CD-recensie

 

© Gerard Scheltens, november 2011

 

 

Kalinnikov: Symfonie nr. 1 in g – nr. 2 in A

Malaysian Philharmonic Orchestra o.l.v. Kees Bakels

Bis-CD-1155 • 77' •

 

 

 


Als jonggestorven componist met een zwakke gezondheid heeft Vasily Sergejevitsj Kalinnikov niet veel werken op zijn naam staan. We tellen twee symfonische gedichten De nymfen en De ceder en de palm, een orkestsuite, een serenade, een strijkkwartet, pianomuziek, wat liederen en een onvoltooide opera Het jaar 1812. De enige werken die je wel eens hoort zijn (af en toe) de twee symfonieën, (soms) de toneelmuziek bij Tsaar Boris van Tolstoi en (héél soms) De ceder en de palm.

Kalinnikovs levensloop was maar kort. Hij werd geboren in 1866. Zijn vader was politieman in de provincie Orjol in Zuidwest-Rusland. Dat was geen goedbetaalde job in het tsaristische tijdperk en de jonge Vasili groeide dan ook op in behoeftige omstandigheden, die zijn gezondheid al vroeg verwoestten. Op zijn dertiende ging hij naar het theologisch seminarie waar hij al na een jaar een koor mocht dirigeren. In 1884 ging hij studeren aan het Moskous conservatorium, maar niet lang, bij gebrek aan geld. Toch was zijn talent al opgevallen en dankzij een stipendium kon hij van 1885 tot 1892 compositie en fagot studeren aan de school van het Filharmonisch Gezelschap in Moskou. Daarna werkte hij in diverse orkesten als fagottist, paukenist en violist.

Hij had het geluk te worden ‘ontdekt’door Tsjaikovski, die hem protegeerde. Daardoor kon hij in 1892 operadirigent worden, eerst aan het Malïy Theater en later aan het Italiaans Theater in Moskou. Lang duurde dat niet, want tuberculose ondermijnde zijn gezondheid. Hij verliet het koude Moskou en verhuisde naar het warmere Jalta bij de Krim. Dankzij een bescheiden pensioentje kon hij zich aan het componeren wijden, al was het lang geen vetpot. Hier kwamen zijn meeste werken tot stand, waaronder de beide symfonieën. Met zijn gezondheid liep het al even slecht als met zijn geld. Rond de eeuwwisseling trok de zeven jaar jongere, maar al zeer succesvolle Rachmaninov zich het lot aan van de zieke en behoeftige componist. Hij was geschokt door de armzalige omstadigheden waarin Kalinnikov moest leven en zorgde ervoor dat diens symfonieën in druk konden verschijnen bij muziekuitgever Jurgenson. Eindelijk erkenning, maar lang heeft hij er niet van kunnen genieten. De tbc kreeg hem eronder in 1901, op 34-jarige leeftijd.

 
  Vasily Sergejevitsj Kalinnikov (1866-1901)

Zijn eerste succes als componist had Kalinnikov in 1897 met de eerste symfonie, die hij twee jaar eerder had gecomponeerd. Door dit werk van een dertigjarige, vol folkloristisch aandoende Russische thematiek, heeft men Kalinnikov wel willen indelen bij de nationale beweging die in de tweede helft van de 19e eeuw furore maakte. En inderdaad zijn er hoorbare invloeden van Het Machtige Hoopje, vooral van Borodin en Balakirev, maar nog meer van Tsjaikovski. Maar ook horen we een eigen, persoonlijk geluid met aandacht voor contrapunt en met talent voor prachtige melodieën, al zou je kunnen zeggen dat de nog niet volleerde Kalinnikov in deze eerste ‘worp’ nog niet zoveel 'doet' met zijn vondsten.

Hoogtepunt van de vierdelige Eerste is ongetwijfeld het tweede deel, Andante commodamente, geopend door spitse tertsenbewegingen van de harpen die een melancholiek thema van de althobo en hobo ondersteunen. Er is een duidelijke thematische verwantschap tussen de delen, alsof Kalinnikov het cyclisch principe van César Franck omarmde, maar het is de vraag of diens werk bekend was in de Krim. Best mogelijk dus dat het Kalinnikovs eigen idee was om de thema's uit vorige delen terug te laten keren. Als geheel is dit een zeer aantrekkelijke symfonie en de paar onbeholpenheden die Tsjaikovski erin aantrof, beletten hem niet om Kalinnikov een groot en veelbelovend talent te noemen.

De Eerste symfonie was een onmiddellijk succes en werd ook buiten Rusland, bijvoorbeeld in Parijs en Wenen, uitgevoerd. Daardoor gesterkt begon Kalinnikov direct aan de Tweede, die in 1897 klaar was. De vierdelige structuur is dezelfde, maar de onbeholpen trekjes die Tsjaikovski aantrof in de Eerste, zijn verdwenen. Het is een zelfverzekerde symfonie met een meesterlijke, kleurrijke instrumentatie. Ook hier is het het langzame deel, een Andante cantabile, het hoogtepunt.

Kalinnikov mag dan grotendeels vergeten zijn, van de beide symfonieën bestaan toch wel opnamen. Het was (uiteraard) Jevgenii Svetlanov, de grote voorvechter van de Russische symfonie, die ze vastlegde voor het Sovjet-staatslabel Melodiya. Op de Svetlanov-uitgave van Warner zijn ze te vinden. Grote dirigenten die hem voorgingen waren Golovanov en zelfs Toscanini, wiens uitvoering van Kalinnikovs Eerste met het NBC Orkest op YouTube te horen is (helaas niet te zien, dat zou helemaal mooi zijn). In de jaren negentig waren het Neeme J ärvi (Chandos) en Theodore Kuchar (Naxos) die Kalinnikovs zaak vurig verdedigden. En nu dan worden we verblijd met een al tien jaar geleden gemaakte opname van ´onze´ Kees Bakels met het orkest van Maleisië, waarvan hij toen de vaste dirigent was. Waarom BIS de opname zo lang op de plank heeft laten liggen weet ik niet, maar gelukkig kunnen we alsnog kennisnemen van voortreffelijke uitvoeringen met een eersteklas opnamekwaliteit. Grote spanningsbogen, Schwung, gevoel voor melodiek en een flinke vleug nostalgie brengen ons weer eens bij dat je helemaal niet uit het land zelf hoeft te komen om de sfeer van het aloude moedertje Rusland op te roepen.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links