CD-recensie

 

© Emanuel Overbeeke, november 2018

 

Loevendie: Nachklang (1), Improvisation I (2), Reflex (3), Improvisation II (4), Dance for Three (5), Improvisation III (6), Prins Robberts Masco (7), Improvisation (8).

Erik Bosgraaf (1-8), Holland Baroque (1), Theo Loevendie, piano (4, 6, 8), Oene van Geel, altviool (2, 4, 6, 8), Diamanda Dramm, viool (5), Carl Roman, klarinet (5)
Brilliant Classics 95906 • 50' •
Opname: maart 2017 (Nachklang) & juni 2018; Academiezaal, Sint-Truiden (Nachklang) & Orgelpark, Amsterdam

   

Theo Loevendie wil niet op zijn lauweren rusten. Nadat Ralph van Raat alle pianowerken van Loevendie op cd had gezet en vorig jaar fantastisch speelde op het concert waarop die cd werd gepresenteerd, schreef Loevendie voor hem een nieuw stuk, dat hij binnenkort naar ik hoop zal uitvoeren.

Op dit moment schrijft Loevendie voor de NTR ZaterdagMatinee een orkestwerk dat in première moet gaan in 2020, het jaar waarin Loevendie 90 hoopt te worden. Zijn contact met Erik Bosgraaf inspireerde hem niet alleen tot stukken voor blokfluit vol typische Loevendie-wendingen, maar ook tot een confrontatie met Bosgraafs favoriete repertoire, zoals de muziek van Bach en Jacob van Eyck. In Nachklang voor fluit en hedendaags barokorkest integreert Loevendie in flarden typische baroktrekjes als een regelmatige puls, een duidelijke afwisseling van consonant en dissonant plus de opvatting dat in werken voor grotere bezetting er een sterkere behoefte is aan een gemeenschappelijke slag waarmee ieder lid van de club op zijn minst rekening moet houden. Tegelijk blijken die geleende aspecten uitstekend te combineren te zijn met Loevendies melodiestijl, harmonische taal en enigszins onberekenbare structuren. De vrijheid in Bosgraafs spel staat niet ver af van de vrijheid in Loevendies (soms uitgeschreven) improvisaties.

Nu Loevendie om medische reden geen jazz meer speelt op een blaasinstrument, heeft hij in zekere zin een nieuwe uitlaatklep gevonden in de fluit van Bosgraaf. Na Nachklang, waarmee de cd opent en dat eindigt met het eind-goed-al-goed-gevoel van veel klassieke en romantische symfonieën en concerten in een modern jasje, klinken de overige werken op de cd als speelse toegiften. In dat speelse schuilt Loevendies ontwikkeling van de laatste tien, twintig jaar. En de resultaten van die ‘late Loevendie' missen gelukkig de lichte grauwheid die een werk als zijn opera Esmée leek te bevangen. Integendeel, ze hernemen met nieuwe middelen het ludieke van de eerste werken uit de jaren zevetig waarin hij ‘de ernstige klassieke muziek' injecteerde met het leuke anarchisme van jazz.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links