CD-recensie

 

© Emanuel Overbeeke, januari 2015

 

Debussy: Songs (3)

Debussy: Musique - Romance- Le romance d'Ariel- Regret- L'archet - Chanson triste*- Les baisers d'amour*- Les Elfes - Aimons-nous et dormons - Souhait- Séréande - Rêverie - La Belle au Bois dormant* - Il dort encore - Les roses - Pierrot - Les baisers - Dans le jardin* - Le lilas - Caprice - Zéphyr - Fête galante - Le promenoir des deux amants* - Paysage sentimental

Jennifer France (sopraan), Jonathan McGovern (bariton*), Malcolm Martineau (piano)

Hyperion CDA 68016 • 66' •

 

Na de eerste twee delen uit deze serie raakten de verwachtingen hooggespannen. En de luisteraar wordt niet teleurgesteld.

Het eerste juweel in deze cd is de toelichting van de Engelse francofiel Roger Nichols, die al zijn toelichtingen bij cd's van de afgelopen jaren met werken van Debussy hoognodig moet (en met het grootste gemak kan) synthetiseren tot een boek dat ongetwijfeld vele jaren een uitstekend naslagwerk zal zijn, tenzij onverwacht wereldschokkend onbekend materiaal boven water komt.

Het tweede is dit repertoire plus de benadering. Bijna alle liederen op deze cd stammen uit de jaren tachtig - de enige werken van later datum zijn La Belle au Bois dormant (1890), Dans Le jardin (1903) en het drieluik Le promenoir des deux amants (1910). Debussy was in de jaren negentig en later zeer kritisch over deze werken. Als hij ze destijds al uitgaf, dan stond hij er na 1890 vaak niet meer achter. Debussy was in deze periode meer een zoeker dan een vinder - hij vond weliswaar van alles, maar wist nog niet goed wat hij ervan moest vinden en vermengde alles tot een onpersoonlijke potpourri die er bij elk lied anders uitzag. In de jaren negentig werd hij een vinder, na 1900 vond men hem de archetypische impressionist en vanaf 1910 gaf hij al zijn stijlelementen een nieuwe context waardoor diverse late stukken, met name het ballet Jeux, de twaalf etudes voor piano en de liederencyclus Trois poèmes de Stéphane Mallarmé , nooit de populariteit hebben verworven van typisch zogeheten impressionistische meesterwerken als La Mer en de Préludes voor piano.

Is het kortom blijkens deze zinnen onder musicologen gebruikelijk vooral te letten op Debussy's ontwikkeling en daarmee op de verschillen tussen de fasen, de drie musici op deel drie benadrukken vooral de overeenkomsten. De eerste is een permanente hang naar schoonheid en extase. Ze doen in Debussy wat Debussy hoorde in Ravel: de fakir spelen en de vervoering niet brengen als het moment suprême maar als een permanente staat van vervoering en onthechting. De zangeres, meer dan de zanger, wil schitteren in het extreem hoge register (dat Debussy in zijn jonge jaren veel vaker exploiteerde dan daarna) en verbindt daarmee de ijlheid van de zoekende stijl met de vele reminiscenties aan de destijds gangbare operastijl van bijv. Massenet en Chabrier. Haar vrijheden in het ritme zouden nooit zoveel indruk hebben gemaakt als deze niet ten dienste stonden van een melodiestijl die de piek van een aaneengeregen reeks momenten kan doen samensmelten met een perfect gevoel voor proporties en met een vrijwel afwezig vibrato. De pianist gaat hierin mee en geeft daarmee een vage verwijzing naar klassieke vormen een schitterende saus van Franse harmonieën en een wagneriaans gevoel voor extase.

Veel van deze liederen verschenen voor het eerst in 2012 en er bestaan nauwelijks andere opnamen van. Vergeleken met die andere (Piau met Immerseel) is de extase hier veel beter getroffen. Met de kennis van de latere werken van Debussy begrijpt men waarom hij de liederen achter hield. Maar met deze musici is men nog meer geraakt door de schoonheid ervan. En beseft men nog meer hoe de wereld van Pelléas et Mélisande werd voorbereid in zijn vroege liederen: in de teksten, in de houding tegenover liefde en de vrouwen, in de voorkeur voor sensualiteit boven seksualiteit en voor kunst als drager van de meest intense emoties. Dat die wereld al in zijn vroegste liederen zo verzengend was en dat hij niettemin de liederen niet liet publiceren, duidt op zijn genadeloze zelfkritiek. En wat dan wel door zijn zeef kon (zijn enige voltooide opera), staat dan ook glorieus in de canon. Dankzij deze schitterende uitvoeringen zijn deze vroege liederen veel meer dan illustraties van een componist op weg naar de top. De uitvoeringen stellen ons in staat al deze informatie te vergeten.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links