CD-recensie

 

© Emanuel Overbeeke, september 2018

 

Debussy: L'Îsle joyeuse – Deux arabesques – Suite bergamasque – La plus que lente – Jardins sous la pluie – Images, tweede serie – Hommage à Haydn

Nikolai Lugansky (piano)
Harmonia Mundi 902309 • 54' •
Opname: juli 2018, Dobbiaco (I)

   

Nikolai Lugansky kende ik tot dusver vooral als een vertolker van romantische muziek met het grote, opgelegde dramatische gebaar (Chopin, Liszt en Rachmaninov). Zijn vertolkingen van Beethoven, Tsjaikovski en Prokofjev ken ik niet, maar wat ik er ook van zal vinden, ook deze drie componisten staan ver van de subtiliteiten die Debussy in de werken op deze cd vraagt van zijn vertolkers. Die afstand lijkt Lugansky te hebben overbrugd met twee dingen. Ten eerste doet hij wat veel artiesten in de Debussy-serie van Harmonia Mundi van dit jaar doen: enerzijds de nadruk op Debussy als een meester van de subtiliteit en de verfijning die men het beste kan recht doen door te spelen alsof men vooral niet inbreken, laat staan kwetsen, anderzijds de nadruk op Debussy als de onopvallende meester van de architectuur, ook al mag geen enkel moment overgaan in een al te grote nadruk op ritmische continuïteit omdat die afbreuk zou kunnen doen aan het bijzondere van het moment. Ten tweede wekt hij door zijn niveau en overtuigingskracht de indruk dat die agenda niet bestaat. Ook in Debussy weet hij zijn persoonlijke toucher met een mix van reserve en uitbundigheid volledig uit te leven in alle stukken, niet alleen in de werken waarin men dat verwacht. Dat leidt tot verrassende resultaten. De meest extatische stukken op de cd, zoals L'Isle joyeuse en de wildste passages uit Images II, klinken ogenschijnlijk meer timide dan meestal. Uitgelaten dramatiek is op deze cd zelden aanwezig. Na Lugansky vooral te hebben gehoord in het extraverte werk is het prettig te horen dat hij het introverte werk even goed aan kan – en zelfs beter, omdat hij in Debussy niet zwicht voor de verleiding de virtuositeit, klankschoonheid of dramatiek van het detail te laten prevaleren boven de grote greep. Evenmin zwicht hij voor de verleiding de meer salon-achtige stukken anders te behandelen dan de meer ‘impressionistische stukken'. Dat hij niet ingaat op die ‘musicologisch gefundeerde aanpak', is één; dat hij dat overtuigend doet, siert hem.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links