CD-recensie

 

© Gerard Scheltens, juli 2015

 

Nielsen: Symfonie nr. 2, op. 16, FS 29 (De Vier Temperamenten) - Symfonie nr. 6, FS 116 (Sinfonia Semplice)

Koninklijk Philharmonisch Orkest van Stockholm o.l.v. Sakari Oramo

BIS-2128 • 65' • (sacd)

Opname: juni 2014, Konserthuset, Stockholm

 

Sakari Oramo voltooit zijn Nielsen-cyclus, waarvan ik eerder de nummers 1 en 3 besprak (klik hier), met nu de nummers 2 en 6. Mijn conclusie was dat Oramo's strakke directie een verbluffend analytische kijk openbaart op Carl Nielsens symfonieën, en dat dit i nde Eerste symfonie nog net even iets meeslepender uitpakte dan in de Derde ( Espansiva ) waar ik Michael Schønwandt nog net even overtuigender vond. Maar het verschil is gradueel, want de reeks van de Fin Oramo behoort zeker tot de top op dit gebied, waartoe ik trouwens ook wijlen Sir Colin Davis reken. Die kwam pas laat tot Nielsen, maar dan ook meteen op een heel indrukwekkende manier (op het eigen label van het London SO). Het zijn dus niet alleen de Denen als Schønwandt en Dausgaard die raad weten met hun nationale componist aan wie tot mijn treurnis Nederlandse dirigenten zich zelden wagen...

Nielsen wilde in de Tweede symfonie (1901-1902) - interessant genoeg opgedragen aan Ferruccio Busoni - de vier menselijke temperamenten muzikaal uitbeelden: cholerisch, flegmatisch, melancholisch en sanguinisch, de aan de lichaamssappen verbonden karaktereigenschappen die volgens de oude Grieken ons karakter in balans houden. Het aardige was dat Nielsen ook liet zien dat bij de mens de stemming ook wel eens omslaat. De cholericus komt wel eens tot kalmer inzicht, de melancholicus maakt zich wel eens kwaad, de energieke sanguinicus denkt toch wel eens na. Alleen de flegmaticus is niet in beweging te krijgen, Nielsen was altijd bereid tot een knipoog. naar de luisteraar...

Oramo toont zich een meester in het weergeven van alle wisselende stemmingen, gaat er met volle energie op los en zorgt voor fraaie contrasten als de stemming. Je merkt aan de alertheid van de Zweedse musici dat de Finse dirigent volledige controle vasthoudt over de grote lijn in dit stuwende amalgaam van wisselende karakters. Ritmische precisie en melodische lijnen blijven steeds in balans en het resultaat voert je mee. En de voortreffelijke opname doet de rest. Vooral de blazers komen er prachtig uit.

De Zesde symfonie (1924-1925) heeft de titel Sinfonia Semplice, maar is om de dooie dood niet simpel. Veel dirigenten hebben de dirigeerstok gebroken over hun pogingen dit werk, dat de componist zelf "idyllisch" en "ontspannen" noemde (ook dat is zeker niet onverkort waar), tot een goed einde te brengen. Het heeft ook even geduurd voordat het publiek de bijzondere waarde van deze experimentele symfonie wilde inzien. Zelfs de componist Robert Simpson moest in de herziening (1979) van zijn befaamde boek Carl Nielsen Symphonist toegeven dat zijn analyse van de Zesde symfonie in de eerste druk (1952) gebaseerd was geweest op onbegrip en mistasten. Op het eerste gehoor gaat het om een bonte verzameling onsamenhangende stukken - in een grote variëteit aan stemmingen, orkestraal maar ook kamermuzikaal, met prominent slagwerk, toeters en bellen maar ook zalvende strijkersmelodiëen - die overigens wel te herleiden zijn tot de traditionele vierdelige symfonievorm, al zijn de beide middendelen merkwaardig kort. Nielsen beoogde van elke muziekinstrument het karakter weer te geven "als een slapend persoon die ik tot leven moet zien te wekken".

Voor een dirigent als van het type-Oramo is het natuurlijk een geweldige uitdaging om de samenhangende structuur van dit "rare stuk" inzichtelijk te maken en hij slaagt daarin met vlag en wimpel. Wat mij betreft de allerbeste uitvoering ooit van speciaal deze fascinerende Zesde symfonie die helemaal niet onsamenhangend blijkt te zijn. Wij - de liefhebbers van Carl Nielsen (dat bent u toch ook? en anders wilt u het worden) kunnen er allemaal van leren. En ervan genieten ook.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links