CD-recensie

 

© Emanuel Overbeeke, mei 2016

 

Stravinsky: Threni - Requiem canticles - The dove descending breaks the air - Pacem Domine

Christina Landshamer (sopraan), Ewa Wolak (alt), Maximilian Schmitt en Magnus Staveland (tenor), Florian Boesch en David Soar (bas), Collegium Vocale Gent, Royal Flemish Philharmonic o.l.v. Philippe Herreweghe

PHI LPH 020 • 47’ •

Opname: oktober 2014, Antwerpen

   

Igor Stravinsky (1882-1971) mag dan voor velen gelden als de grootste componist van de twintigste eeuw, veel van zijn stukken hoort men zelden, noch in de concertzaal, noch daarbuiten. Zijn drie vroege balletten L’oiseau de feu, Pétrouchka en Le sacre du printemps, hebben over belangstelling niet te klagen, maar dat betekent waarschijnlijk vooral dat het moderne ervan met de jaren minder schokkend wordt gevonden omdat het stuk ons voorging in moderniteit. De luisteraar van de afgelopen eeuw is meer gewend geraakt aan uitbarstingen van energie en kleur en ervaart, als die elementen zeer sterk aanwezig zijn, het gemis aan een duidelijke melodie en harmonie daarom vermoedelijk als minder storend.

Dat moderne is maar gedeeltelijk aanwezig in de composities op deze cd die alle dateren uit Stravinsky’s laatste twintig jaar. Velen zijn geneigd te denken dat Stravinsky’s composities uit de periode 1920-1951 nog betrekkelijk geaccepteerd worden vanwege de duidelijke referenties naar de tonaliteit en dat zijn latere werk, waarin hij de dodecafonie omarmde, om die reden zelden te horen is. Dit is denk ik niet de enige reden. Even kenmerkend voor de late stukken is de neiging tot compactheid, een sobere instrumentatie, complex contrapunt, elliptische frasering en (esthetisch gezegd) bovenal een combinatie van expressionistische desolaatheid en gallische soevereine omgang met emoties. De culminatie van al deze eigenschappen is Threni (1958) voor koor, orkest en solisten op teksten van Jeremia. Oliver Knussen, tot nu toe de beste dirigent in dit repertoire, wilde dit dolgraag opnemen en verklaarde erbij, half voor de grap: ‘dit wordt niet leuk’. Het serieuze aan die opmerking is dat in Threni de volstrekte menselijke ontreddering gepaard gaat met een kunst die intrigeert zonder dat ze zich wil geven (Stravinsky komt niet naar ons toe, wij moeten naar Stravinsky toe). Helaas heeft Knussen Threni nooit opgenomen, maar zijn opnamen van late stukken van Stravinsky (met The Flood, Orchestra Variations en Requiem Canticles op DGG 4470682, nu op Spotify) zijn geweldig omdat ze deze muziek bevrijden van het imago dat de eerste exegeten ervan in de wereld hebben gebracht en dat modernismehaters de beste munitie gaf die ze zich konden indenken. Wat Knussen helaas niet deed (Threni opnemen), deed Herreweghe gelukkig wel – en hij deed meer: Threni een nieuw imago geven. Hij maakte de overeenkomst hoorbaar met de Russisch-orthodoxe kerkmuziek en vooral met de Duitse romantiek. De onverbiddelijkheid en het hoge etherische gehalte worden veranderd in zachtaardigheid en empathie, alsof Stravinsky’s verticale geloof (waarin de relatie tussen mens en god voorop staat, zo niet het enige is dat telt) heeft plaats gemaakt voor een horizontale (met als kern de relatie tussen mens en mens). Niet eerder klonk Threni zo lyrisch. Herreweghe’s link met Bach en de Duitse romantiek (voor een deel een soort ver-Mendelssohnde Bach) verklaart vermoedelijk waarom hij met de korte koorwerken iets beter overweg kan met de lange. Threni mag dan een meerdelig werk zijn, de lengte (ongeveer een half uur) en de door Stravinsky compromisloos volgehouden toon maken het lastiger het werk naar de hand te zetten. Een tweede, grote aantrekkelijk punt van deze cd, vergeleken met Herreweghe’s eerste met werken van Stravinsky (onder andere de Mis en de Psalmensymfonie, op Pentatone PTC 5186349, ook op Spotify), is de gegroeide zekerheid plus het feit dat daardoor de zachtaardigheid niet klinkt als een aarzeling maar als een kracht. Ik vermoed dat deze aanpak zich beter leent voor Stravinsky’s vocale dan voor diens instrumentale late werken, maar omdat Knussen en Herreweghe qua niveau niet voor elkaar onderdoen, wil ik Herreweghe ook graag horen in de late instrumentale werken. Zo populair als de drie vroege balletten zullen Threni en Requiem canticles wel nooit worden, maar de liefhebbers beleven grootse momenten.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links