CD-recensie

 

© Gerard Scheltens, november 2021

Franck: Hulda M 49 (CFF 231), oorspronkelijke versie, 1885
Opera in vijf bedrijven
Libretto van Charles Jean Grandmougin naar het toneelstuk Halte-Hulda (1859) van Bjørnstjerne Bjørnson

Meagan Miller (sopraan - Hulda), Irina Jae Eun Park (sopraan - Swanhilde), Katharina Ruckgaber (sopraan - Thordis), Katerina Hebelková (mezzosopraan - Gudrun) Inga Schäfer (mezzo sopraan - Halgerde), Anja Jung (alt - Hulda's moeder), Joshua Kohl (tenor - Eiolf), Roberto Gionfriddo (tenor - Eyric), Junbum Lee (tenor - Eynar), Seonghwan Koo (bariton - Thrond), John Carpenter (bariton - Gunnard), Mateo Peñaloza Cecconi (bariton - Herald), Juan Orozco (bariton - Gudleik), Jin Seok Lee (bas - Aslak), Jongsoo Yang (bas - Arne),
Opernchor & Extrachor des Theater Freiburg
Philharmonisches Orchester Freiburg
Dirigent: Fabrice Bollon

Opname: juli & okt. 2019, Rolf-Böhme-Saal, Konzerhaus Freiburg im Breisgau
Naxos 8.660480-82 • 2.43' • (3 cd's)

   

Hulda is een verhaal van wraak. Het libretto van Charles Jean Granmougin (1850-1930) is gebaseerd op het Noorse Halte-Hulda, een vroeg toneelstuk van de latere Nobelprijswinnaar Bjørnstjerne Bjørnson (1832-1910), dezelfde die Grieg inspireerde tot Sigurd Jorsalfar.

De componist is 'niemand-minder-dan' César Franck, en dat is verrassend. Niet alleen omdat hij als vroomkatholieke Belgische Fransman een bloederig 'noords' gegeven met magische elementen adapteerde, maar überhaupt omdat je de 'maître angélique' van de Sainte-Clotilde niet zo gauw associeert met opera.

Toch schreef hij er vier, maar geen daarvan is ooit tot het repertoire doorgedrongen. Van de twee vroege bestaat Stradella van de 19-jarige Franck uit 1841 in een handgeschreven partituur met piano. Een scènische opvoering in een door Luc Van Hove georkestreerde vorm door de Opéra Royal de Wallonie onder Paolo Arrivabeni verscheen in 2012 op het label Dynamic op dvd en cd.

De opéra comique Le valet (ou le garçon) de ferme volgde in 1851-1853. Hiervan maakte Franck zelf een reductie met pianobegeleiding. Het werk is nóg obscuurder gebleven dan Stradella.

Van de twee late opera's is Hulda, waaraan hij van 1879 tot 1885 bezig was, compleet, al schijnt er later wel behoorlijk in gesnoeid te zijn. Het Ballet de l'Hiver en du Printemps met vijf delen uit de opera, voor (geherinstrumenteerd) orkest en gemengd koor wordt weleens gespeeld, maar een repertoirestuk is ook dat niet geworden. Tijdens Francks leven is deze opera, hoewel hij helemaal klaar was, nooit opgevoerd. Pas in 1894 vond de première plaats, in Monte Carlo. Zijn bewonderaars trokken hun wenkbrauwen op. Nota bene! Het frivole Monte Carlo! Cesar Franck tussen de gokpaleizen! Daarna werd het héél lang héél stil rond Hulda.

Francks vierde en laatste opera, het onvoltooide 'drame lyrique' Ghiselle (1888-1890), werd na zijn dood geïnstrumenteerd door een viermanschap: Vincent d'Indy (ongetwijfeld de leider van dit project), Pierre de Bréville , Ernest Chausson en Samuel Rousseau. Ook deze opera staat op de repertoirelijsten van operahuizen onveranderlijk in de stand 'afwezig'.

Hulda
Dat van de derde opera, Hulda, pas nu een opname verschijnt van de complete partituur, is eigenlijk vreemd, tenslotte behoort Franck tot de giganten van de Belgisch-Franse muziek. Maar een groot deel van zijn werk heeft tot op de huidge dag nooit veel aandacht gekregen en is sowieso nog steeds onontgonnen. Dat het verhaal van Hulda nogal een draak is, is bij opera zelden een bezwaar. De muziek is zeer de moeite waard, zowel vocaal als qua orkestbehandeling. Sommigen geven Franck weinig krediet als orkestrator sinds zijn Symfonie in d van enkele jaren later, maar deze effectvol georkestreerde opera geeft een andere indruk. Op de dramatische kwaliteiten, de logica en de psychologie van het bloedstollende verhaal valt wel af te dingen, maar een regisseur met gevoel voor drama, liefst ook voor dosering, moet er wat van kunnen maken.

Synopsis
Het bloedstollende verhaal is over de hele linie nogal rauw. maar kent ook momenten van schoonheid en liefde. In het eerste bedrijf bidden Hulda Hustawick en haar moeder voor de mannen die terugkeren van de jacht. Aslak en zijn bloeddorstige zonen vieren hun overwinning op de Hustawicks. Een van hen, Gudleik, staat te likkebaarden bij de gedachte aan de mooie Hulda die ze na de moord op haar familie hebben ingelijfd. Zij is echter niet gediend van zijn avances: ze zweert wraak en spreekt een vervloeking uit. Van haar voorgeslacht heeft ze magische krachten geërfd.

Het tweede bedrijf speelt zich twee jaar later af. Twee huwelijken zijn aanstaande: Hulda trouwt (gedwongen) toch met Gudleik en Gunnard mag Thordis de zijne noemen. Gudleik maakt ruzie met zijn broers over Hulda, maar Aslaks vrouw Gudrun grijpt in en zegt ze in te binden en respect te tonen. Net zal het bruiloftsfeest beginnen als Eiolf arriveert, de bode van de koning van Noorwegen. Hulda beseft dat deze man voor haar de ware is, wat leidt tot een heftig gevecht tussen Eiolf en Gudleik, die in het stof bijt en dood neervalt.

In het derde bedrijf zijn Aslak en Gudrun in de rouw om hun zoon Gudleik. In de avond betuigen Hulda en Eiolf elkaar hun liefde in een Tristan-und-Isolde-achtig duet. Ze laat hem beloven met haar terug te gaan naar hun beider vaderland IJsland. Als Eiolf weg is komt Arne, een van de zonen van Aslak, zich in het donker aan haar opdringen en wil haar verleiden. Aslak schiet het meisje te hulp, doodt de indringer en komt dan tot de ontdekking dat die zijn eigen zoon was. Hulda's vervloeking is uitgekomen.

Het lentefeest wordt gevierd in het vierde bedrijf. Swanhilde, de geliefde van Eiolf, is geschokt door zijn vreemdgaan met Hulda, maar Thordis heeft met haar te doen en belooft hen weer tot elkaar te zullen brengen. Dat lukt en als Eiolf vervolgens Swanhilde omhelst, beseft Hulda dat ze verraden is. De enige man die haar hoop had gegeven op een uitweg, een IJslander net als zij, laat haar in de steek en gaat terug naar zijn vrouw. Ze is razend en wendt zich tot de nog levende zonen van Aslak. Ze eist dat zij Eiolf zullen doden en ze beloven dat de volgende dag te zullen doen.

Maar... in hun ogen is zij degene die de dood van hun broers Gudleik en Arne op haar geweten heeft. Dus als ze in het vijfde bedrijf Eiolf - hun vijand en concurrent - inderdaad gedood hebben, keren ze zich tegen haar. In het nauw gedreven ziet ze maar één uitweg om aan hun wraak te ontkomen: ze stort zichzelf in de fjord. Veelzeggend is dat de mannen de andere kant op kijken.

Wraak
Wraak is het voornaamste thema. De titelheldin, een jonge IJslandse in Noorwegen, is een slachtoffer van ongekend onrecht, maar ze is ook een obsessieve wraakgodin. Zij is bloedmooi ('haar gezicht is zo mooi dat iedereen die er te lang naar kijkt moet sterven'), maar ze loopt ook mank en verenigt dus perfectie en imperfectie in één persoon. Ze voert haar vendetta tegen de wrede clan van Aslak, die haar familie, de uit IJsland afkomstige Hustawicks, heeft vermoord. Hulda's lot staat centraal, ze symboliseert het lijden van vrouwen door mannenhand. Ze is losgerukt van haar eigen land, haar familie is vermoord, ze is als oorlogstrofee doorgegeven van de ene stam naar de andere, ze is verkracht en vernederd, ze moet trouwen met een van de gehate overwinnaars - zo doen ze dat met onderworpen volkeren.

Het is een ingewikkeld plot, dat in het cd-boekje beschreven wordt als 'an attack on humanity'. Zo'n formulering veronderstelt een algemeen-menselijke betekenis die uitstijgt boven het lot van de arme Hulda Hustawick. Met haar neiging om haar tegenstanders tegen elkaar op te zetten en het totale gebrek aan reflectie is deze thematiek misschien te beperkt. Wie zich afvraagt wat haar wraakzucht ons leert over de mens in het algemeen, vindt de problematiek misschien toch te melodramatisch en teveel gefocust op één persoon, ook al hebben we alle begrip voor de verbittering van iemand die omringd wordt door mensen waarvan niemand te vertrouwen is. Het leidt in ieder geval tot een rauw drama van ontworteling, ontgoochelde liefde, verraad, verlating, verbittering en wraak.

Waarom Franck uitgerekend dit Scandinavische gegeven koos voor zijn enige van a tot z voldragen 'rijpe' opera, is niet bekend. De gelijkenis met elementen uit de Ring van de bewonderde Wagner moet hem hebben aangesproken, maar Bjørnsons stuk ontbeert de magische kracht, het geraffineerde narratieve weefsel en de subtiele symboliek daarvan. Het Noorwegen van Bjørnson had met de Denen een onafhankelijkheidssstrijd te leveren en riep bij Franck mogelijk associatiea wakker met de Frans-Pruisische oorlog.

Librettist Charles Jean Grandmougin (1850-1930) was een Parijse dichter en toneelschrijver. Veel van zijn poëmen dienden als liedteksten voor onder anderen Bizet, Fauré, Pierné, Cécile Chaminade en Lily Boulanger. Ook leverde hij de libretti voor de 'légende sacrée' La Vierge van Massenet en de 'symphonie dramatique' Le Tasse van Benjamin Goddard. Met zijn grote ervaring als librettist kon hij goed overweg met Bjørnsons tekst. Aan het gegeven veranderde hij niets.

De muziek
Over de muziek niets dan goeds. Dat Franck een bewonderaar was van Wagner blijkt uit zijn hele oeuvre en aan wat hij doorgaf aan zijn discipelen die nog tot ver in de 20ste eeuw trouw bleven aan zijn opvattingen. Wagner is hoorbaar in elke noot van deze doorgecomponeerde opera, met een belangrijke rol voor chromatiek in de harmonie- en melodievorming. De liefde tussen Hulda en Eiolf wordt in het derde bedrijf verklankt met een lang duet van Tristan-und-Isolde-kwaliteit, maar Franck zou Franck niet zijn als hij er niet zijn eigen onmiskenbare Franse 'twist' aan gaf. De vele dramatische gebeurtenissen krijgen een passende heftigheid, energie en stuwing mee, met een geraffineerd gebruik van de blazers. Ook over koorbehandeling hoefde niemand Franck iets te leren. Alleen de balletten, die enigszins bekend zijn omdat Franck ze apart had laten uitgeven, vind ik eigenlijk wat misplaatst en verstoren het dramatische en muzikale verloop.

Opname
Naxos claimt na 136 jaar een World Premiere Recording of the uncut original version te hebben uitgebracht. Uit 1960 dateert een Milanese opname van Hulda onder leiding van Vittorio Gui op drie elpees van het label Melodram. Hoe 'uncut' die is weet ik niet.

Vreemd genoeg zijn het de opera en het symfonieorkest van Freiburg die naast een live-enscenering in Freiburg in 2019 de klus voor Naxos op zich hebben genomen. Vreemd omdat je dat niet direct van een Duits gezelschap verwacht, maar dat ze dit heel goed kunnen is zonder meer duidelijk. Fabrice Bollon, daar al sinds 2009 chef-dirigent, heeft de leiding over deze nieuwe opname en doet dat geweldig. Zijn inzet, ook op Naxos, voor Franse orkestmuziek (die van Magnard bijvoorbeeld) wekte al vertrouwen. Hij geeft Hulda een energieke drive, verleent de overvloedige emotie en dramatiek het volle pond zonder in excessen te vervallen, heeft gevoel voor het bouwen van spanningsbogen en climaxen en laat ook de lyriek zinderen. Het met 'extra's' versterkte Freiburger operakoor is even alert als het orkest.

Tot zover het goede nieuws. De teleurstelling ligt bij een aantal zangers, en dan vooral Hulda's hoofdrol. De sopraan Meagan Miller heeft geen vaste stem, lijkt de rol technisch maar nauwelijks aan te kunnen, de stem flakkert en klinkt geforceerd. Voor de alt Anja Jung als Hulda's moeder geldt in mindere mate hetzelfde, maar die rol is veel kleiner. Aan een vertolking die recht doet aan de dramatiek van hun rollen komen ze niet toe. En dat terwijl de sopraan Irina Jae Eun Park (Swanhilde), zo te horen, de hoofdrol goed had aangekund, en anders misschien Katharina Ruckgaber (Thordis). Ook de mezzo Katerina Hebelková (Gudrun) voldoet goed. Bij de mannen blinkt de tenor Joshua Kohl (Eiolf) uit, evenals de bariton Mateo Peñaloza Cecconi (Gudleik) en de bas Jin Seok Lee (Aslak).

Ondanks de tegenvallende protagoniste is dit een belangrijke uitgave. Fabrice Bollon en zijn Freiburger krachten leveren een fantastische prestatie met een opera die nog nooit een kans heeft gehad. In elk geval in muzikaal opzicht is dit een geweldige aanwinst die iets duidelijk maakt over de waarde van César Franck voor de ontwikkeling van de Franse opera. Het is absoluut een boeiende luisterervaring.

Maar... er staat ons nog wat te wachten. Hulda gaat in mei en juni 2022 in een concertante uitvoering in Luik, Namen en Parijs (Théâtre des Champs-Élysées). Het Orchestre Philharmonique Royal de Liège en het Choeur de Chambre de Namur worden geleid door Gergely Madaras. De titelrol is voor Jennifer Holloway en tot de vertolkers behoort ook Véronique Gens (Gudrun). Het ziet er veelbelovend uit. Co-producent is Palazzetto Bru Zane, dat een opname gaat uitbrengen in de serie Opéra français op het eigen label Bru Zane, dat ons al vaak blij heeft gemaakt met mooie onbekende opera's op cd's in prachtig verzorgde boekjes boordevol informatie. Zeker iets om naar uit te kijken. Twéé keer Hulda in twee jaar tijd! Als liefhebber weet je niet wat je overkomt.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links