CD-recensie

 

© Gerard Scheltens, oktober 2017

 

Robert Volkmann - Complete String Quartets & Piano Trios

CD1
Strijkkwartet nr. 1 in a, op. 9 (1847/48) - nr. 4 in e, op.35 (1857)
Mannheimer Streichquartett

CD2
Strijkkwartet nr. 2 in g, op. 14 (1846) - nr. 5 in f, op. 37 (1858)
Mannheimer Streichquartett

CD3
Strijkkwartet Nr. 3 in G, op. 34 (1856/57) - nr. 6 in Es, op. 43 (1861)
Mannheimer Streichquartett

CD 4
Pianotrio Nr. 1 in F, op. 3 (1842/43) - nr. 2 in bes, op. 5 (1850)
Beethoven Trio Ravenburg

CPO 555 182-2 • 3.37' • (heruitgave 2017)
Opname: CD1 Oranienburg Schloss Nordkirchen, mei 1992; CD2 & 3 Zentralsaal Bamberg, juli 1993 en februari 1994; CD4 Radio Bremen, februari 1992

 

Deze opnamen dateren al uit het begin van de jaren negentig en werden toen door CPO uitgebracht. Ze verschijnen nu opnieuw in een goedkoop doosje van vier. Terecht, want zulke mooie uitvoeringen mogen gerust weer onder de aandacht komen. Het Mannheimer Streichquartett (opgericht in 1975 en inmiddels gevestigd in Essen) is een van de Duitse topensembles, gedreven en zorgvuldig, en - zoals hier - niet bang om buiten de gebaande paden te treden. Het kwartetrepertoire bevat nog veel onvermoede rijkdommen die we nauwelijks kennen. Dat geldt trouwens voor kamermuziek in het algemeen, en ook het Beethoven Trio heeft voor CPO al veel zeldzaams opgenomen.

Ooit hoorde ik Guus Feist in het radioprogramma Discotabel de opmerking maken dat er geen verwaarloosde meesterwerken bestaan. Als ze vergeten zijn, zijn ze terecht vergeten, dan zijn ze gewoon niet goed genoeg. Voor Feist was dat misschien een reden om verder niet nieuwsgierig te zijn naar wat hij nog niet kende, maar een label als CPO leeft juist van nieuwsgierigheid.

 

Robert Volkmann (1815-1883) is zo'n vergeten muziekvinder bij wie je zoekt naar een verklaring voor zijn vergetelheid. Tijdens zijn leven kon hij goed meekomen met de collega's die wél opgewassen waren tegen het knagen van de tand des tijds. Er zijn meer componisten als Volkmann. Alleen al in het Duitse taalgebied vallen dan namen als Ferdinand Ries, Felix Draeseke, Salomon Jadassohn, Woldemar Bargiel, Ferdinand David, het one-hit-wonder Max Bruch. Ze componeerden hun leven lang vlijtig, bezetten vaak belangrijke posities in het muziekleven, waren bevriend met erkend geniale collega's als Beethoven of Mendelssohn of Schumann of Liszt of Brahms die hen hoogachtten, hun leerling of leraar waren, hun werken bewonderden en uitvoerden en hen behandelden alsof ze net zo belangrijk waren als zijzelf.
Dat waren ze ook, tot het moment dat ze stierven. Dan duurde het niet lang of er kwam een scherpe scheidslijn, met aan de 'goede' kant de componisten die op eeuwige roem konden rekenen, en diep in het ravijn diegenen die veroordeeld werden tot eeuwige vergetelheid. Meer dan de kwalificatie "een uitstekend vakman", dodelijk voor de reputatie van de toch al dode componist, kan er dan niet meer af.

Soms trekt iemand zich het lot aan van zo'n ongelukkige vergeten toondichter en brengt opnamen uit van een deel van zijn vaak ontzagwekkend grote oeuvre. We spreken dan van "een ontdekking", maar waarom is die dan niet eerder gedaan?
Het antwoord naar het 'waarom' wordt meestal gezocht en gevonden in het epigonisme. Onbekende componisten doen vaak denken aan beroemdere en hun werk wordt doorgaans beschreven door associatie met anderen. "Zijn stijl was sterk beïnvloed door Chopin", "Liszt was zijn grote voorbeeld", "wie niet beter wist zou dit aan Brahms toeschrijven" of "in zijn werk klinkt zijn leermeester Franck duidelijk door". Natuurlijk geldt voor elke componist, ook de grootste, dat hij zich alleen kan ontwikkelen dankzij zijn voorgangers en tijdgenoten, maar het maakt verschil of je geacht wordt de muziekgeschiedenis te hebben vooruitgeholpen, dan wel beschouwd wordt als slechts een voetnoot in de muziekencyclopedie.

Robert Volkmann, vriend van Schumann en Brahms, was er zo een die in de grondeloze diepte van het ravijn verdween. Ook bij hem zijn de verbanden met grote tijdgenoten gauw gelegd. Toen deze zelfde opnamen van zijn kamermuziek eerder verschenen, schreef de Frankfurter Rundschau van 30 oktober 1993 (geciteerd op de CPO-website): "Wären die Quartette von Brahms, dann gehörten sie zu den hochgeachteten Werken des 19.Jh. Reiner Volkmann, und das ist aufregend genug: Romantik vom Besten, voll von Mendelssohnschem Esprit und Schumannscher Schwärmerei, gleichwohl eigenwillig und stark, erfüllt von dunklem Klangzauber und großer Ausdrucksspannung". Dus: het is allemaal Brahms, Mendelssohn en Schumann, en toch "reiner Volkmann", eigenzinnig en sterk.

In het nu verschenen cd-boekje vallen nog meer componistennamen. "Mozart, Haydn und Beethoven waren die drei grossen Vorbildern für Robert Volkmann. [...] So hören wir in seinen Werken Anklänge an Berlioz, Mendelssohn-Bartholdy und Schumann. Die ungarischen Elemente in Volkmanns Melodik und Rhytmik lassen einen starken Einfluss Liszts erkennen". Maar toch wordt Volkmann een eigen karakter toegekend: "Genau genommen lässt sich Robert Volkmann keiner Komponistengruppe zuordnen. [...] In seinen Werken ist er in der Tat 'blos Volkmann' geblieben".
Met andere woorden: hij heeft het niet van zichzelf, maar is toch zichzelf gebleven.

Het maakt nieuwgierig naar deze werken, die bij alle stijlkenmerken van anderen toch "eigenzinnig en sterk" schijnen te zijn. Wie luistert naar de kamermuziek op deze vier heruitgaven, komt allereerst (opnieuw) tot de conclusie dat deze energieke, met zorg en liefde gespeelde en mooi klinkende uitvoeringen fantastisch zijn en dus goed meehelpen de muziek zo voordelig mogelijk te presenteren. Dat is ook een vereiste, want middelmatig spel zal een componist zeker niet helpen. CPO weet dat.

Volkmanns zes kwartetten hier roepen de al voorspelde associaties op met Mendelssohn, Schumann en Brahms. Niet de slechtste voorbeelden voor een componist, maar ze liggen wel voor de hand, gezien de tijd en de 'geografische ligging' van Volkmann. Hij werd geboren in het stadje Lommatzsch in Saksen, werd in Leipzig werd opgeleid, woonde en werkte in Praag, Boedapest en Wenen en keerde daarna in 1858 terug naar Boedapest, waar hij in 1883 stierf.
Er is een eigenaardig niveauverschil binnen dit zestal, met een scheidslijn tussen de eerste drie kwartetten en de latere drie. Bij de nummers 1, 2 en 3 horen we - daar hebben we 't - een "uitstekend vakman" aan het werk, een conservatief componist die goed naar de voorbeelden heeft geluisterd en die weet te charmeren met aantrekkelijke muziek. Heel verrassend is het allemaal niet, hij is inderdaad een epigoon, maar wel een knappe. Het energieke tweede kwartet is overigens eigenlijk het eerste (maar later uitgegeven), met als aantrekkelijkste deel het scherzo, dat afkomstig is uit een door de componist vernietigd vroeg kwartet uit 1841.
Maar dan! Is er in 1856-57 in Volkmanns leven iets gebeurd waardoor hij opeens het licht zag en veel karaktervoller ging componeren? Want het opgewekte, zeer aansprekende vierde kwartet is even oud als het veel conventionelere nummer 3. Ook de laatste twee kwartetten zijn origineler, met een gedurfde melodievorming, harmonische verrassingen en diepgang in de langzame delen.

Net zo'n verschil is aan te treffen in de beide pianotrio's. Daarvan is opus 3 een niet opzienbarend, vroegromantisch stukje maakwerk, dat na een Haydn-achtige inleiding keurig doorploegt. Daarna is het toch ook relatief vroege opus 5 een regelrecht meesterwerk. Met dat oordeel bevind ik mij in het goede gezelschap van Franz Liszt (aan wie dit werk werd opgedragen) die het vaak gespeeld heeft met Joseph Joachim en de cellist Bernhard Cossmann. Ook uiteenlopende beroemdheden als Richard Wagner, Hans von Bülow, Felix Draeseke en Johannes Brahms behoorden tot de bewonderaars van dit fraaie trio. Het dateert al uit 1850, waaruit te comstateren valt dat Volkmanns geniale inblazingen niet alleen maar in zijn latere periode voorkwamen. Die latere periode eindigde al rond 1870, want daarna heeft Volkmann nauwelijks nog gecomponeerd. Hij bleef lesgeven in Boedapest (op de door Liszt geleide academie). Toen hij in 1883 stierf was de vergetelheid al bijna ingetreden.

Robert Volkmann verdient de vergetelheid meer niet dan wel. In een deel van zijn werk toont hij zich "een verdienstelijk vakman", een brave epigoon en niet meer dan dat. Maar ik richt me liever op dat andere deel, waarin hij zich laat kennen als een oorspronkelijk talent met onvermoede diepgang, wiens muziek verrast en in het geheugen blijft hangen.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links