CD-recensie

 

© Gerard Scheltens, maart 2021

Prokofjev: Symfonie nr. 5 in bes, op. 100

Miaskovski: Symfonie nr. 21 in fis, op. 51

Oslo Philharmonic Orchestra o.l.v. Vasili Petrenko
LAWO LWC1207 • 63' • Opname: 29 oktober - 2 november 2018, Oslo Konserthus

   

Twee componisten. De een wereldberoemd, een topper uit de muziekgeschiedenis van de eerste helft van de 20ste eeuw, met een onmiskenbare eigen toon en stijl, man van de wereld, vlot, gewiekst, met humor en flair. De ander, 'het muzikale geweten van Moskou', was tien jaar ouder, een heel andere persoonlijkheid, nijver doorcomponerend maar buiten zijn eigen land vrijwel onbekend, verlegen, teruggetrokken, somber, vermoedelijk nogal humorloos. Hun muziek weerspiegelt hun karakters. Toch waren Sergei Prokofjev en Nikolaj Miaskovski levenslange boezemvrienden.

Ze studeerden samen bij Rimski-Korsakov en Reinhold Glière en hielden daar een levenslange vriendschap aan over. Prokofjevs verblijf buiten Rusland veranderde daar niets aan. Toen hij de vergissing van zijn leven maakte door na jaren terug te keren in de Sovjet-Unie (uit heimwee of een houding van wie-doet-me-wat?) werden de vrienden herenigd.

In 1948 waren ze samen met Sjostakovitsj, Katsjatoerjan en Kabalevski het slachtoffer van het beruchte proces dat door cultuurcommissaris Zjdanov was aangejaagd als 'formalistische componisten'. Met andere woorden: ze droegen de Sovjet-heilsboodschap niet uit.

Dat hadden ze overigens wel degelijk gedaan in gelegenheidscantates en andere opdrachtwerken, maar bijvoorbeeld hun symfonieën rukten aan de poorten van de vrijheid. De zeven stuks van Prokofjev vormen een gevarieerde reeks; van de 'klassieke' Eerste, via de revolutionaire Tweede, de vurige Derde, de mijns inziens nogal onderschatte Vierde, de majestueuze Vijfde en de tragische Zesde naar de mooie maar wel wat brave Zevende.

Zo'n beknopte opsomming valt bij Miaskovski's symfonieën niet te maken, want het zijn er 27 in getal. Hij durfde minder dan Prokofjev, is minder uitgesproken en wrang dan Sjostakovitsj, zijn muziek is niet echt kleurrijk en spreekt niet altijd direct aan. Wat niet wegneemt dat wie ervoor gaat zitten en de moeite neemt zich erin te verdiepen, een waardevolle ernstige toon ontwaart die Mjaskovski's behoudende idioom de moeite waard maakt. Althans... althans bij een dirigent die de nodige spanning weet aan te brengen, bijvoorbeeld Kirill Kondrashin of Jevgeni Svetlanov. Gebeurt dat niet, dan lijken Miaskovski's symfonieën soms melodieus te meanderen van niets naar nergens.

Svetlanov legde de complete reeks vast (deels op eigen kosten), die na de nodige problemen tenslotte op labels als Melodiya, Russian Disc, Olympia, Alto en Warner werd uitgebracht. Kees de Leeuw besprak ze hier. Mondjesmaat verschijnt wel eens een nieuwe opname, en het is een aangename verrassing dat Vasili Petrenko met het orkest van Oslo zich heeft gebogen over de 21ste symfonie. Dat is overigens wel de populairste (voorzover je dat woord kunt gebruiken bij deze muziek) met de meeste opnamen, ook van dirigenten buiten Rusland . Hij werd in 1940 gecomponeerd voor Frederick Stock en het Chicago Symphony en is in de oorlog zelfs door Toscanini gedirigeerd. Ormandy maakte er zelfs een opname van, net als Morton Gould en David Zinman. Het is een beknopt, eendelig werk dat ruim een kwartier duurt en toont in een notendop de hele essentie van Miaskovski. De structuur is helder en symmetrisch, de melodiek is aansprekend, de instrumentatie doorzichtig. En Petrenko's uitvoering en opnameklank zijn door een ringetje te halen.

Wie met Miaskovski's symfonisch werk wil kennismaken kan het beste hiermee beginnen alvorens door te stoten naar de skriabineske Derde, de pastorale Vijfde, de monumentale Zesde, de dansante Veertiende, de lucide Vijftiende, de martiale Zestiende, de voortstromende Tweeëntwingste, de introverte Vijfentwingste...

In het geval van Prokofjevs machtige Vijfde symfonie horen we natuurlijk een gevestigd meesterwerk. Laten we toegeven: Prokofjev was nu eenmaal een genie waaraan zijn vriend Miaskovski niet kon tippen. Petrenko geeft het brede scala aan emoties en kleurrijke vondsten van dieze onuitputtelijke symfonische topper het volle pond. Dat Miaskovski's nummer 21 erop volgt geeft een mooi contrast en laat beide boezemvrienden in hun waarde.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links