CD-recensie

 

© Gerco Schaap, december 2016

 

Max Reger - Chorale Fantasies (Koraalfantasieën)

CD 1: Ein' feste Burg ist unser Gott, op. 27a - Freu' dich sehr, o meine Seele, op. 30 (27b) - Wie schön leucht' uns der Morgenstern, op. 40 nr. 1 - Straf' mich nicht in deinem Zorn, op. 40 nr. 2

CD 2: Alle Menschen müssen sterben, op. 52 nr. 1 - Wachet auf, ruft uns die Stimme, op. 52 -nr. 2; Hallelujah! Gott zu loben, op. 52 nr. 3

H. Reimann: Wie schön leuchtet der Morgenstern, op. 25

Balázs Szabó, Walcker-orgel Votivkirche Wenen (op. 27 & op. 30), Link-orgel Ev. Stadtkirche Giengen a.d. Brenz (op. 40; Reimann) en Kuhn-orgel St. Anton, Zürich (op. 52)

MDG 920 1945-6 • 71' + 78' • (2 cd's)

 

De jonge Hongaarse organist Balázs Szabó (1985) kreeg zijn beslissende artistieke impuls van prof. dr. Christoph Bossart, in wiens orgelklas hij in 2010 zijn Masteropleiding Orgel afsloot. In 2011 werd hij benoemd aan de Franz Liszt Muziekuniversiteit in Budapest, en twee jaar later ook aan het Béla Bartók Conservatorium in de Hongaarse hoofdstad, waar ook zijn in Nederland bekende collega Zsuzsa Elekes lesgeeft. Vorig jaar promoveerde Szabó op de orgelwerken van Max Reger aan de Universiteit van Utrecht bij prof. dr. Albert Clement. Dankzij de recente uitgave van een dubbel-cd door Dabringhaus & Grimm met alle koraalfantasieën van Max Reger én het voorbeeld van Heinrich Reimann dat Reger op het spoor zette, kunnen we horen hoe Balász zijn Reger-opvattingen in praktijk brengt.

Balázs Szabó

Nadat Max Reger na zijn militaire diensttijd in 1898 geestelijk en lichamelijk uitgeput in het ouderlijk huis in Weiden terugkeerde, brak een vruchtbare componeerperiode aan waarin onder meer de zeven koraalfantasieën ontstonden. Reger had al eerder met het idee gespeeld om fantasieën over protestantse koralen te schrijven, maar na het lezen van een analyse van Heinrich Reimanns Fantasie über den Choral ‘Wie schön leuchtet der Morgenstern' Op. 25 in de Allgemeine Musikzeitung in 1896 bestelde hij het werk bij uitgever Simrock om het nader te bestuderen. In een brief aan Reimann spreekt hij zijn bewondering voor de koraalfantasie uit. “In het gebruik en de behandeling van het oude kerklied ligt ook het heil voor onze orgelstijl!” Een andere motivatie om grootschalige, virtuoze orgelwerken te schrijven was zijn vriendschap met Karl Straube (1873-1950), die in 1896 begon met een briefwisseling, sterker werd na een ontmoeting in april 1898 in Frankfurt en duurde tot aan Regers vroegtijdige dood in 1916. Hun beider streven was “het tot leven wekken van de sinds de dood van J.S. Bach ingeslapen orgelmuziek”. In hetzelfde jaar van hun eerste ontmoeting ontstond binnen enkele dagen de Fantasie über den Choral ‘Ein' feste Burg ist unser Gott' Op. 27. Karl Straube, aan wie het werk was opgedragen, gaf de eerste uitvoering ervan op 13 september 1898 in de Willibrorddom in Wesel. Ook de in dezelfde periode gecomponeerde Fantasie über ‘Freu dich sehr, o meine Seele' Op. 30, de in 1899 geschreven fantasie Op. 40 nr. 1 (‘Wie schön ...') en de een jaar later ontstane drie koraalfantasieën Op. 52 werden door Straube ten doop gehouden.

Balazs Szabó onderscheidt in het 36 pagina's tellende cd-boekje twee typen koraalfantasieën. Type 1, gekenmerkt door een duidelijke structuur, is afgeleid van de klassieke koraalpartita. Dit type is ontstaan onder invloed van Reimanns opzet Introduktion - Variationen und Choralfuge en is toegepast in op. 27 (‘Ein' feste Burg'), op. 40 nr. 1 en opus 50 nr. 3. Type 2 is gebaseerd op subjectieve tekstinterpretatie met het symfonisch gedicht als voorbeeld. In deze fantasieën wordt een niet-koraalgebonden thema gebruikt dat als inleiding of als herinneringsmotief fungeert. Hiertoe behoren de fantasieën op. 30 (‘Freu dich sehr'), op. 40 nr. 2 (‘Straf' mich nicht') en op. 52 nr. 1 (‘Alle Menschen müssen sterben'). Op. 52 nr. 2 kan worden betiteld als een mengvorm van beide typen.

Na deze muziektheoretische uitweiding wordt het tijd om het over de drie op deze cd's bespeelde orgels te hebben. Ook hierin hebben Szabó en MDG een zorgvuldige keuze gemaakt: orgels die representatief zijn voor de verschillende fasen waarin de romantische orgelbouw zich tijdens Regers leven bevond. De beide eerste fantasieën (op. 27 & op. 30) zijn sterk beïnvloed door het Walcker-orgel in de Marktkirche te Wiesbaden. Dit orgel is echter zo ingrijpend omgebouwd dat men koos voor het relatief ongeschonden Walcker-orgel uit 1878 in de Weense Votivkirche. In de beide fantasieën op. 40 maakt Reger gebruik van de traploze overgangsdynamiek en de expressiemogelijkheden van het moderne pneumatische orgel zoals het in 1944 verwoeste Walcker-orgel in de Kaim-Saal in München met zijn hogedrukregisters. Hiervoor koos men het grootste bewaarde orgel van Gebr. Link in de Evangelische Stadtkirche in Giengen a/d Brenz uit 1906. In de drie koraalfantasieën op. 52 maakt Reger voluit gebruik van de mogelijkheden van het ‘moderne orgel', getuige de veelheid aan technische aanwijzingen, dynamische tekens en klankkleuren in de partituur. Deze komen tot hun recht op het Kuhn-orgel in de St. Anton te Zürich, gebouwd in het jaar waarin de Eerste Wereldoorlog begon en een tijdperk van esthetische idealen ruw ten einde kwam.

De vertolkingen van Szabó maken duidelijk dat er in de loop der jaren het een en ander is veranderd in de Reger-uitvoeringspraktijk. Szabó lijkt, in vergelijking met oudere uitvoeringen van collega's, vrijer om te gaan met tempi en registraties, en creëert grote contrasten in zowel in tempo als dynamiek. Daardoor is het bijna onmogelijk om deze cd's op volle sterkte op de huiskamerinstallatie te beluisteren. Terecht overigens dat MDG niet in de dynamiek heeft ingegrepen; een hoofdtelefoon kan hier uitkomst brengen.

Over het algemeen neemt Szabó – soms fors – meer tijd voor zijn interpretatie dan anderen. Om de tijdsduur van de door hem opgenomen fantasieën Op. 52 eens te vergelijken met die van zijn oud-leraar Christoph Bossert op een Intercord-cd uit 1990:
‘Alle Menschen' 19'30'' (Bossert 15'46'')
‘Wachet auf' 24'41'' (Bossert 20'13'')
‘Hallelujah!' 17'13'' (Bossert 17'00'')
Nu zeggen ‘kloktijden' niet alles over de spanning van een vertolking, maar Szabó rekt sommige passages wel erg ver op. Hij kiest soms zeer onorthodoxe registraties, zoals in de eerste omspeling van ‘Ein' feste Burg', maar dat maakt wel dat je met andere oren naar deze koraalfantasieën gaat luisteren. En dat is onmiskenbaar winst.
Het was een lumineus idee om de koraalfantasie van Reimann ook op deze cd-set op te nemen, ook al staat deze dan als laatste geprogrammeerd.

Het cd-boekje bevat toelichtingen in het Engels, Frans, Duits en Hongaars, en de disposities en kleurenafbeeldingen van de voor de opname gebruikte orgels. De opnamen klinken natuurlijk en ruimtelijk. De stereoversie is in elk geval van hoge kwaliteit. Een belangwekkende uitgave in dit Reger-jaar!


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links