CD-recensie

 

© Gerard Scheltens, april 2020

A Tribute to Ysaÿe

Vioolconcert in e
Yossif Ivanov (viool), Orchestre Philharmonique de Liège o.l.v. Jean-Jacques Kantorow

Vioolconcert in d
Nikita Boriso-Glebsky (viool), Orchestre Philharmonique de Liège o.l.v. Jean-Jacques Kantorow

Poeme élégiaque in d, op. 12
Tedi Papavrami (viool), Orchestre Philharmonique de Liège o.l.v. François-Xavier Roth

Caprice d'apès l'Etude en forme de Valse de C. Saint-Säens op.52
Maria Milstein (viool), Orchestre Philharmonique de Liège o.l.v. Christian Arming

Amitié
Yossif Ivanov, Lorenzo Gatto (viool), Brussels Philharmonic o.l.v. Stéphane Denève

Harmonies du Soir
Quatuor Hermès, Brussels Philharmonic o.l.v. Stéphane Denève

Méditation op. 16
Gary Hoffman (cello), Brussels Philharmonic o.l.v. Stéphane Denève

Strijktrio ‘Le Chimay' op. posth.
Elina Buksha (viool) Hélène Desaint (altviool), Astrig Siranossian (cello)

Légende norvégienne
Jonathan Fournel (piano), Kerson Leong (viool)

Sonate voor twee violen in a, op. posth.
Hyeon Jin Jane Cho, Vladyslava Luchenko (viool)

Trio de Concert nr. 1
Hyeon Jin Jane Cho (viool), Miguel da Silva (altviool), Vladyslava Luchenko (cello)

Rêve d'enfant op. 14
Jonathan Fournel (piano), Augustin Dumay (viool)

Chausson: Poème op. 25
Renaud Capuçon (viool), Brussels Philharmonic o.l.v. Stéphane Denève

Concert in D, op. 21
Pavel Kolesnikov (piano), Elina Buksha (viool), Quatuor Hermès

Lekeu: Vioolsonate in G
Jean-Claude Vanden Eynden (piano), Kerson Leong (viool)

Pianokwartet
Jean-Claude Vanden Eynden (piano), Danilo Squitieri (cello), Miguel da Silva (altviool), Júlia Pusker (viool)

Franck: Vioolsonate in A
Julien Libeer (piano), Lorenzo Gatt (viool)

Debussy: Strijkkwartet in G, op. 10
Augustin Dumay, Hyeon Jin Jane Cho (viool), Miguel da Silva (altviool), Henri Demarquette (cello)

Fuga Libera FUG 759 • 5.50' • (5 cd's)

Opnamen: 2009-2019
Salle Philharmonique de Liège
Flagey Studio 4, Brussel
Koningin Elisabeth Kapel (Studio Haas-Teichen), Brussel
La-Chaux-de-Fonds

   

Wat precies de aanleiding is om hem in het zonnetje te zetten weet ik niet: Eugène-Auguste Ysaÿe werd geboren in 1858 en stierf in 1931. Voor hem is 2020 dus geen kroonjaar, maar een speciale reden hoeft er natuurlijk niet te zijn waarom dit schitterende doosje met vijf cd's en een rijkdom aan documentatie juist nu verschijnt. Ysaÿe als componist is interessant genoeg, want er bestaat veel meer dan het beroemde zestal solovioolsonates opus 27 (elk voor een collega-virtuoos), dat in deze uitgave overigens niet voorkomt. Een hele rij andere composities wel.

Het gaat dus niet om het legendarische spel van de grootmeester zelf (daarvan bestaan een paar opnamen met de pianist Camille Decreus en als dirigent met het Cincinnatti SO, ooit heruitgebracht door Sony). In het doosje van Fuga Libera vinden we composities van Ysaÿe zelf en ook werken die aan hem zijn opgedragen.

Dat zijn er nogal wat: zeker 50 werken zijn door vele (vooral Belgische en Franse) componisten speciaal voor Ysaÿe geschreven. Michel Stockem heeft hun geschiedenis beschreven in Eugène Ysaÿe et la musique de chambre (uitg. Pierre Mardaga, 1990), zodat we weten dat bijvoorbeeld Arthur de Greef, Joseph Jongen, Vincent d'Indy, Albéric Magnard, Joseph Guy Ropartz, Camille Saint-Saëns, Gabriel Fauré en Louis Vierne maar ook Pablo de Sarasate, Hjalmar Borgstrøm, Fritz Kreisler, Emánuel Moór en Willem Kes muziek aan hem hebben opgedragen. Vaak ging het om bestellingen, want Ysaÿe wilde met zijn pianopartners (zijn broer Théo, Raoul Pugno en Yves Nat) en met het Quatuor Ysaÿe elk seizoen nieuwe muziek presenteren.

Een paar van de beroemdste werken zijn hier vertegenwoordigd: de iconische Vioolsonate van Franck (zijn huwelijkscadeau), het Poème voor viool en orkest plus het Concert opus 21 van Chausson en het Strijkkwartet van Debussy, samen met de vioolsonate en het pianokwartet van de jonggestorven Guillaume Lekeu. Het is duidelijk hoe de grote violist anderen wist te inspireren en te stimuleren. Deze muziek van anderen uit zijn omgeving verleent zijn eigen composities een bijzonder reliëf.

Eugène Ysaÿe was een van de giganten van de violistiek. Ook fysiek trouwens: talloos zijn de verhalen over de famöse Kerl, de King of the Violin, de Tsaar, Zeus. Het zijn veelzeggende bijnamen voor de flamboyante reus die als weinig anderen zijn stempel zette op de vioolmuziek van het begin van de twintigste eeuw. Hij is de centrale spil van de Belgische vioolschool die begon met Charles-Auguste de Bériot en Hubert Léonard en via zijn leraren Henri Vieuxtemps en Rodolphe Massart doorliep naar Ysaÿe zelf en zijn leeftijdgenoot César Thomson. Daarna namen Martin-Pierre Marsick, Mathieu Crickboom en Carlo Van Neste de fakkel over tot aan Arthur Grumiaux. Al deze grote violisten vertegenwoordigen een interpretatieve opvatting die niet de vingerbrekende virtuositeit van het vioolspel vooropstelde (al deden ze in dat opzicht voor niemand onder), maar allereerst de melodie. "Chanter, chanter!" was Vieuxtemps' devies en zijn discipel Ysaÿe zei 't hem na.

Ysaÿe zelf was een buitengewoon bezige baas: hij pendelde jarenlang tussen Europa en de VS, soleerde bij de belangrijkste orkesten, dirigeerde zijn eigen concertseries in Brussel, was chef-dirigent in Cincinnati, was druk met kamermuziek in diverse ensembles, componeerde er ook nog bij en gaf les aan talloze leerlingen onder wie vele latere beroemdheden. Ook koningin Elizabeth van België had les van hem, al schijnt haar muziekliefde groter te zijn geweest dan haar talent. Hij droeg het briljante Duo voor twee violen aan haar op, maar ik denk niet dat ze in staat was dit samen met hem op een acceptabele manier ten gehore te brengen. Ze bezorgde hem de eretitel van Maître de Chapelle de la Cour en na zijn dood richtte ze in 1937 te zijner ere het Concours Ysaÿe op, dat met een bredere doelstelling voortleeft als de Koningin Elisabethwedstrijd, die we kennen als een van de meest prestigieuze concoursen voor jonge musici ter wereld.

De Eerste Wereldoorlog bracht Ysaÿe door in Londen en later in de VS, waar hij in 1918 de leiding kreeg over het Cincinnati Symphony Orchestra. Toen hij vier jaar later terugkeerde in Brussel was zijn positie veranderd. Hij hervatte de Concerts Ysaÿe, maar omdat hij niet open stond voor de muziek van Les Six, Stravinsky, Schönberg en zelfs Ravel miste hij de aansluiting bij het vernieuwde concertleven, waarvan andere initiatieven (zoals die van zijn eigen zoons) zich inmiddels hadden meester gemaakt.

Bovendien eiste zijn bourgondische levensstijl, met veel drank en heel veel lekker eten, zijn tol. Diabetes verwoestte zijn gezondheid. De laatste jaren van zijn leven was hij invalide en optreden kon hij niet meer. Componeren nog wel: juist de fameuze zes sonates voor soloviool dateren uit die periode, maar ook zijn magnum opus: de opera Piére Li Houyeû (Pierre de mijnwerker) (1931), geschreven in het Waals dialect, die hij op zijn sterfbed via de radio heeft kunnen horen.

Het cd-doosje focust grotendeels op Ysaÿes composities. Voor iemand die als componist geheel autodidact was tonen zijn eigen werken een verrassende kwaliteit. Wat ze soms aan structuur tekortkomen wordt ruimschoots goedgemaakt door zijn melodische gave. Deze laatromantische muziek heeft karakter en is melodieus en smaakvol. Dat hij harmonisch nauw aanknoopt bij de bevriende meesters van de ‘bande à Franck' ligt voor de hand, met een grote voorkeur voor chromatiek, waardoor een donkere, melancholieke ondertoon voortdurend aanwezig is. Hij experimenteerde met bijzondere klankkleuren, met bezettingen als twee violen en orkest (Amitié) of strijkkwartet en orkest (Harmonies du soir).

Natuurlijk speelt de viool in de meeste werken een hoofdrol. Ysaÿe zou in zijn jeugd zo'n acht vioolconcerten geschreven hebben, waarvan hij de meeste later vernietigde als onrijp virtuozenwerk. In het doosje vinden we er twee, allebei onvoltooid, maar ik moet zeggen: het valt erg mee. Voor deze concerten hoeft hij zich niet te schamen, maar sterker is hij in het stemmingsstuk, het “poème”, waarvan hij zo'n beetje de uitvinder is. Rêves d'enfant is daarvan een sterk voorbeeld, maar vooral Poème élégiaque, dat als voorbeeld diende voor het Poème dat Chausson in dezelfde stijl voor hem schreef.

Aan deze Belgische productie heb ik veel plezier beleefd: bijna zes uur muziek, onberispelijk uitgevoerd en opgenomen door een keur aan grote artiesten. Wie Ysaÿe alleen kent van zijn reputatie van vioolgigant of van de bekende solovioolsonates waarvan vaak een deeltje als toegift wordt gespeeld, valt van de ene verbazing in de andere bij de ontdekking dat deze autodidact nog zoveel meer van waarde heeft gecomponeerd.

Ook de verzorging is exemplarisch, met een zeer uitgebreide en boeiende toelichting door Xavier Falques. Een doosje dat ik nu al koester.

Vive Ysaÿe!


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links