CD-recensie

 

© Emanuel Overbeeke, april 2017

 

Ravel: Daphnis et Chloé (compl.)

Les siècles, Ensemble Aedes o.l.v. François-Xavier Roth

HMM 905280 • 55' •

Live-opname: 2016, Philharmonie de Paris, Cité de la Musique de Soissons, Théâtre Impérial de Compiègne, Théâtre-Sénart, Maison de la Culture d’Amiens, Laeiszhalle, Hamburg en Snape Maltings, Aldeburgh

   

Het Franse orkest Les siècles legt zich toe op orkestmuziek uit de tweede helft van de negentiende en het begin van de twintigste eeuw gespeeld op instrumenten uit die periode. Dat prikkelt de nieuwsgierigheid omdat de meeste orkesten dit repertoire spelen met instrumenten (vooral blaasinstrumenten) die merendeels uit latere tijd stammen. Niettemin is de aanduiding ‘instruments d'époque' inmiddels ietwat vreemd, alsof we na de diverse cd's waarmee het gezelschap naam heeft gemaakt, dat nog niet zouden weten. Het is extra vreemd omdat zo'n aanduiding ons weg houdt van het gegeven dat het instrument maar een instrument is, d.w.z. een middel binnen een opvatting van de dirigent. François-Xavier Roth heeft naam gemaakt met vertolkingen met ‘moderne orkesten' van Frans repertoire vanaf Berlioz waarin hij graag de mix benadrukt van klankschoonheid en abrupte overgangen bijeengehouden door een strakke cadans. Daarmee staat hij in een Franse traditie van grootheden als Monteux, Fournet, Boulez en niet-Fransen als Eduard van Beinum en Bernard Haitink. Nog sterker, de spanning tussen die ingrediënten en de manier waarop hij ze onlosmakelijk verbindt, maakt Roths uitvoering verwant aan die van Boulez, wiens muziek Roth zeer goed uitvoert. Roth legt ‘het oude orkest' eerder een moderne opvatting op dan dat hij ‘de oude klank' wil laten prevaleren.

De vergelijking met Monteux die in 1912 de première dirigeerde en als een der eersten dit werk opnam (in de jaren veertig een suite en in de jaren vijftig het geheel) is instructief. Roth kopen omdat de opnamekwaliteit bij hem uiteraard veel beter is dan bij Monteux, gaat voorbij aan twee feiten. Het eerste is dat het verschil in orkestklank wat mij betreft veel kleiner is dan de vele aandacht voor het instrumentarium doet vermoeden. Dat de instrumenten ‘authentiek' zijn en de blazers dus wat zachter klinken dan tegenwoordig, is mede te danken aan de dirigent die verantwoordelijk is voor de balans. De menselijke stem mag dan sinds 1912 niet veranderd zijn, de wijze van koorzang wel. Het koor Aedes in Daphnis zingt bepaald niet authentiek, eerder zeer hedendaags, met een ontheatrale kuisheid die ik verwacht van bijvoorbeeld de Tallis scholars en die totaal afwijkt van de koorklank die ik ken van vooroorlogse opnamen van koorscènes uit opera's en Debussy's Sirènes (de derde van de drie Nocturnes voor orkest). Dat het koor in zijn soort uitstekend is, doet daar niets aan af.

Net als zijn traditiegenoten laat Roth de klankschoonheid, hoe essentieel voor deze muziek ook, niet overwoekeren door te veel aandacht voor de magie van het moment en stelt hij de lange lijn voorop. Het stuk klinkt als Aus einem Guss, terwijl de cd een montage is van opnamen van diverse concerten op diverse plaatsen in diverse landen; de verschillen in akoestiek tussen de zalen wisten de technici goed weg te poetsen. Die hulp kreeg Monteux niet. De cd is niet zozeer interessant om het streven naar reconstructie, maar om de interpretatie. Het authentieke zit in de verwantschap met Monteux, zij het meer in de aanpak dan in het niveau. Dat laatste is geen verrassing. Van alle opvolgers van Monteux in dit werk is Roth een van de besten.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links