CD-recensie

 

© Emanuel Overbeeke, maart 2017

 

Robin de Raaff – Entangled Tales

(De) Raaff: Celloconcert - Entangled Tales - Symfonie nr. 3

Celloconcert: Marien van Staalen (cello), Rotterdams Philharmonisch Orkest o.l.v. Yannick Nézet-Séguin

Entangled Tales: Residentie Orkest o.l.v. Neeme Järvi

Symfonie nr. 3: Het Gelders Orkest o.l.v. Antonello Manacorda

Opname: mei 2013, Amsterdam (celloconcert), november 2008, Den Haag (Entaneled Tales), april 2015, Nijmegen (Symfonie)

Challenge Classics CC 72747 • 68' •

   

De muziek van Robin de Raaff laat zich niet makkelijk beschrijven. Enerzijds gaat de componist mee met de tendens die men onaardig kan typeren als een neoclassicisme met naoorlogse middelen: de voelbare aanwezigheid van een doorgaande beweging, gericht op duidelijk aanwijsbare cesuren in de vorm van een einde van muzikale zinnen, vaak door middel van plaatsing van harmonieën die kunnen doorgaan voor consonant of harmonische zwaartepunten. Anderzijds zijn die naoorlogse elementen zo talrijk en soms zo dominant dat ze een neoclassicistische cadans veelvuldig frustreren. Men hoort pointillistische klankvelden die de invloed verraden van Boulez, contrapunt in de vorm van verschillende ritmen op hetzelfde moment en een afwisseling van muzikale gebaren die soms wel soms niet vagelijk verwijzen naar gebaren uit de tonale traditie. Een gevoel voor een kort betoog is vaak duidelijker dan een gevoel voor de grote lijn. Dialoog binnen het orkest is van het grootste belang, centrale thema's lijken te ontbreken en collageachtige structuren zijn zeer veelvuldig.

Anders dan bij Berio, Carter, Boulez, Messiaen, Louis Andriessen, Otto Ketting en zeker de minimal componisten hoor althans ik niet meteen een harmonische taal of combinatie van ritmen en instrumenten waarmee een componist zich binnen één maat herkenbaar maakt. Niettemin kan men zijn taal niet afdoen als meer idioom dan persoonlijkheid, omdat een persoonlijkheid op termijn zich wel degelijk presenteert. Klassiek gezegd houdt hij zich bij voorkeur op tussen het consonante en dissonante, zowel in harmonie als frasering. De instrumentatie is zowel uit de polder als uit de Mediterranée. Wellicht het feit dat dit orkestwerken zijn verklaart dat De Raaff voor orkest anders schrijft dan in zijn vocale werk waarin de in wezen gedragen zangstijl het instrumentale aandeel meetrekt in een eveneens gedragen sfeer (wat dit betreft vond ik zijn recente oratorium Atlantis veel beter, want meer gedacht vanuit het orkest, dan eerdere vocale composities). Veelzijdigheid duidt niet op moeite met kiezen, maar op ontvankelijkheid voor vele stijlen.

Al luisterende trof mij niet alleen gaandeweg een overeenkomst tussen de stukken, maar ook tussen de uitvoeringen. Ze zijn meer kundig dan kunstig, al maakt de componist het de orkesten bepaald niet eenvoudig deze muziek onconventioneel uit te voeren. Met gebrek aan vertrouwdheid met deze muziek heeft dit niet te maken: de snelheid waarmee orkestmusici zich tegenwoordig nieuwe muziek eigen kunnen maken, is groot en vanzelfsprekend, zeker vergeleken met 50 jaar geleden. Geen van de dirigenten is een Kleiber of Haitink, maar geen van de orkesten doet ook onder voor de ander. Het KCO blijft Nederlands beste orkest, maar de anderen worden steeds beter en de niveauverschillen steeds kleiner.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links