CD-recensie

 

© Emanuel Overbeeke, juni 2022

Sibelius: Symfonie nr. 1 in e, op. 39 - nr. 2 in D, op. 43 - nr. 3 in C, op. 52 - nr. 4 in a, op. 63 - nr. 5 in Es, op. 82 - nr. 6 in d, op. 104 - nr. 7 in C, op. 105 - Tapiola op. 112 - Drie late fragmenten

Oslo Philharmonic o.l.v. Klaus Mäkelä
Decca 485 2256 • 4.25' • (4 cd's)
Opname: febr., maart , mei en juni 2021 Konserthus, Oslo

   

Hoe luister je naar een dirigent die de gedoodverfde nieuwe chef-dirigent is van het Koninklijk Concertgebouworkest? Wie slechts zijn cd-debuut hoort (meteen maar met alle symfonieën van Sibelius, men mag als debutant immers geen halve maatregelen nemen!), begrijpt waarom hij hoge ogen gooit. Bovendien worden de zeer positieve indrukken opgedaan bij deze 4 cd-box bevestigd door zijn opnamen van concerten (hij stond reeds voor het KCO en dirigeert over enkele maanden de Amsterdamse keurtroepen opnieuw in Saariaho en Sjostakovitsj).

Mäkelä, nu 26, weerlegt het idee dat men musici herkent aan een bewust gekozen beperking. Zijn aandacht voor de verfijning in de klank en de rol daarin van de polyfonie gaat absoluut niet ten koste van continuïteit in het ritme en de lange lijn (tevens de sterke punten van het KCO). Wellicht omdat ik de symfonieën in omgekeerde volgorde hoorde, was mijn eerste indruk dat hij de verfijning en elegantie verkiest boven het grote gebaar en meer een man is voor intimiteit dan expansie, maar zonder dat laatste staat een dirigent machteloos in de eerste symfonieën die hij ook geweldig doet. Hij verandert orkestmuziek in kamermuziek, verenigt polyfonie en harmonie en heeft oog voor detail en structuur in de juiste verhouding.

De opnamen die ik van hem hoorde van concerten met het KCO (met Beethovens Pastorale, Debussy's La mer en Sibelius' Eerste symfonie; ik hem heb helaas nog niet live gehoord) bevestigen die oriëntatie. Ze verschillen als live-opnamen qua opwinding nauwelijks van de studio-opnamen met Sibelius. Ze hebben daarnaast als belangrijke overeenkomst dat Mäkelä inmiddels een dirigent is met een eigen klank, iets dat aldus Jörgen van Rijen, trombonist van het KCO, alleen de echt grote dirigenten bezitten. Haitink, Van Beinum, Boulez, Kleiber en Abbado hadden die. Bij Mäkelä, die gezien zijn concertagenda zeer veel Sibelius doet, vraag ik mij af hoe hij die klank realiseert bij andere componisten die hij ook vaak dirigeert. Vaak bij Sibelius leidt de landelijkheid en de weidsheid tot een zekere melancholie en berusting. Bij Mäkelä echter klinkt Sibelius altijd energiek en voortvarend, zelfs in lange delen in een vrij langzaam tempo. In hoeverre dit past bij deze fase in zijn ontwikkeling, moet blijken. Mäkelä heeft in ieder geval reeds op zijn jonge leeftijd een ongekende beheersing; als hij al een jonge hond is, dan in de ambitie al snel die beheersing te bezitten. Gevoel voor theater hoor ik niet direct (wel voor drama), of het moet reeds sterk gesublimeerd zijn, of het komt nog. Gevoel voor kwaliteit en individualiteit en het vermogen dit te realiseren zijn maximaal aanwezig.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links