CD-recensie

 

© Gerco Schaap, maart 2009

 

 

Suk: Suite 'Prohádka' op. 16.

Dvorák: Tsjechische suite in D, op. 39.

Tsjechische Filharmonie o.l.v. Zdenek Mácal.

Exton OVCL-00296 • 53' • (sacd)

 

 

 


Weer een opname van het Tsjechisch Filharmonisch Orkest, nu onder leiding van gewezen chefdirigent Zdenek Mácal. Gewezen, want de maestro kondigde aan het eind van een repetitie op 8 september 2007 met zijn orkest dat hij abrupt ontslag nam. Ogenschijnlijke aanleiding zou een recensie in de Praagse krant Lidové noviny van de voorafgaande dag zijn geweest; volgens een bericht in de Playbill Arts Newsletter zou echter een machtsstrijd tussen de dirigent en het orkestmanagement aan het ontslag ten grondslag liggen. Niettemin werden bestaande afspraken nagekomen en stond Mácal ook in 2008 nog voor het orkest. De soep wordt meestal niet zo heet gegeten ...

De hier besproken opname werd in april en mei 2007, dus nog voor het conflict, gemaakt in het Rudolfinum Dvorákova sín ('House of Artists') in Praag door Japanse technici van Octavia Records. Niettemin trof ik op deze SACD tot mijn genoegen weer de ouderwetse Tsjechische 'sound' van weleer aan; iets wat ik op de in januari besproken Pentatone-cd met Schumann-symfonieën onder leiding van Lawrence Foster node miste. De levendige Exton-registratie doet het orkest recht, de zaalakoestiek is goed te horen en de instrumentengroepen onderscheiden zich duidelijk. Niet zo vreemd overigens: de samenwerking tussen het Japanse Exton-label en het orkest duurt nu al zo'n 17 jaar en zo'n verbintenis hoor je terug in een opname.

Zdenek Mácal

De sacd is duidelijk op de Japanse markt gericht; de bottom vermeldt tussen de Japanse tekens nog net de uitgevoerde werken; het booklet is grotendeels in het Japans; een inlegvel van 4 pagina's bevat een Engelse toelichting voor ons Europeanen.

De relatie Dvorák - Suk is - voor wie het nog niet wist - niet alleen die van (compositie)leraar en -leerling: Josef Suk werd verliefd op Dvoráks dochter Otylka en trouwde haar in november 1898, een half jaar na de succesvolle uitvoering van zijn muziek bij 'Radúz en Mahulena', een toneelwerk van Dvoráks tijdgenoot Julius Zeyer. Het stuk speelt zich af in het oude Slowakije en de thematiek is al zo oud als de wereld. Prins Radúz en prinses Mahulena zijn geliefden uit twee rivaliserende clans; ze raken gescheiden van elkaar wanneer Mahulena's moeder een ban uitspreekt over de prins, waardoor hij zijn geheugen verliest. Mahulena verandert in een boom om toch in de nabijheid van haar geliefde te kunnen zijn; wanneer de boom wordt gekapt, wordt de ban opgeheven en worden de geliefden weer verenigd. Suk raakte zo bevangen door de sfeer en de ontknoping van het stuk, dat hij zich bij het componeren niet tot een voorspel en entre'actemuziek beperkte maar ook aria's, koren en muziek bij gesproken scčnes schreef. Hoewel Suks partituur erg in de smaak viel - Dvorák omschreef haar als "hemelse muziek" - werd het veeleisende stuk niet vaak opgevoerd. In 1900 besloot Suk het materiaal dan ook om te werken tot een vierdelige concertsuite, 'Pohádka' genoemd. In die vorm werd het stuk in februari 1901 door de Tsjechische Philharmonie uitgevoerd onder leiding van Oskar Nedbal, een studiegenoot van Suk en collega-violist in het Tsjechisch Kwartet waarin Suk veertig jaar lang tweede viool speelde. De suite werd in 1978 al eens opgenomen door het Praags Symfonieorkest onder leiding van Jirí Belohlávek en uitgebracht op Supraphon. De nieuwe cd-opname is deels live, maar van de aanwezigheid van publiek heb ik niets kunnen merken.

Antonín Dvorák componeerde zijn Tsjechische Suite voor klein orkest in de lente van 1879. Het moest een vervolg worden op zijn twee serenades. De vijf delen - Preludio (Pastorale), Polka, Sousedská (Menuet), Romanza en Finale (Furiant) - vormen een mooie staalkaart van het creatief gebruik van blaasinstrumenten naast de strijkersgroepen. Om met Dvorák zelf te spreken: hemelse muziek, die je kortstondig uittilt boven de dagelijkse beslommeringen en beelden oproept van Tsjechische landschappen en volkstaferelen.

Ik zou geen orkest weten dat deze muziek gloedvoller uitvoert dan het Tsjechisch Filharmonisch.

Met een totale speelduur van ruim 53 minuten niet echt een rijk gevulde cd maar wel een met een rijke inhoud.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links