CD-recensie

 

© Emanuel Overbeeke, november 2018

 

Mozart - Hans Rosbaud, Südwestfunk-Orchester Baden-Baden

Pianoconcert nr. 9 in Es, KV 271 (Jeunehomme) (Maria Bergmann)

Pianoconcert nr. 14 in Es, KV 449 (Friedrich Gulda)

Pianoconcert nr. 17 in G, KV 453 (Geza Anda)

Pianoconcert nr. 21 in C, KV 467 (Monique Haas)

Pianoconcert nr. 23 in A, KV 488 (twee uitvoeringen: Robert Casadesus, Friedrich Gulda)

Hoornconcert nr. 2 in Es, KV 417 (twee uitvoeringen: Dennis Brain, Domenico Ceccarossi)

Hoornconcert nr. 3 in Es, KV 447 (Dennis Brain)

Fagotconcert in Bes, KV 191 (Helmut Müller)

Hoboconcert in C, KV 314 (Horst Schneider)

Fluit-Harpconcert in C, KV 299 (Ernst Bodensohn & Annemarie Schmeisser)

Symfonie nr. 31 in D, KV 297 (Parijse)

Symfonie nr. 36 in C, KV 425 (Linzer)

Symfonie nr. 38 in D, KV 504 (Praagse)

Symfonie nr. 40 in g, KV 550 (twee uitvoeringen)

Serenade in D, KV 286 (Notturno)

Serenade in Bes, KV 361 (Gran Partita)

Serenade in c, KV 375

Serenade in G, KV 525 (Eine kleine Nachtmusik)

Sinfonia concertante in Es, KV 364 (Ludwig Bus & Ulrich Koch)

Ouverture Die Zauberflöte KV 620

Ouverture Der Schauspieldirektor KV 486

Concertaria Ch'io mi scordi di te KV 505 (Susanne Danco & Maria Bergmann)

Concertaria Se al labbro mio non credi KV 295 (Helmut Krebs)

Concertaria Or che il dover KV 36 (Helmut Krebs)

Concertaria Va, dal furor portata KV 21 (Helmut Krebs)

Concertaria Con ossequio, con rispetto KV 210 (Helmut Krebs)

Concertaria Per questa bella mano KV 612 (Kim Borg)

Concertaria Mentre ti lascio o figlia KV 513 (Kim Borg)

Südwestfunk-Orchester Baden-Baden o.l.v. Hans Rosbaud
SWR 19066 (9 cd's)
Opname: november 1951–januari 1962, SWF Studio 5 – SWF Hans Rosbaud Studio, Baden-Baden (D)

   

Hans Rosbaud, nu meer dan 50 jaar dood, staat op het punt te verdwijnen in de vergetelheid. Elke (her)uitgave demonstreert hoe onterecht dat is, maar maakt tegelijk duidelijk hoezeer hij in onze tijd een vreemdeling is. Rosbaud was in veel opzichten een representant van zijn tijd: hij was geen specialist, wel een musicus die de muziek belangrijker vond dan zichzelf. Onderscheidde hem dat niet tijdens zijn leven (1895-1962), wat hem toen wel apart zette, maakt hem niet aantrekkelijk voor de huidige tijd. Hij was het tegendeel van een nationalist, had een ongekend brede belangstelling en zette zich van harte in voor de beste nieuwe muziek. Zijn internationale carrière begon pas goed na de Tweede Wereldoorlog, hij stond te boek als ‘een goede Duitser' (terwijl de ‘foute' na de oorlog juist een grotere carrière hadden) en hij overtuigde door zijn integriteit en bescheidenheid. Hij was het tegendeel van een showfiguur en had autoriteit zonder autoritair te zijn. Zijn grootste bekendheid (zijn inzet voor moderne muziek) had hij bij het kleinste publiek. In dat licht is het opmerkelijk dat de recente (her)uitgaven van zijn werk vooral het thans gecanoniseerde repertoire betreffen (een dubbel-cd met symfonieën van Tsjaikovski, een box met bijna alle symfonieën van Bruckner, beide besproken op deze site, en nu een 9 cd-box met opnamen van composities van Mozart), alsof de initiatiefnemers hem vooral willen voorstellen als een zeer goede dirigent in ‘gewoon repertoire' (wat hij ook was en wat hem tekort doet: hij dirigeerde even lief en even goed Schönberg als Brahms). Binnenkort verschijnt de 10-cd box Hans Rosbaud - The rarest recordings (Documents 600487) met heruitgaven van diverse opnamen met twintigste-eeuws werk. Wat ik daarvan ken, smaakt naar de opnamen die ik nog niet ken.

Ook al staan in deze box slechts twee figuren centraal (Mozart en Rosbaud), dit is er wel een met vele gezichten. Ten eerste krijgen we van Mozart concerten, relatief serieuze orkestwerken als symfonieën, relatief lichte als serenades plus concertaria's, ten tweede horen we vele kanten van Rosbaud. Als er een rode draad is, dan is dat de spanning tussen orkest en dirigent. Rosbaud wil duidelijk een transparantere klank dan het orkest en probeert een groot orkest te laten klinken als een kamermuziekgezelschap (wat mij zeer nieuwsgierig maakt naar zijn Wagner-vertolkingen, ook op cd verkrijgbaar). Dat lukt het beste in enkele symfonieën en serenades (vooral de Praagse en de Gran Partita). Het lukt ook uitstekend als hij een solist als geestverwant heeft. Vooral de Franse pianisten Monique Haas en Robert Casadesus geven hun concerten een humor, brille en helderheid waarvan de laatste een voorbode lijkt van de ‘historische uitvoeringspraktijk' en waarvan de humor en brille ook diverse modes later nog steeds aanstekelijk is. (Terwijl, dit terzijde, een ‘authentiekeling' mij nog nooit met bronnen heeft duidelijk kunnen maken dat transparantie ook voor Mozarts tijdgenoten een bepalend motief was; wat de verdenking wekt dat transparantie een moderne wens is.) De opname die Rosbaud, Casadesus en het Concertgebouworkest in 1961 maakten van Beethovens Vijfde pianoconcert is een van de beste uitvoeringen van dit werk.

In mindere mate is hetzelfde aan de hand met de opnamen met de Brit Dennis Brain en de Oostenrijker Friedrich Gulda. De Duitse Maria Bergmann lijkt zo bezien een tussenfiguur: qua repertoire was zij zeer voor de nieuwe muziek (ze maakte onder meer met Rosbaud als pianist een opname van Bartóks Sonate voor twee piano's en slagwerk), maar qua stijl was zij eerder solide dan sprankelend. Haar greep op de architectuur is voorbeeldig, net als bij Géza Anda (een Hongaar die in het westen actief was). Echter, hij was meer een solist met een gespannen spel terwijl Bergmann door haar centrale activiteit als pianist binnen het SWF-orkest zich eerder dienend dan op de eerste rang opstelde.

Is Casadesus het ene uiterste, alle zangers minus Danco zijn het andere. Krebs en Borg houden van een zeer volle, om niet te zeggen vette klank die er uiterst robuust uitkomt. De zangers behandelen de concertaria's als opera-aria's (waar veel voor te zeggen valt) en proberen met hun theatraliteit evenzeer te overtuigen als met hun muzikaliteit. Borg lukt dit iets beter dan Krebs. Daarmee vergeleken is Danco meer een lied- dan een operazangeres en bovendien is Mozarts KV 505 meer voor de concertzaal dan voor het theater.

Zowel bij de instrumentale als bij de vocale solisten gedraagt Rosbaud zich als een dienende dirigent, wellicht ook omdat hij wist dat hij in de werken zonder solist het rijk alleen had. En in dat rijk stond dienstbaarheid van de musicus aan de muziek voorop. Zijn schijnbare neutraliteit en onnadrukkelijkheid heeft als risico dat een minder geïnspireerde uitvoering snel saai en vlakjes kan worden. Saai is Rosbaud nooit, maar de ene uitvoering is wel iets spannender dan de andere. Hoogtepunten in de box zijn de concerten met Haas, Casadesus, Gulda, Brain en Anda, de scene met Danco en de Gran Partita. Omdat zijn Duitse orkest wel goed is maar niet zo goed als het Concertgebouworkest, hoop ik zeer dat ooit ook de Nederlandse omroeparchieven open gaan. Wat eens werd uitgebracht van Rosbaud in de serie Anthology van het (K)CO smaakt naar meer. De kosten van zo'n uitgave zijn waarschijnlijk gering en het resultaat is ongetwijfeld een nieuw prachtig pleidooi voor een geweldig musicus die meer erkenning verdient bij een breed publiek.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links