CD-recensie

 

© Gerard Scheltens, november 2021

Louis Vierne - Complete Piano Works 1

Vierne: Deux Pièces op. 7 - Suite Bourguignonne op. 17 - Trois Nocturnes op. 34 - Poème des cloches funêbres op. 39 - Silhouettes d'enfants op. 43

Sergio Monteiro (piano)
Naxos 8.574296 • 60' •
Opname: dec. 2020, Small Rehearsal Hall, Wanda Bass School of Music, Oklahoma City University, Oklahoma (VS)

   

De levensloop van Louis Vierne vormt alleen maar voortdurende tragiek en pech. Ik zal de lange litanie van ellende zo kort mogelijk houden...

Hij werd blind geboren, kon na operaties tijdelijk wat zien, maar werd uiteindelijk toch totaal blind. Hij was vaak ernstig ziek, door buiktyfus en na een ongeluk waardoor hij een jaar lang geen orgelpedaal kon bedienen. Zijn vrouw verliet hem voor de orgelbouwer Charles Mutin (aan wie hij zijn Tweede orgelsymfonie had opgedragen) en ook de sopraan Jeanne Montjovet, zijn latere vriendin en muze, liet hem op een cruciaal moment in de steek. Een felbegeerd hoogleraarschap aan het Parijse conservatorium liep hij tweemaal mis omdat directeur Gabriel Fauré de bescheiden Vierne simpelweg over het hoofd zag. Zijn jongste zoon werd door tbc slechts tien jaar oud. Boven dit alles hing de schaduw van de Eerste Wereldoorlog, waardoor hij zowel zijn oudste zoon als zijn broer René (ook organist) verloor. Schuldgevoel beheerste de rest van zijn leven omdat hij zijn zoon niet had verboden dienst te nemen. Hijzelf stierf in 1937 in het harnas. Zijn hart gaf het op tijdens een orgelconcert op het Cavaillé-Colle-orgel van de Parijse Notre-Dame, waarvan hij al sinds 1900 organiste-titulaire was. Zijn leerling Maurice Duruflé was erbij en vertelde dat zijn voet van het E-pedaal moest worden getild. Een treurig detail van het tragische leven en sterven van een van de grootste orgelcomponisten van Frankrijk.

Deze leerling van Franck, Widor en Guilmant was zijn leven lang kerkorganist. Als componist is hij in de eerste plaats bekend om zijn zes orgelsymfonieën, maar weinigen weten dat hij ook uitblonk in andere genres. Zijn viool- en cellosonates en zijn schitterende pianokwintet zijn regelrechte meesterwerken, zijn orkestsymfonie is de moeite waard en ook zijn vocale werken (missen, cantates, liederen) mogen er zijn. Allemaal muziek die meestal onderin de la blijft liggen.

De Braziliaanse pianist Sergio Monteiro heeft de la nu eens opengetrokken en legt de pianomuziek vast op twee cd's. Hij is niet de eerste, want het label Timpani bracht in 1994 ditzelfde complete pianowerk uit, gespeeld door de Franse pianist Olivier Gardon. Die dubbel-cd kwam in 2016 opnieuw uit, maar Timpani bestaat inmiddels niet meer... Jammer, want Gardons vertolkingen waren exemplarisch, al kunt u er (nog) wel op Spotify van genieten. Deze pianist, die bovendien ook de bladmuziek ervan redigeerde bij Bärenreiter, had een affiniteit met deze muziek als weinig anderen. Maar gelukkig behoort Monteiro tot die weinige anderen en dankzij hem hebben we nu weer een volwaardige en waardevolle opname.

Vierne wordt gerekend tot de school van César Franck en gaf les aan de Schola Cantorum de Paris waar diens opvattingen hoog werden gehouden. Toch kun je naast Franck allerlei invloeden aanwijzen in zijn pianowerk: Schumann, Chopin en een wat steviger, akkoordenrijke versie van Fauré zijn te detecteren, maar ook Debussy klinkt erin door. Omdat we hem in dit idioom nauwelijks kennen, weet niet iedereen dat Debussy's invloed op Vierne groter is dan je uit zijn orgelwerk zou kunnen opmaken. Al blijft een persoonlijkheid van Viernes kaliber natuurlijk vooral zichzelf...

De eerste werken op deze cd zijn nog uit de late 19de eeuw. De Deux Pièces uit 1893 zijn het product van een 23-jarige. Het rustige Impression d'automne  is de weergave van een herfst met aangenaam wandelweer, Intermezzo  is energieker. Beide stukken zijn aantrekkelijk, maar in hun romanticisme zijn ze nog niet heel karakteristiek.

Anders wordt het in de Suite Bourguignonne van zes jaar later, waarin - de titel zegt het al - impressies van het landschap van Bourgondië zijn verklankt. Deze zeven stukken, een Aubade als opgewekt réveil, een chopineske Idylle, een briljant wervelend Divertissement, een dromerige Légende bourguignonne, een sfeervol op één toon doorklepperend À   l'Angélus du soir, een inderdaad rustieke Danse rustique en een Clair de lune waarin Chopin en Debussy elkaar zonder verbazing aankijken. Muziek die onmiskenbaar in de Rromantiek staat, maar ook tendeert naar een impressionisme dat je in Viernes orgelwerk niet aantreft. Opvallend hoe het idioom van een componist zich aanpast aan de middelen die hij gebruikt. Neem een concertvleugel in plaats van de machtige romantische Franse kerkorgels waarop hij zich thuisvoelde, en dan blijkt Vierne even goed in staat tot een pianistiek vol brille en subtiliteit.

De andere werken op deze cd ontstonden tijdens de voor Vierne zo moeilijke Eerste Wereldoorlog. De Trois nocturnes vind ik geniaal: ambitieuze stukken, doortrokken van een ernstige stemming. De verhalende titels spreken voor zichzelf. In het grimmige La Nuit avait envahi la nef de la cathédrale heeft het duister alles in zijn greep. In Au splendide mois de mai lorsque les bourgeons rompaient l'ecorce lijkt de belofte van de meimaand door te breken in een stuk dat tegelijk beschroomd en harmonisch gewaagd is. De nachtegaal in de derde nocturne, La Lumière rayonnait des Astres de la nuit, le rossignol chantait, bezingt met verwondering een diffuus soort licht.

Dan is er Le Glas, het tweede deel van Poème des cloches funèbres, ook uit de Eerste Wereldoorlog. Het eerste deel is verloren gegaan, wat bij mij de vraag oproept of we misschien nog meer van Viernes pianomuziek moeten missen? Dit stuk sluit nauw aan bij de nocturnes en combineert rouw en depressiviteit met een heldere toon (ja dat kan), met indrukwekkend resultaat. In deze oorlogsstukken staat Vierne dichter bij het impressionisme dan in zijn orgelmuziek.

De cd sluit af in een andere, positievere stemming, al is de melancholie bij Vierne nooit helemaal weg. Silhouettes d'enfants is een suite van vijf korte stukken (Valse, Chanson, Divertissement, Barcarolle, Gavotte dans le style ancien), portretjes van de vijf kinderen van de gravin van Boisrouvray die zijn gastvrouw was toen Vierne in 1918 voor behandeling van zijn blinde ogen in Lausanne verbleef. De muziek lijkt aangenaam voort te kabbelen en ongetwijfeld waren het aardige en welopgevoede kinderen, met ook een wildebras erbij (het virtuoze Divertissement). De afsluitende Gavotte weerspiegelt een hang naar de 'style ancien' zoals we die vaker aantreffen bij de componisten van de Schola Cantorum de Paris (D'Indy en Magnard bijvoorbeeld).

Over uitvoering en opname niets dan lof. De affiniteit van Sergio Monteiro met Viernes pianowerk is groot. Zijn welsprekende, verhalende speelstijl geeft het hele spectrum van uiteenlopende facetten uitstekend weer en de Steinway is met maximale helderheid opgenomen. We zullen het pinoierswerk van Olivier Gardon niet vergeten, maar qua niveau komt Monteiro zeker bij hem langszij. Ook een compliment voor de voortreffelijke liner notes van Peter Siepmann.

En Louis Vierne? Ik zie uit naar het tweede deel met meesterwerken als de Douze préludes en de Toccata par gros temps. Hij moet nog veel beroemder worden, ook buiten de basilieken en kathedralen. Aan het werk, pianisten!


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links