname-profiel, kan slechts het destijds aanwezige publiek benijden. Zóveel beleving in de muziek, die nimmer stokkende voortgang, of het nu in het wondermooie Adagio of het luchtige Trio in het Scherzo is: voortreffelijk! Dan weet de kenner dat het er alsnog om gaat spannen in de finale niet een van Bruckners sterkste om logheid en drammerigheid in de vele motivische herhalingen te voorkomen. Jansons zorgt met een tikje vlotheid en het vermijden van zware accenten dat het levendig blijft, met nadruk op de melodische ontwikkeling en de fraaie afwisseling in de orkestratie. Met de teugels in de hand en zonder in een driftige galop naar het einde te rennen eindigt het werk in een prachtige triomf.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links