CD-recensie

 

© Emanuel Overbeeke, januari 2017

 

Ludwig van Beethoven Complete Works for solo piano volume 15

Diabelli-variaties op. 120

6 National Airs met variaties op. 105

Ronald Brautigam, fortepiano

BIS 1943 SACD • 67' • (sacd)

Opname: augustus 2015, Österäker (Zweden)

 

Met deze cd voltooit Ronald Brautigam zijn schitterende serie met alle werken voor pianosolo van Beethoven, uitgevoerd op een pianoforte. Het instrument, gebouwd door Paul McNulty, is een kopie van een instrument gemaakt door Conrad Graf in 1822, het jaar waarin Beethoven zijn Diabelli-variaties voltooide. Dit stuk is veruit Beethovens langste variatiewerk (met zijn 48 minuten is Brautigam nog een van de snelste vertolkers). Dat vlotte tempo klinkt op dit instrument zeer natuurlijk en de zeer directe opname draagt prettig bij aan het dramatisch effect. Men kan Brautigam gelukkig niet betrappen op voorzichtigheid. Hij geeft de muziek een gezonde expansie en virtuositeit en kan, net als op de eerdere cd's in deze serie, moeiteloos de beethoveniaanse, dus onaangekondigde stap maken van soms botte energie naar subtiele verfijning en andersom.

De Diabelli-variaties zijn inmiddels een bekend, veel gespeeld en vaak opgenomen werk (zestig jaar geleden was dat bepaald anders). Vergelijking met de zes overige variatiewerken opus 105 maakt duidelijk wat de helemaal en bijna helemaal geslaagde punten van deze uitvoering van de Diabelli-variaties zijn. De zes overige, alle op één na niet langer dan drie minuten, klinken Aus einem Guss met tussen de variaties niet of nauwelijks een pauze. Daarentegen horen we in opus 120 eerder afzonderlijke variaties, vooral in de eerste helft. In de tweede helft echter, met name in het slot (met achter elkaar drie mineurvariaties, een grote fuga en een lichtvoetige finale), lijkt de grote boog voorop te staan. Was dit de wil van de pianist of is dit het werk van de editor? Binnen de variaties is het gevoel voor opbouw optimaal. De ritmische tegendraadsheid, contrapuntische verrassingen en dynamische contrasten zijn perfect met elkaar in balans. Maar doordat de vroege te zeer als in zichzelf besloten delen worden gepresenteerd, raakt de continuïteit tussen de variaties, bijvoorbeeld door temporelaties, enigszins ondergesneeuwd. Pas bij de overgang van variatie 7 naar 8, dringt de grote vorm zich aan ons op. Dan en zeker verderop begrijpt men dat de volgorde van de variaties alleen zo en niet anders had kunnen zijn. Juist in mammoetwerken is Beethoven een dramaticus van de lange lijn.

Dit minpuntje weegt niet op tegen het vele aantrekkelijke van de cd en de serie waartoe die behoort. Van alle uitvoeringen van dit werk op pianoforte is deze veruit de beste. Na de vele uitvoeringen van opus 105 in de versie voor fluit en piano is deze verfrissend en ook zonder kennis van de fluitversie zeer goed. Brautigam is in opus 120 als weinigen in staat én de energie én de subtiliteit het volle pond te geven (de meesten kiezen). De zeer vlotte tempi in de zeer virtuoze variaties (10, 19) klinken niet als virtuoos maar als rustig en solide. In de langzame die zich lenen voor grote ernst (14, 20 en 24) horen we, veel meer dan op de moderne vleugel, een onderhuidse lichte toets. Humor is bij Brautigam gelukkig volop aanwezig (luister maar naar 21 en 22). De volmaaktheid lonkt.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links