CD-recensie

 

© Emanuel Overbeeke, augustus 2019

Debussy: Préludes (Boek I en II)

Vladimir Ashkenazy (piano)
Paladino PMR 0100 • 69' •
Opname: 29 oktober 2017, Konzerthaus, Wenen (studio, Boek I); 20 november 1971, Hunter College, New York (live, Boek II)

   

Dit lijkt een cd van twee pianisten. Bij de twee opnamedata komt uiteraard de vraag op: waarom ligt tussen de uitvoeringsdata bijna een halve eeuw? Debussy vergat hij in die periode niet: hij maakte als pianist opnamen van de Vioolsonate (met Itzhak Perlman) en Cellosonate (met Lynn Harrell) en als dirigent van onder andere La Mer dat hij ook in de zaal dirigeerde bij het Concertgebouworkest. Ook al is deze opsomming niet compleet, Debussy neemt in zijn discografie niet de plaats in die de componist heeft bij Noël Lee, Jean-Efflam Bavouzet en Jean-Yves Thibaudet, terwijl velen Ashkenazy wel primair zullen associëren met Rachmaninov, Prokofjev, Sjostakovitsj en Skrjabin. Ondanks zijn begrijpelijke vertrek naar het westen heeft een westerse film over hem de toepasselijke titel ‘all my fruits are russian'. Russisch is ook zijn aanpak van deze archetypische Franse muziek.

Waar andere pianisten kleur en sfeer voorop stellen, verandert hij die twee in drama. Hij wil alles zo hoorbaar mogelijk maken, waardoor veel van de subtiele hiërarchie in de stukken op de achtergrond raakt. Die strategie werkt bij Ashkenazy zeer goed in Russisch repertoire (of beter: in repertoire uit de communistische tijd). Zijn spel is zeer on-stereotiep Frans, maar daar staat tegenover een grote en vooral nadrukkelijke energie die in veel uitvoeringen van deze stukken helaas ontbreekt.

Het grootste verschil tussen de opnamen van boeken betreft niet de klank (beter in boek 1) en de geestdrift (groter in boek 2), maar de omgang met archetypisch Franse eigenschappen. In boek 2 is de rangorde tussen hoofd- en bijzaken veel duidelijker. Binnen een passage en tussen de texturen heeft hij meer oog voor de structurele betekenis van subtiliteiten terwijl hij ze in deel 1 meer behandelt als doel op zich. Ironisch genoeg leidt zijn behoefte aan permanente hoogspanning tot een afzwakking van cesuren en daarmee tot een enigszins vloeiende beweging, zij het een verre van discrete. De uitvoeringen missen volstrekt een fin de siècle vermoeidheid waar veel westerse pianisten (niet alleen Franse) nogal eens een handje van hebben. De opname van boek 2 verscheen decennia geleden op een piratenmerk en is nu opnieuw verkrijgbaar in een veel betere klank). De mededeling in het tekstboekje dat Ashkenazy vóór zijn opname van boek 1 de twaalf stukken nooit op recitals had gespeeld, maakt veel begrijpelijk. Zijn benadering van Debussy sluit aan bij zijn recente benadering van Bach en Sjostakovitsj. Ashkenazy trapt gelukkig niet in de val dat trage tempi zouden duiden op grotere diepgang (de twee boeken duren samen nog geen 70 minuten). En wie eenmaal gewend is aan zijn visie, merkt dat de klank weliswaar dienstbaar is aan de storm, maar daarmee niet minder rijk.

De mededeling in het tekstboekje dat Ashkenazy ons zal overtuigen, laadt de verdenking op zich dat de cd-producent hier vooraf niet helemaal zeker van was. De mededeling dat Ashkenazy goed was voorbereid omdat hij muzikale ouders en voorouders heeft, verwacht ik zelfs niet bij een cd van een debutant, laat staan bij iemand die de eerste helft van deze cd opnam toen hij tachtig was (hij speelt op zijn oudere dag nog virieler dan toen hij Abraham nog niet gezien had). Als de uitvoering al kritiek uitlokt (de recensent in de Gramophone was aanmerkelijk kritischer dan ik), dan door het perspectief, niet door het niveau. Net als die recensent heb ik bij dit spel een voorkeur voor boek 2


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links