CD-recensie

 

© Gerard van der Leeuw, december 2023

Franz Liszt - Legends of the Saints 2

Liszt: Jeanne d’Arc au Bûcher S 373/1 & S 293/2 - Die heilige Caecilia S 5 - Sancta Caecilia S 343 - Sankt Christoph S 47 - St. Stanislaus S 688: Salve - Polonia I en II - Ave Maria IV S 341

Sunhae Im ( sopraan), Stephanie Houtzeel & Sofia Vinnik (mezzosopraan), Thomas Hampson ( bariton), Balász Szabó (piano-harmonium Mason & Hamlin ca. 1880), Joris Verdin (harmonium Debain ca. 1865),
Gottlieb Wallisch (piano Érard 1865), Ilia Korol (viool), Balázs Máté (cello), Tina Žerdin (harp Érard ca. 1870), Chorus sine nomine, Orchester Wiener Akademie o.l.v. Martin Haselböck
Aparté AP 333 • 80'•
Opname: okt. 2022, Raiding & Ehrbarsaal, Wenen

   

Het is opnieuw een boeiende cd geworden, na het al interessante eerste deel (klik hier). Want wat is het niet interessant naar de twee versies van Jeanne d’ Arc au Bûcher op een gedicht van Alexandre Dumas père te luisteren: de eerste voor sopraan en orkest (1858), de tweede voor mezzosopraan, piano en harmonium (ca. 1861). Overigens werd Jeanne d’ Arc pas in 1920 heilig verklaard.

De tekst van Die heilige Caecilia voor mezzosopraan en orkest uit 1876 is van de hand van Madame Emile de Girardin. Liszt ontleende het hoofdmotief aan de Antifoon voor het feest van de heilige Caecilia: Cantantibus organis Caecilia virgo decantabat.

Sancta Caecilia S 343 is een kort, meditatief sololied uit de jaren
1880.

Sankt Christoph, legende voor bariton, vrouwenkoor, piano, harmonium en harp S 47 dateert uit de jaren 1880. Het wordt hier uitgevoerd met het tweede, iets langere slot. Het is de legende van de reus Christoffel, een van de veertien noodhelpers, die het kind Jezus over de rivier heeft gedragen en onder die last bijna bezweek. Ik kende het werk van een opname met het Nederlands Kamerkoor met Dietrich Fischer Dieskau (Globe GLO 5070), maar ook Thomas Hampson, al is zijn stem misschien iets minder soepel geworden, staat hier zijn mannetje.

De twee interludes Salve Polonia zijn twee versies van een orkestraal tussenspel voor een onvoltooid oratorium St. Stanislaus, de Poolse heilige.

Dat Liszt als Franciscaan een groot aantal Ave Maria’s heeft gecomponeerd, zal niemand verbazen. Hier klink een relatief laat werk, het uiterst sober gehouden Ave Maria IV uit 1881.

Elegie werd oorspronkelijk als pianostuk gecomponeerd en behoort tot de weinige composities die Liszt in een later stadium omwerkte tot kamermuziek.

Opvallend in de zetting van Psalm 137 (Aan de rivieren van Babel, daar zaten wij treurend), is de vioolsolo, die het karakter heeft van een partij voor een primas in een zigeunerorkestje.

Drukt Liszt hier zijn solidariteit met de Hongaarse zaak uit? Het hier op harmonium gespeelde Angelus! stamt oorspronkelijk uit het Troisième Année de Pèlerinage voor piano uit 1867-1877.

De uitvoering van dit alles voldoet aan zeer hoge eisen. Solisten, koor en orkest musiceren op hoog niveau. De klankkleur van de Érard-vleugel en de beide harmoniums passen perfect in dit geheel. De toelichting voldoet, maar helaas bevat het tekstboekje een paar storende drukfoutjes, zoals het ‘harmoniun Debian’ i.p.v. harmonium Debain.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links