CD-recensie

 

© Emanuel Overbeeke, maart 2018

 

Messiaen: Catalogue d'Oiseaux

Pierre-Laurent Aimard (piano)
Pentatone PTC 5186 670• 2.33' • (3 sacd's) + dvd (documentaire) • 49' •
Opname: augustus 2017, Berlijn

 

Pierre-Laurent Aimard begon zijn carrière als uitstekend pleitbezorger van de hedendaagse muziek. Hij studeerde bij Yvonne Loriod (de tweede vrouw en muze van Olivier Messiaen en schitterend vertolkster van zijn werk) en was jarenlang een van de pianisten in het Ensemble Intercontemporain van Pierre Boulez. Zijn opname voor SONY van de Etudes van Györgi Ligeti, stukken die inmiddels vele malen zijn opgenomen (dit laatste feit alleen al!), is al jaren onbetwist de beste uitvoering van deze werken. Daarna kwam er bij hem een grotere aandacht voor de klassieken en de romantici, althans op de podia en de cd, met als hoogtepunten zijn uitvoeringen van Bachs Kunst der Fuge, het Liszt Project (werken van en rondom Liszt) en de Préludes en Etudes van Debussy. Met zijn nieuwste cd, zijn eerste voor Pentatone, lijkt hij terug te zijn bij zijn thuisbasis. Helemaal weggeweest van Messiaen is hij echter nooit, want eerder maakt hij al opnamen van onder meer de Préludes (voor DGG) en de Vingt Régards sur l‘Enfant-Jésus (voor Warner). Met de Catalogue is hij ook terug gelet op zijn uitvoering. Toen hij zich nog niet nadrukkelijk inzette voor het klassiek-romantische repertoire, had hij de neiging het ritme en de lijn te laten overtroeven en daarmee te laten vertroebelen door de mooie klanken. Met grote vormen had hij meer moeite dan met kleine en de fascinatie voor de klank gaf zijn spel iets welluidends en iets lieflijks. In de loop der jaren vond echter een omkering plaats die in deze uitgave een (voorlopig) hoogtepunt bereikt: hij speelt on-klassieke muziek met de ritmische precisie en cadans voor de lange lijn die klassieke muziek vraagt. Daarmee treedt hij in de sporen van zijn lerares die Messiaens werken met dezelfde houding speelde (Messiaen als pianist was uit hetzelfde hout gesneden). Leek hij in zijn tijd bij het EIC meer een pianist die uit een zucht naar moderniteit en schoonheid soms nogal onzakelijk speelde, nu maakt hij de klank ondergeschikt aan het ritme en de cadans zonder dat dit ten koste gaat van precisie en partituurgetrouwheid. De intensiteit zit in de consequent volgehouden schijnbare koelheid. Daarmee wijkt hij ook af van de meeste vertolkers van na Loriod die cru gezegd speelden zoals toen Aimard nog bij het EIC zat (Loriod kreeg toen, dus na haar ‘pensionering' de kritiek dat zij te zakelijk zou zijn en te weinig oog zou hebben voor de klankrijkdom en sensualiteit van deze werken, wat ook illustratief is voor het feit dat klankrijkdom vaak pas opvalt als ze niet ondergeschikt is aan de lijn, maar hoofddoel van componist dan wel musicus of luisteraar). Aimards primaat van de vorm heeft het prettige voordeel dat de stukken niet uit elkaar vallen, wat in een werk van ruim 150 minuten een enorme prestatie is. Zijn keuze voor hoge tempi, wat deze muziek uitstekend kan hebben en onder zijn handen volstrekt overtuigend klinkt, is een prachtige manier om de eenheid van de stukken te onderstrepen.

Bijna iedereen let bij dit werk begrijpelijk op de inspiratiebron (de vele vogels en hun herkenningstunes), maar Messiaens verwerking ervan is veel belangrijker: de volstrekt onberekenbare vormen en proporties, de ongekende variatie in ritmen, de abrupte overgangen en de wisselwerking daarbij tussen dynamiek en harmonie. De stukken hebben een lijn terwijl het materiaal nauwelijks wordt ontwikkeld, de harmonie mag dan volgens de boeken over Messiaen modaal zijn maar zijn omgang ermee getuigt soms van een tonaal gevoel voor drama; dynamiek is evenzeer functie van de vorm als doel op zich.

Over die verwerking van natuur tot cultuur zegt Aimard interessante dingen op de bijgevoegde dvd. Enerzijds noemt hij de inspiratiebronnen en geeft de film beelden en geluiden van diverse vogels, maar de pianist maakt ook duidelijk dat er voor Messiaen een verschil bestaat tussen (in Aimards woorden) objectieve en subjectieve expressie. Subjectief zijn alle sporen van romantische en anekdotische gestiek, objectief die van bovenpersoonlijke waarden en waarheden, alsof het klassieke muziek is. De muziek heeft karakter en is daarmee expressief, maar heeft geen emoties, laat staan menselijke emoties, geen aardse en zelfs niet metafysische. Volgens Aimard heeft in de Catalogue het objectieve het primaat, zo zegt Aimard ook te willen spelen en zo speelt hij ook. (Zo bezien is het geen toeval dat het Quatuor pour la fin du temps een van Messiaens populairste werken is: het is een van zijn meest menselijke werken en dat niet alleen vanwege de aanleiding: zijn verblijf in Duitse gevangenschap.)

De volgorde van de delen blijft ook in deze uitvoering iets willekeurigs houden (ik althans kan er geen compositorisch patroon in ontdekken, tenzij men een opbouw niet ziet als iets redelijks, bedachts en organisch, maar als een onverwachte en daarmee effectieve openbaring van niet-menselijke gegevens), maar men moet de cyclus dan ook niet integraal in één ruk tot zich nemen. Wie de delen in etappes beluistert, ondergaat de kracht van het werk het sterkst. Aimard helpt daarbij zeer. Zijn uitvoering van dit opus is de beste sinds die van zijn lerares.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links