CD-recensie

 

© Emanuel Overbeeke, oktober 2021

Mahler: Das klagende Lied (versie 1893)

Brigitte Poschner-Klebel (sopraan), Marjana Lipovsek (mezzosopraan), David Rendall (tenor), Manfred Hemm (bariton), Wiener Singakademie, ORF Vienna Radio Symphony Orchestra o.l.v. Michael Gielen

Orfeo C 210021 • 62' •
Live-opname: 8 juni 1990, Konzerthaus, Wenen

   

Michael Gielen heeft een grote naam als vertolker van de muziek van de Tweede Weense School (Schönberg, Berg, Webern) en van de Duitse expressionisten in hun voetspoor, maar hij was ook zeer actief met de muziek van Mahler. Op SWR verscheen een box met alle symfonieën van Mahler onder zijn leiding en eerder dit jaar presenteerde Orfeo een opname van Gielen met Das klagende Lied. Solisten, koor, orkest en opname zijn uitstekend.

Gezien Gielens affiniteit met de Tweede Weense School verwacht men wellicht grote dramatische en dynamische contrasten, maar in deze uitvoering houdt Gielen zich vrij gedeisd. De eerste oorzaak is de muziek die het over het algemeen meer moet hebben van subtiele gebaren dan van theatrale gestes. Het drama zit in deze uitvoering meer in de tekst en de uitvoering dan in de muziek. Maar die meer discrete gebaren in het hele stuk (Gielen dirigeert de driedelige versie) verraden wel Gielens gevoel voor opbouw en zijn vermogen de spanning vast te houden ook als er in de muziek lange tijd weinig verandert. Voor hem is het werk een vertelling met als consequentie dat de solisten prominent aanwezig zijn zonder dat men de indruk krijgt dat met de balans is gemanipuleerd.

Gielen lijkt meer geïnteresseerd in het innerlijke drama bij de zangers dan in de momenten waarop de muziek vooruitwijst naar de symfonieën (zijn Eerste symfonie schreef Mahler acht jaar na Das klagende Lied), waardoor het werk eerder klinkt als een enigszins ontspoorde Brahms en Bruch dan als Mahlers Zesde of Bergs Drie orkeststukken in de kiem. Ook doordat hij het stuk minder fel aanpakt dan bijv. Haitink, Boulez en Nagano, hoort men niet alleen beter waar Mahler mee was grootgebracht maar ook in welke traditie hij toen nog enigszins stond.

Mahler stuurde het in voor een prijsvraag en kreeg niet de hoofdprijs. Bij de ontsporingen begrijpt men dat, maar Gielen maakt de traditie hoorbaar zonder in mooie romantiek te vervallen. Eerder beseft hij met zijn liefde voor Duits expressionisme dat deze stijl een veelal donkere uitloper is van de Duitse Romantiek. Na vele uitvoeringen, waarin men dit nog enigszins onvolwassen jeugdwerk vooral bekijkt met de kennis van de volwassen latere symfonieën en men vooral oog had op de vooruitwijzingen, is deze benadering verfrissend. Dat dit uitgerekend komt van een man die de moderne muziek zeer hoog had, is geen breuk met het imago dat hij heeft, maar de erkenning dat romantiek en moderniteit veel gemeen hebben, dat de overgang van romantiek naar moderniteit een vloeiende is en dat Mahler in die ontwikkeling een sleutelrol speelt.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links