CD-recensie

 

© Gerco Schaap, december 2008


 

Schumann: Symfonie nr. 1 in Bes, op. 38 (Frühling) - nr. 2 in C, op. 61.

Czech Philharmonic Orchestra o.l.v. Lawrence Foster.

PentaTone Classics PTC 5186 326 • 71' • (sacd)

 

 

 


In de wereld van de klassieke muziek heerst de merkwaardige mening als zou Robert Schumann geen briljant instrumentator zijn geweest. Ik ben het daar altijd heftig mee oneens geweest en elke keer als ik weer een van zijn symfonieën hoor, verbaas ik me weer over die opvatting. Gelukkig bevind ik me daarmee in goed gezelschap want ook Nikolaus Harnoncourt bestrijdt dit alom gehuldigde cliché. Tja, componisten als Berlioz en Mahler haalden inderdaad “alles uit de kast” om maximale orkestrale effecten te bewerkstellingen, maar maakt dat Schumann tot een mindere orkestrator? Bij het beluisteren van Schumanns eerste en tweede symfonie – chronologisch gezien is de tweede, ontstaan in 1945, eigenlijk zijn derde – besefte ik opnieuw het ongelijk van bovengenoemde opvatting.

 
  Lawrence Foster (Foto: Alex Irvin)
   
   

We hebben hier te maken met goede doorsnee-uitvoeringen; niet de verfijning van Haitink en niet de revolutionaire bevlogenheid van Harnoncourt maar degelijke uitvoeringen waarop eigenlijk weinig valt af te dingen. Lawrence Foster (Los Angeles, 1941) is een allround dirigent die al bij heel wat orkesten heeft gegasteerd; sinds 2002 is hij muzikaal leider van het Gulbenkian Orkest Lissabon en met ingang van het seizoen 2009/2010 zal hij aantreden bij het “Orchestre et Opéra National de Montpellier. Als kind van Roemeense emigranten heeft hij een band met de muziek van Enescu; met het oog op het Enescu-jubileumjaar 2005 legde hij onder meer diens drie symfonieën vast.

Voor de zangerige, open klank van het Tsjechisch Philharmonisch Orkest heb ik altijd een zwak gehad; op deze opname komt die karakteristieke klank echter niet zo uit de verf. Ik ‘herken’ het orkest op deze opname niet. In de Supraphon-tijd klonk het koper gloedvoller en vormden de houtblazers meer een geheel met het orkest. Op de Pentatone-opname klinken ze zuiverder dan ooit, op het cleane af, maar ook nogal geprononceerd ten opzichte van de andere instrumentengroepen.
Misschien dat de multichannel-opname meer van de zaal (de Dvorákzaal in het Rudolfinum te Praag) laat horen, maar in de stereoversie ervaar ik een gemis aan zaalambiance.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links