CD-recensie

 

© Gerard Scheltens, februari 2009


 
 

Magnard: Symfonie nr. 1 in c, op. 4 - nr. 2 in E, op. 6 - nr. 3 in bes, op. 11 - nr. 4 in cis, op. 21.

BBC Scottish Symphony Orchestra
o.l.v. Jean-Yves Ossonce.

Hyperion CD22068 (2 cd's) • 2.21' •

 

 

 

Magnard: Symfonie nr. 1 in c, op. 4 - nr. 2 in E, op. 6 - nr. 3 in bes, op. 11 - nr. 4 in cis, op. 21.

Malmö Symphony Orchestra
o.l.v. Thomas Sanderling.

Brilliant Classics 93712  (3 cd's) • 2.42' •

 


Je hebt van die momenten. Jaren geleden maakte ik kennis met de Derde symfonie van Albéric Magnard (1865 - 1914), dankzij een LP van Ernest Ansermet met het Orchestre de la Suisse Romande, een opname uit 1968. Ik was meteen verkocht. Dat er zo'n originele, levendige symfonie bestond, van een man die bijna onbekend was!

Het maakte nieuwgierig naar de andere symfonieën, en ook naar de man erachter. Magnard bleek interessant genoeg, niet alleen zijn leven, maar ook zijn dood. Die was aan het begin van de Eerste Wereldoorlog. De rijke Magnard woonde in de gemeente Baron, die de Duitsers hadden veroverd. Zij patrouilleerden door het dorp en zochten een onderkomen voor de troepen. Magnards landhuis leek zeer geschikt. Hij zag ze komen, pakte zijn geweer en schoot. Een soldaat stortte levenloos ter aarde. Daarna bestormde de vijand het huis en stak het in brand. Tussen de verkoolde resten kon het lijk van de componist niet eens meer worden geïdentificeerd. Met hem gingen ook zijn manuscripten, waaronder die van de opera Guercoeur (later gereconstrueerd door zijn vriend Guy Ropartz) ten onder.

Dit tragische, maar heroïsche einde heeft Albéric Magnard beroemd gemaakt. Het was typerend voor een man die van weinig compromissen wilde weten en bekend stond om zijn felheid en onbuigzaamheid. Als muziekcriticus van de Figaro, de krant die zijn vader uitgaf, maakte hij veel vijanden. In de Affaire-Dreyfus stelde hij zich vierkant op aan de zijde van Émile Zola ("J'accuse!") en dus tegen het Franse establishment waartoe zijn leraar, de politiek reactionaire Vincent d'Indy, behoorde. Dat deed overigens weinig af aan zijn bewondering voor D'Indy: aan diens strenge Schola Cantorum zei hij meer te leren dan eerst bij Théodore Dubois en Jules Massenet aan het Conservatoire de Paris. Al heeft hij niet rechtstreeks les gehad van Franck, hij is via D'Indy toch te beschouwen als een lid van de 'Bande à Franck', de groep componisten die onder invloed van Wagner en Franck een 'nieuwe muziek' propageerde, maar door de vernieuwingen van Debussy werd ingehaald. 

Hij was dus in feite indirect een discipel van Franck toen hij, nog onder supervisie van D'Indy, begon aan zijn eerste symfonie. Toch is dat niet zo erg te horen. Die Eerste uit 1890 is hier en daar nog wat onbeholpen, maar heeft - al direct vanaf het springerige openingsthema - een sterke eigen toon. De sfeer is Frans, maar de structuur meer Duits. Anders gezegd: meer Beethoven en Franck dan Berlioz of Bizet. In de Tweede (1893) heeft Magnard zich al losgemaakt van D'Indy's invloed en heeft zijn individualisme zich uitontwikkeld. De nummers 3 (uit 1896) en 4 (uit 1911) behoren m.i. tot het allerbeste wat de Franse symfonie van rond 1900 te bieden heeft. Deze muziek past in de symfonische traditie en is niet hemelbestormend modern, maar ook niet zwelgend laatromantisch. De orkestklank blijft transparant en de vele originele invallen passen in een hechte structuur. Het is ernstige muziek met urgentie en karakter: je hoort er aan af dat de componist geen geduld had met domkoppen. Magnard heeft iets kortafs, iets dwingends, maar welluidend schrijven kon hij ook. In de Derde zowel als de Vierde laat hij zelfs de hele boel swingen met een archaïserende dans. En effectvol instrumenteren was hem wel toevertrouwd.  Kortom: ik geniet van dit eigenwijze symfonische oeuvre.

 
  V.l.n.r. Magnard, Ropartz en Ysaÿe

Na de eenzame Decca-opname van de Derde symfonie door Ansermet was het vooral Michel Plasson die met het orkest van het Capitole de Toulouse een lans brak voor Magnard. Zijn EMI-opnamen van het complete viertal (plus drie andere orkestwerken) van rond 1990 golden jarenlang als de norm. Natuurlijk: bij gebrek aan andere opnamen is dat geen wonder. Maar de uitvoeringen van Plasson - die ook mooie opnamen maakte van de fraaie symfonieën van Chausson, D'Indy (nr. 2) en Ropartz (nr. 3) - staan op hoog peil. Dat moet je hebben bij onbekende muziek.

Een heel decennium had Plasson het rijk alleen, maar eind jaren '90 kreeg hij toch concurrentie van zelfs twee nieuwe uitgaven tegelijk. Op BIS verschenen Magnards complete symfonieën met het orkest van Malmö onder leiding van Thomas Sanderling (zoon van de grote Kurt), terwijl Hyperion uitkwam met het BBC Scottish SO onder Jean-Yves Ossonce. Opeens werd het moeilijk kiezen, want beide opnamen deden nauwelijks voor elkaar onder. De opnamekwaliteit is in beide gevallen zelfs nog beter dan de toch lang niet slechte van EMI: helder en mooi doortekend,. De uitvoeringen zijn dat ook. Geen van beide orkesten behoort tot de internationale topensembles, maar de prestaties steken ver uit boven wat je van een provinciaal orkest verwacht. Beide dirigenten voelen het idioom van de eigenzinnige Fransman goed aan. Magnard vereist drive, vitaliteit en helderheid en in die opzichten komen we helemaal aan onze trekken.

Toch is er een belangrijk verschil. De timings hierboven geven dat al aan. Sanderling doet in totaal ruim 20 minuten langer over de hele reeks symfonieën dan Ossonce (en een kwartier langer dan Plasson). Dat is veel. Het is ook te horen. Hij is zorgvuldig en neemt de tijd. Toch is hij niet sloom of gezapig. Hij is alleen wat breder. Het is een geldige opvatting. Maar als het erop aankomt wint voor mij Ossonce toch op punten. Met zijn Schotse musici weet hij nog net iets meer Frans esprit te brengen dan de Oostenrijks-Zweedse combinatie van BIS.     

De BIS-opnamen van Sanderling werden in 2008 opnieuw uitgebracht door Brilliant Classics,. Wie dat label kent, weet dat ze nu voor een prikje te krijgen zijn. Een buitenkansje voor iedereen die wil (liever: moet) kennis maken met Albéric Magnard. Blijkbaar is Hyperion hiervan geschrokken, want zie: begin 2009 verschenen ook de opnamen van Ossonce in een aantrekkelijk geprijsd doosje. Heeft u nog niet gebruik gemaakt van Brilliants aanbieding, dan is Hyperion net even te verkiezen. Maar nog beter: neem ze allebei en ontdek twee visies op een briljante componist. Je kunt er niet genoeg van krijgen.                


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links